Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Neerlandia. Jaargang 28 (1924)

Informatie terzijde

Titelpagina van Neerlandia. Jaargang 28
Afbeelding van Neerlandia. Jaargang 28Toon afbeelding van titelpagina van Neerlandia. Jaargang 28

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (3.37 MB)

Scans (23.78 MB)

ebook (4.31 MB)

XML (1.26 MB)

tekstbestand






Genre

non-fictie

Subgenre

tijdschrift / jaarboek


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Neerlandia. Jaargang 28

(1924)– [tijdschrift] Neerlandia–rechtenstatus Gedeeltelijk auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
[pagina 1]
[p. 1]

[Nummer 1]

Volk en Stam.

Doel van ons Verbond is: verhooging van de zedelijke en stoffelijke kracht van den stam.

De vraag rijst: wat is daarbij de rol van het Nederlandsche volk? Wat moet en kan die zijn? Op welke wijze kunnen wij hier in Nederland het stoffelijk en zedelijk welzijn van den stam bevorderen?

We kunnen dat in de eerste plaats natuurlijk doen door innerlijke zelfversterking. De pijlenbundel, die het zinnebeeld is van onbreekbaarheid in gemeenschap, terwijl elke pijl op zich zelf vrij broos is, wordt uiteraard versterkt, indien men de pijlen in den bundel versterken kan. Elke Groep van het A.N.V. moet dus in haar eigen deel zoeken naar hetgeen eigen kracht kan vergrooten onder volstrekte eerbiediging van de andere stamdeelen.

In dat opzicht onderscheidt zich de Nederlandsche Groep van geen der andere en wij gelooven ook niet, dat er grond is voor de bewering, die men wel eens hoort, als zou de Groep Nederland een recht op overwicht over andere stamdeelen meenen te hebben. Wij beweren niet, dat er misschien niet hier en daar uitingen te vinden zijn, die den schijn van deze aanmatiging wekken, maar nòch Hoofdbestuur, nòch Neerlandia geven grond voor deze beschuldiging.

We hebben hier te doen met volkomen gelijkgerechtigde deelen van één verbond, die behoefte hebben aan elkanders steun tot verhooging der zedelijke en stoffelijke kracht van den stam.

We zijn ons ook in Nederland volkomen bewust, en het is in Neerlandia in den laatsten tijd nog herhaaldelijk gezegd, dat het gebrek aan nationaal bewustzijn in Nederland beschamend is en dat Nederlanders in dit opzicht heel wat kunnen leeren van stamgenooten, die onder druk leven en dank verdienen, omdat zij in hun forschen strijd niet slechts een voorbeeld zijn, maar ook moed geven, dat hun stamgenooten binnen de grenzen van het kerngebied, als het er op aankomt, ook nog wel in staat zijn tot daden.

De taak van Groep Nederland is dus, zeiden we, in de eerste plaats eigen innerlijke versterking na te streven, niet slechts, omdat zij daardoor den pijlenbundel sterker maakt en aldus den strijd der verdrukte Groepen verlicht, maar ook omdat daardoor voor hen, die leven op de grens van twee beschavingen, de aantrekkelijkheid van het Nederlandsche stamgebied wordt versterkt.

Neerlandia heeft bij het zilveren feest der Koningin doen uitkomen, dat wij in deze richting alleen dàn werkelijk meer dan gewone diensten aan den stam kunnen bewijzen, indien we hier de grondwettelijke en feitelijke voorwaarden scheppen voor een eigenlijke stampolitiek. Dat is alleen te bereiken, indien wij de Nederlanders kunnen doordringen van de beteekenis, die voor Nederland een dergelijke stampolitiek heeft. We kunnen daartoe alleen komen, indien we de verplichting, die voor ons voortvloeit uit de voorrechten, die wij hier hebben, aan het volk doen gevoelen; indien wij de neiging van het volk, zich als zoodanig te handhaven, weten op te wekken en te versterken.

Dit laatste nu zal alleen mogelijk zijn, wanneer wij goed in het oog houden, dat een dergelijke stampolitiek zekere gevaren met zich brengt.

We denken hier, om bij de allerjongste geschiedenis te blijven, aan het voorbeeld van Griekenland. Hier heeft een stampolitiek, die met de nationale mogelijkheden niet voldoende rekening hield, haar eigen graf gegraven. Het doel, dat de Grieksche stam zich had gesteld, kon het niet zelfstandig bereiken. Het heeft vreemde hulp moeten aanvaarden, die natuurlijk niet om niet werd gegeven en omdat men ver boven zijn kracht reikte ten gevolge van den schijn van kracht, door deze vreemde hulp verleend, heeft men het aanzien van het Grieksche volk en den Griekschen stam in hooge mate geschaad.

Dit voorbeeld gaat natuurlijk niet ten volle op.

Het Nederlandsch Verbond is er zich ten volle van bewust, dat elke stampolitiek is gebonden aan zedelijke maatstaven, die niet straffeloos uit het oog kunnen worden verloren en het is volmaakt ondenkbaar, dat het A.N.V. een staatkunde zou volgen van de soort als die door de Grieksche regeering ten aanzien van Klein-Azië

[pagina 2]
[p. 2]

gevolgd, omdat elke veroveringsgezindheid in den zin van uitbreiding van gebied aan het A.N.V. en aan het Nederlandsche volk te eenenmale vreemd is.

Dat beteekent evenwel geenszins, dat elke werkdadige buitenlandsche staatkunde onmogelijk is.

Integendeel.

Het beteekent alleen, dat die voor ons alleen waarde heeft, wanneer zij rekening houdt met zedelijke maatstaven en feitelijke krachten, wanneer ze uitvloeisel is van den volkswil, dien zij omgekeerd kan versterken.

Met volkomen inachtneming van de werkelijkheid en den eerbied verschuldigd aan het recht van anderen hun eigen leven in te richten naar hun opvatting, kan een Nederlandsche politiek stampolitiek zijn. Zij beteekent dan verleening van krachtige hulp aan een cultuurbeweging; Nederlandsch onderwijs in den vreemde, wat geenszins enkel taalonderwijs beteekent, maar ook onderricht in geschiedenis, dat het bewustzijn der overlevering versterkt; het plichtsgevoel, dat daaruit voorvloeit, verlevendigt. Daarnaast kan men kennis verbreiden van de econonmische en staatkundige mogelijkheden voor het Nederlandsche volk en den Nederlandschen stam.

Maar tegelijkertijd kan men in het kerngebied kennis verspreiden ten aanzien van de ontwikkeling der Nederlandsche beschaving buiten de grenzen van staatkundig Nederland.

In de Maatschappij van Nederlandsche letterkunde heeft op 7 December Prof. Dr. Geyl critiek geoefend op de opvatting, die Prof. H.T. Colenbrander in de Koninklijke Academie te Amsterdam had verdedigd over ‘De grenzen der vaderlandsche geschiedenis’.

Een dergelijke wetenschappelijke strijd is voor ons Verbond stellig van beteekenis. Maar men overschatte dien niet!

Wetenschap is iets, dat gediend wordt om zich zelf.

Men kan aan de resultaten van de studie dezer wetenschap wapenen ontleenen voor een strijd, ook als dien van ons en men zou, gelooven wij, Prof. Geyl onrecht doen, indien men in zijn betoog de bedoeling zou willen zoeken, de wetenschap dienstbaar te maken aan een bepaalde staatkunde. Wanneer Prof. Geyl het betreurt, dat de overlevering onzer geschiedkundige opvattingen ons volk stijft in zijn particularistische neigingen, dan beteekent dat allerminst, dat hij de overgeleverde opvatting alleen op dien grond wetenschappelijk onhoudbaar zou achten.

Wij zijn hier geen scheidsrechters in den strijd tusschen twee wetenschappelijke opvattingen, wij kunnen er ons alleen over verheugen, dat in de wetenschappelijke tuigkamer blijkens de opvattingen van Prof. Geyl wapenen te vinden zijn voor de Grootnederlandsche cultuurbeweging.

 

In zoover was zijn lezing dus voor ons Verbond van beteekenis en in nog een opzicht gelooven wij: de particularistische neigingen, waarop hij doelde, kunnen er toe leiden, dat mogelijkheden, die zich te dien aanzien ontwikkelen, zonder dat wij door stuwing in de eene of andere richting daartoe iets bijdragen, door ons worden verwaarloosd.

 

Al mogen we in onzen eerbied voor het geschiedkundig gewordene geen mogelijkheden van dezen aard scheppen, eerbied voor ons zelf moet ons verhinderen de ontwikkeling daarvan te belemmeren.

We meenden dit nog eens te moeten laten uitkomen, omdat er steeds weer wordt gezegd: bewust of onbewust streeft gij naar aanhechting, bijv. van Vlaanderen.

Die bewering is niet juist, dat ligt volkomen buiten de Nederlandsche geestesgesteldheid, het ligt er zoo volkomen buiten, dat een waarschuwing van pas schijnt te zijn: uw angstvallige onthouding van elke werkzaamheid in de richting van aanhechting van een ander volksdeel mag er niet toe leiden, dat gij geen medewerking geeft aan andere stamdeelen in hun streven naar versterking der zedelijke en stoffelijke kracht van den stam. Wanneer ooit een staatkundige eenheid van Nederland en Vlaanderen tot stand komt, mag niet met reden kunnen worden beweerd, dat ons Verbond daarvoor aansprakelijk is. Een dergelijke aanhechting zou gevolg zijn van omstandigheden, waarop ons Verbond geen invloed heeft kunnen of willen oefenen. Een ambtelijke Nederlandsche stampolitiek zou daarop o.i. niet mogen aansturen, al zou zij ook met deze mogelijkheid moeten rekening houden.

Wij, in Nederland, kunnen dus door propaganda en door andere middelen het bewustzijn verlevendigen, dat de natie aan zich zelf verplichtingen heeft, die aan den stam ten goede komen.

Wij kunnen het geheel van dien stam versterken door zelfversterking en uitgaande op dezen dienst aan het stamgeheel, behalen wij winst voor het volk.

Wij kunnen ons daarbij bedienen van de wapenen, die een bepaalde geschiedkundige opvatting ons aan de hand doet, al vermogen onze Nederlandsche wenschen niet de wetenschap der geschiedenis te knechten.

We kunnen de grens tusschen volk en stam geheel en zorgvuldig eerbiedigen en beider belang dienen door onze kennis te vergrooten over hetgeen bij andere stamdeelen omgaat en zich aan mogelijkheden daarvoor opent en door elders de kennis te verspreiden van hetgeen voor ons volk aan mogelijkheden bestaat.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken