Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
De Zeventiende Eeuw. Jaargang 20 (2004)

Informatie terzijde

Titelpagina van De Zeventiende Eeuw. Jaargang 20
Afbeelding van De Zeventiende Eeuw. Jaargang 20Toon afbeelding van titelpagina van De Zeventiende Eeuw. Jaargang 20

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave



Genre

sec - letterkunde

Subgenre

tijdschrift / jaarboek


In samenwerking met:

(opent in nieuw venster)

© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

De Zeventiende Eeuw. Jaargang 20

(2004)– [tijdschrift] Zeventiende Eeuw, De–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
[pagina 209]
[p. 209]

Een ambachtsman met ‘beschaafde’ hobby's: de dichter en verzamelaar Joachim Oudaan (1628-1692)Ga naar voetnoot⋆
Judith Tadema

Nevens poëzij was eene zijner zinnelijkheden het nasporen der outheden van Grieken en Romeinen, en oude penningen op te garen.Ga naar voetnoot1

De Rotterdamse tegelbakker Joachim Oudaan (1628-1692) stond onder tijdgenoten bekend om zijn dichtkunst en eruditie op het gebied van de oudheidkunde. Echter, tot voor kort is Oudaan door onderzoekers vooral als tweederangs dichter beschouwdGa naar voetnoot2 en zijn zijn oudheidkundige activiteiten nauwelijks onderzocht.Ga naar voetnoot3 Toch is een onderzoek naar deze ‘tweederangs’ intellectueel van bescheiden afkomst vanuit sociaal-historisch perspectief interessant. Juist de dichtkunst en de oudheidkunde brachten Oudaan in contact met de sociaal-culturele elite van de Republiek.

In dit artikel wordt nader onderzocht welke positie Oudaan innam in de zeventiende-eeuwse Republiek der Letteren. Daarbij staat centraal hoe hij zijn literaire vaardigheden en eruditie kon benutten om een netwerk van vrienden op te bouwen. Na een korte introductie op het leven van de hoofdpersoon, worden Oudaans oudheidkundige activiteiten, zijn motieven hiervoor en zijn dichterschap behandeld. Vervolgens zal zijn netwerk van vrienden worden gereconstrueerd en worden de gronden besproken waarop Oudaans contacten ontstonden. Hierbij zal Oudaans Rotterdamse vriendenkring minder aandacht krijgen, daar deze reeds door Jori Zijlmans uitstekend in beeld is gebracht.Ga naar voetnoot4

Kennismaking

Hoe kon de zoon van de bakker Frans Oudaan een gerespecteerde geleerde en dichter worden? Joachim werd in 1628 geboren te Rijnsburg. Zijn moeder was een nicht van

[pagina 210]
[p. 210]

de oprichter van de collegianten-beweging, een vrijzinnig protestantse groepering die haar bakermat in Rijnsburg had. De bijeenkomsten van de collegianten werden niet geleid door een predikant, maar het was voor alle aanwezigen mogelijk om te spreken. In dit milieu werd Oudaan gestimuleerd om een kritische geest te ontwikkelen en een goede opleiding te volgen. Oudaan voltooide rond 1646 de Latijnse school in Leiden. Al voor 1650 publiceerde hij zijn eerste toneelstukken.Ga naar voetnoot5

Omtrent 1650 brak een bepalende periode in zijn leven aan. Oudaan ging als klerk werken voor de humanist en oudheidkundige Petrus ScriveriusGa naar voetnoot6 (1576-1660), die aan het einde van zijn leven langzaam blind werd. Te midden van de boeken, munten en klassieke objecten van Scriverius heeft Oudaan zijn passie voor de numismatiek opgedaan.Ga naar voetnoot7 Bij Scriverius raakte Oudaan bekend met de filologie en de antiquarische werkwijze, het verzamelen en publiceren van oorspronkelijke bronnen. Zoals ook Oudaan later zou doen, publiceerde Scriverius in het Nederlands om kennis toegankelijk te maken voor een grote groep lezers. Bovendien stimuleerde Scriverius het schrijven van Nederlandstalige poëzie en was hij lid van de literaire vriendenkring rond Janus Dousa.Ga naar voetnoot8 Onder de hoede van Scriverius bekwaamde Oudaan zich in de dichtkunst.

Oudaans eerste oudheidkundige publicatie, de Roomsche Mogentheid, verscheen in 1664. Het grootste deel van de studie voor dit boek zal hij bij Scriverius volbracht hebben, wiens bibliotheek hij grondig bestudeerde. Oudaan kon tevens gebruik maken van Scriverius' contacten onder verzamelaars om penningkabinetten te bezoeken en zelf vriendschappen te sluiten. Later stak Oudaan niet onder stoelen of banken dat Scriverius zijn leermeester was geweest.Ga naar voetnoot9 Het gaf hem ongetwijfeld enige allure.

Op 28-jarige leeftijd verhuisde Oudaan naar Rotterdam, waar hij met behulp van zijn schoonfamilie tegelbakker werd. Oudaan, aanhanger van de ‘Ware vrijheid’, pleitbezorger voor tolerantie en intellectueel, moet zich als een vis in het water hebben gevoeld in het open geestelijke klimaat van Rotterdam. Hij kwam er via het Waterlands doopsgezinde college en het Remonstrantse college in contact met de intellectuele en sociaal-economische elite van de stad, zoals de vroedschapsleden Adriaan Paets en Johan Pesser, predikant Jan Dionyszoon Verburg, burgemeesterszoon Johan Hartigvelt en de collegiant Jacob Ostens. Zij waren allen voorstander van het openstellen van beide colleges voor collegianten.Ga naar voetnoot10 Vroedschapslid Willem van der Aa was tevens bevriend met Oudaan. Hij was ook geïnteresseerd in oudheden.Ga naar voetnoot11

[pagina 211]
[p. 211]

De tegelbakkerij was succesvol: Oudaan kocht het woonhuis bij ‘de Vergulde Werelt’ in 1661. Het jaar daarvoor was hij al tot hoofd van het St. Lucasgilde gekozen. Vanaf 1674 trad Oudaan ook op als notaris. In 1682 kon Oudaan zich, dankzij een erfenis die hij ontving na het overlijden van zijn schoonvader Maerten Jacobsz. Stout, volledig aan dit ambt wijden.Ga naar voetnoot12 Hij verkocht de tegelbakkerij en verhuisde naar een huis op stand. Zijn vermogen steeg in 1682 van omtrent de 7.000 gulden naar 40.000 gulden.Ga naar voetnoot13 Acht jaar later moest Oudaan echter door ziekte zijn werk opgeven. Hij verkocht toen ook zijn verzameling.

Oudheidkundige

Met de publicatie van de hierboven genoemde Roomsche Mogentheid vestigde Oudaan al vroeg in zijn leven zijn naam als oudheidkundige. Het boek geeft een introductie in de numismatiek voor de beginnende verzamelaar en behandelt de Romeinse munten volgens een thematische indeling. Het werd zes maal herdrukt en was een standaardwerk.Ga naar voetnoot14 Oudaan bewerkte ook Pierre Bizots boek over de Nederlandse penningen dat hij met 300 munten aanvulde. Medalische historie der Republyk van Holland verscheen in 1690. Daarnaast becommentarieerde Oudaan een numismatische studie en schreef hij over de geschiedenis van Rotterdam.Ga naar voetnoot15

Na zijn vertrek bij Scriverius breidde Oudaan zijn eigen verzameling boeken en munten uit om, bij gebrek aan openbare bibliotheken en archieven, zijn studie te kunnen voortzetten. Hij bezat in 1690 een grote collectie geschiedwerken van klassieke en moderne auteurs, klassieke literatuur, beschrijvingen van antiquiteiten en numismatische studies. De bibliotheek was dus geen verzameling van zeldzame werken, maar een ‘gebruiksbibliotheek’.Ga naar voetnoot16 Ook Oudaans overige interesses zien we terug in zijn bibliotheek: theologie en Nederlandstalige proza en poëzie.

[pagina 212]
[p. 212]

Tabel 1 Aantal boeken per categorie in totaal en per taal in absolute getallenGa naar voetnoot17

Onderwerp Totaal catalogusnr Frans Latijn Nederlands overig
Geschiedenis 390 15 271 99 5
Literatuur 229 3 150 76  
Natuur/kunst 55 2 40 12 1
Onbekend 44   38 5 1
Overig 53   43 10  
Recht 40 1 31 8  
Theologie 342 9 211 116 6

Oudaans boekenbezit en muntenverzameling kunnen gereconstrueerd worden aan de hand van de veilingcatalogus. Die werd opgesteld toen zijn verzameling in 1690 geveild werd.Ga naar voetnoot18 In de catalogus staan 1.153 boeken, 2.868 munten en penningen en enkele rariteiten beschreven. Oudaans bibliotheek deed daarmee niet onder voor de gemiddelde bibliotheek van een geleerde.Ga naar voetnoot19 Toch was hij geen typische zeventiende-eeuwse verzamelaar: uit vergelijkend onderzoek blijkt dat slechts enkele verzamelaars zich volledig toelegden op antiquiteiten.Ga naar voetnoot20 Naturalia, objecten uit de natuur die in bijna elke zeventiende-eeuwse verzameling terug te vinden zijn, had Oudaan niet.

Overigens waren slechts 280 munten van de 2.868 munten klassiek, waarvan er 180 van koper waren. Zijn klassieke gouden en zilveren munten vond Oudaan wel het meest waardevol.Ga naar voetnoot21 Van de overige munten waren er 196 van goud of zilver. Bijzonder was Oudaans, naar eigen zeggen, vrijwel complete collectie Nederlandse munten en

[pagina 213]
[p. 213]

penningen, die hij gebruikte voor zijn Medalische historie der Republyk van Holland.Ga naar voetnoot22

Oudaans verzameling en bibliotheek waren hoogstwaarschijnlijk ondergebracht in zijn studeerkamer in ‘de Vergulde Werelt’. Uit de veilingcatalogus blijkt dat Oudaan zijn munten in drie houten kabinetten met schuifladen had opgeborgen. Op de kabinetten en boekenkasten stonden rariteiten uitgestald, waaronder enkele Romeinse voorwerpen en antropologische objecten. Ook bezat Oudaan een enkel schilderij en wat prentkunst.

Uit de Roomsche Mogentheid blijkt de symboliek die voor Oudaan achter de uitstalling van zijn eigen verzameling schuil ging. In dat boek, dat vormgegeven is als dialoog, leidt de geleerde Redegund de onwetende maar leergierige Volkaart rond in zijn penningenkabinet. Hij verklaart aan Volkaart de symbolen op de Romeinse munten en ontsluit daarmee voor zijn bezoeker de wereld van de Romeinen. Het is voor te stellen dat Oudaan aan de hand van zijn Romeinse munten een bezoeker onderhield over de Romeinse geschiedenis. Daarbij zal hij klassieke en moderne auteurs aangehaald hebben wier werken, portretten of zelfs autografen hij tevens bezat.Ga naar voetnoot23 Zo smolt voor hem de oude en nieuwe kennis uit munten en boeken samen en kwam tot leven.

In de Roomsche Mogentheid vinden we ook motieven voor Oudaans passie voor de numismatiek. Hij vond de munten een lust voor het oog en een vermaak voor het verstand. Zij representeerden de glorieuze geschiedenis van de Romeinen.Ga naar voetnoot24 De afbeeldingen en inscripties op munten toonden volgens Oudaan de historische werkelijkheid. De munten, zo stelt Oudaan veelvuldig, brengen‘licht in de duisternis’ van de Oudheid: zij kunnen de klassieke historiën bevestigen en de Romeinse tijdrekening en gewoonten verduidelijken.Ga naar voetnoot25 Munten zijn volgens Oudaan een belangrijke bron van kennis:

't gaat om een vermeerdering van de wetenschap: te weten wat, hoe en waarom er afgebeeld wordt en de opschriften te lezen.Ga naar voetnoot26

Oudaan geloofde sterk in een wetenschappelijke vooruitgang en was zich bewust van het tijdelijke karakter van zijn eigen inzichten.Ga naar voetnoot27 Op grond van meer kennis zal men immers tot andere conclusies komen.

De lust voor munten, zo waarschuwt Oudaan zijn lezers, moet echter nooit de over-

[pagina 214]
[p. 214]

hand nemen. Een verzamelaar kan wel liefde voelen voor zijn munten, maar deze mag nooit de liefde voor God overstijgen.Ga naar voetnoot28 Net zoals naturalia-verzamelaars het goddelijke terugzagen in ‘het boek der natuur’, meende Oudaan dat: ‘'t aanschouwen der dingen [munten] die Gods heerlijkheid en wijsheid uitdrukken is geoorlooft; ja, geboden’.Ga naar voetnoot29

Voor Oudaan representeerde zijn kabinet dus Gods heerlijkheid, het rijke Romeinse verleden en betrouwbare kennis. Voor tijdgenoten stond het kabinet ook symbool voor Oudaans eruditie en status als geleerde. Zijn publicaties, met name zijn eerste boek de Roomsche Mogentheid, bevestigden dit en droegen zijn status als oudheidkundige uit. Oudaan identificeerde zich sterk met de door hemzelf geschapen erudiete Redegund die zijn kennis ten toon spreidt aan Volkaart én de lezers van de Roomsche Mogentheid.Ga naar voetnoot30 Hij zag zichzelf dus graag als een erudiete geleerde die ten behoeve van de vooruitgang in de wetenschap kennis verspreidt en vernieuwt.

Evenals in de Roomsche Mogentheid wordt in Oudaans correspondentie het opdoen van kennis verheerlijkt en benadrukt. Adriaan van Wouw schreef in 1652 dat hij geïnteresseerd was in hetgeen Oudaan hem kon leren.Ga naar voetnoot31 Nicolaas Borremans prijst een boek omdat hij er veel uit geleerd heeft.Ga naar voetnoot32 Het past in de zeventiende-eeuwse stedelijke cultuur waarin eruditie aanzien gaf. Ook op andere manieren voldeed Oudaan aan het beeld van de ‘beschaafde man’ waar Castiglione in zijn boek Il Cortegiano (de hoveling) het ideaalbeeld van schetste. Een boek dat overigens bij Oudaan in de kast stond. Hij schreef lyrische lofdichten op buitenhuizen en een collectie schilderijen en correspondeerde geheel volgens de etiquette met andere geleerden en verzamelaars.

Dichter

Dichterschap en geleerdheid liepen in de zeventiende eeuw door elkaar heen: geleerden leerden uit proza en poëzie, terwijl dichters op de hoogte moesten zijn van de wetenschappelijke kennis.Ga naar voetnoot33 Gedichten waren voor geleerden een belangrijk medium, waarin op een luchtige wijze gecommuniceerd kon worden, het eigen vernuft getoond werd en vriendschappen bevestigd werden.Ga naar voetnoot34 Oudaan heeft talloze lofdichten geschreven voor zijn vrienden en kennissen uit hoge kringen.Ga naar voetnoot35 Hij schrijft bijvoorbeeld aan de dichter Jan SixGa naar voetnoot36:

[pagina 215]
[p. 215]
 
(..) met dit ontfangen, kenlijk wezen,
 
dat zulx de Vrientschap dorst bestaan
 
die Six vereenigt met Oudaan.Ga naar voetnoot37

Via gedichten ontleenden de vrienden status aan elkaar. Boekenlof werd bijvoorbeeld in een publicatie bijgevoegd. Oudaan bekritiseerde deze gewoonte speels in een gedicht in zijn Roomsche Mogentheid.

De dichtkunst speelde een belangrijke rol in de door Zijlmans beschreven Rotterdamse vriendenkring, waarbinnen Oudaan een voortrekkersrol had door zijn vele contacten buiten Rotterdam en door zijn geleerdheid. Oudaan was een leermeester voor bijvoorbeeld Adriaan Verwer, Pieter Rabus en David van Hoogstraten. Ook buiten de Rotterdamse kring vroegen dichters Oudaan om commentaar op hun schrijfsels, bijvoorbeeld de Amsterdamse chirurgijn Govard Bidloo.Ga naar voetnoot38

Oudaan, een vroom man, schreef veel stichtelijke poëzie. Hij onderhield contacten met dichters die in hetzelfde genre actief waren: Geertruyd Gordon,Ga naar voetnoot39 Catherina Questiers,Ga naar voetnoot40 Karel Verloove,Ga naar voetnoot41 Reinier RooleeuwGa naar voetnoot42 en Antonides van der Goes.Ga naar voetnoot43 Onder hen lijkt een sfeer van gelijkwaardigheid te hebben bestaan en een intellectueel vruchtbare kruisbestuiving. Zij wisselden hun dichtwerken aan elkaar uit ter beoordeling.Ga naar voetnoot44

Dat zo'n gevoel van gelijkwaardigheid, een ideaal dat in de Republiek der Letteren werd nagestreefd,Ga naar voetnoot45 niet vanzelfsprekend was, bewijzen de woorden van Oudaans vriend Jeremias de Decker. De Decker was een arme Amsterdamse dichter uit een bescheiden milieu. Hij typeert zichzelf in een brief aan Oudaan als volgt: ‘Ik en ben noch hoveling noch van hovelingen afgekomen (...)’.Ga naar voetnoot46 Hij zag hierin ongetwijfeld de oorzaak voor het gebrek aan dankbaarheid dat hem getoond was voor het schrijven van een aantal aanbevelingen voor boeken.

De reikwijdte van Oudaans contacten in letterkundige kringen blijkt uit een brief van de zeer vermaarde dichter en geleerde Petrus FranciusGa naar voetnoot47 aan Oudaan, en zijn

[pagina 216]
[p. 216]

vriendschap met Jan Six, een mecenas van het culturele leven, en Joan Blasius,Ga naar voetnoot48 die net als Oudaan een tegenstander was van het dichtgenootschap ‘Nil Volentibus Arduum’.

De oorsprong van deze contacten is moeilijk te achterhalen. De dichters waren in ieder geval ook onderling bevriend en hadden andere wederzijdse vrienden: Geertruyd Gordon had contact met Oudaans jeugdvriend, de graveur Willem van Heemskerck, Karel Verloove kende Questiers en Antonides van der Goes, Six kende Oudaans studievriend Gerard Brandt en Van der Goes. Reinier Rooleeuw was een collegiant.

Netwerk

Vriendschap was in de zeventiende eeuw niet altijd gebaseerd op affectie. Voor een geleerde was een netwerk van vrienden van levensbelang, omdat de geleerde wereld langs die lijnen functioneerde. Tussen de deelnemers werden boeken, bronnen en nieuws uitgewisseld. In Oudaans correspondentie zijn hiervan talloze voorbeelden te vinden.Ga naar voetnoot49 Oudaan was blijkbaar een betrouwbare man, want verschillende vrienden vragen hem om pakketjes te bewaren, door te sturen of navraag te doen naar een beloofd pakket.Ga naar voetnoot50

Oudaan wendde zijn netwerk ook aan voor de handel in boeken en munten. Zo vroeg Henry d'Acquet Oudaan een ‘papegaaienei’ voor hem te kopen.Ga naar voetnoot51 De Harlingse drukker Hero Galama verzocht Oudaan uit te kijken naar twee penningen die hij graag wilde kopen.Ga naar voetnoot52 Johannes Grillus lijkt voor een fors bedrag munten te hebben gekocht bij of via Oudaan.Ga naar voetnoot53 De ambassadeur van Denemarken en Noorwegen in de Nederlanden, Petrus Charisius liet Oudaan weten dat hij binnenkort een schip uit Italië verwachtte dat munten aan boord had.Ga naar voetnoot54 Ook had Oudaan contacten met schatgravers. Hij bezat antiquiteiten uit Valkenburg waarover hij schreef: ‘my van de opspitter zelf behandigt’.Ga naar voetnoot55 Zo wordt het tevens duidelijk hoe Oudaan in staat was zijn eigen verzameling samen te stellen. In de Roomsche Mogentheid tekent hij aan dat hij uit dank voor een rondleiding in zijn kabinet van sommige bezoekers een aanvulling op zijn verzameling ontving.Ga naar voetnoot56

De functionaliteit van Oudaans netwerk blijkt tevens uit zijn contacten met drukkers. Deze vriendschappen waren in zakelijk maar ook in intellectueel opzicht bijzonder vruchtbaar. De Leidse drukker Jacob Hackius, bij wie Oudaan boeken kocht, vroeg

[pagina 217]
[p. 217]

Oudaan welk boek in aanmerking zou kunnen komen voor een herdruk.Ga naar voetnoot57 Bij Van Hoogstraten en Naeranus liet Oudaan verschillende boeken drukken.Ga naar voetnoot58 Galama vroeg Oudaan een inleiding bij de stichtelijke gedichten van Camphuysen te schrijven. Hij zond Oudaan op zijn beurt geschenken ter bevestiging van hun vriendschap.Ga naar voetnoot59 Componist en drukker Remigius Schrijver († 1681) schreef muziek voor psalmen van Oudaan.

Het netwerk functioneerde, zo blijkt ook hierboven, op basis van wederzijdse verplichtingen. Door middel van een gift, hulp of het aanprijzen van een boek kon een correspondent zijn ‘schuld’ inlossen. Oudaans literaire vaardigheden zijn hem hierbij tot groot nut geweest. Op de schilderijen van Reinier van der Wolff, wiens Romeinse askisten hij bestudeerde voor de Roomsche Mogentheid, schreef Oudaan een aantal lofdichten. Aan Catharina Questiers stuurde Oudaan om dezelfde reden een lofdicht op haar dichtkunst, gevoegd bij een exemplaar van de Roomsche Mogentheid.Ga naar voetnoot60 Ook was hij vrienden van dienst door hen te laten delen in zijn kennis.

Hoever reikten Oudaans contacten nu? In de Roomsche Mogentheid staan de kabinetten opgetekend die Oudaan voor zijn onderzoek bezocht.Ga naar voetnoot61 Daaronder zijn die van de bekende verzamelaars Johan Witsen en Henry d'Acquet. Na zijn bezoek aan het kabinet van Johan Witsen heeft Oudaan nog vriendendiensten verleend aan deze welgestelde en invloedrijke koopmansfamilie. Johan Witsen vroeg Oudaan of hij voor hem ‘een serie van goude Keyseren’ wilde verkopen en hij vertrouwde erop dat Oudaan een juiste prijs kon bepalen.Ga naar voetnoot62 Ook Cornelis Witsen maakte gebruik van de kennis van Oudaan, omdat hij, zoals hij zelf schrijft, ‘grooter liefhebber als kenner’ was.Ga naar voetnoot63

Met D'Acquet had Oudaan een nauwe band. De Delftse historicus Dirk van Bleyswijck nam ook deel aan deze vriendschap. De drie lieten voor elkaar afgietsels van munten maken en schonken elkaar munten. Hun kabinetten stonden altijd voor elkaar open.Ga naar voetnoot64 Al zijn er geen aanwijzingen voor andere intellectuele vriendschappen met verzamelaars, toch is het waarschijnlijk dat Oudaan regelmatig kabinetten bezocht.Ga naar voetnoot65 D'Acquet had veel contacten met verzamelaars. Zelf ontving Oudaan regelmatig vrienden in zijn penningkabinet.Ga naar voetnoot66

Andere intellectuele contacten van Oudaan betroffen de Deventer hoogleraar en

[pagina 218]
[p. 218]

burgemeester Gozewijn Hogersius,Ga naar voetnoot67 de Leidse advocaat Simon van LeeuwenGa naar voetnoot68 en kenner van de klassieke talen Jacobus Tollius.Ga naar voetnoot69 Ook had Oudaan tussen 1660 en 1673 een uitgebreide briefwisseling met de geleerde en dichter Isaac Gruterus,Ga naar voetnoot70 die vanaf 1657 aan de Erasmiaansche school in Rotterdam werkzaam was. Gruterus had verder-reikende contacten dan Oudaan in de geleerde wereld, maar zij hadden ook gemeenschappelijke vrienden zoals Gerard Brandt.Ga naar voetnoot71

Opmerkelijk is het grote aantal remonstranten, doopsgezinden en collegianten onder Oudaans vrienden. De leden van de Rotterdamse vriendenkring voerden theologische en intellectuele discussies in de geest van Erasmus. Oudaans vrienden bestonden dus niet toevallig vooral uit vrijzinnig protestanten, zoals de remonstrantse regenten Paets en Pesser en Verburg. De relaties tussen de leden waren gebaseerd op verwantschap, gedeelde interesses, een gevoel van gelijkwaardigheid binnen de kring, en op beroepsmatige belangen.Ga naar voetnoot72 De drukkers Frans van Hoogstraten, Isaac Naeranus en Arnout en Reinier Leers maakten ook deel uit van de kring.

Via religieuze bijeenkomsten deed Oudaan verschillende contacten op. Een voorbeeld is de regent Coenraad van Beuningen die de colleges in Rijnsburg bezocht.Ga naar voetnoot73 Bovendien mengde Oudaan zich actief in theologische discussies, hetgeen nogal wat correspondentie teweegbracht. Oudaan had ook nauw contact met diverse leerling-predikanten van de Remonstrantse Broederschap in Leiden, bijvoorbeeld Gerard Brandt, Jacob van Brakel, Engelbert van Engelen en Nicolaas Borremans. Van Engelen, Brandt en Borremans deelden bovendien Oudaans interesse in geschiedenis en zij wisselden kennis uit.Ga naar voetnoot74 Interessant is Oudaans briefwisseling met de Poolse sociniaan Stanislas Lubieniecki (1623-1675), zijn enige internationale contact.Ga naar voetnoot75

Besluit

Oudaan had al vroeg in zijn leven een netwerk van vrienden opgebouwd. Zijn contacten in de letterkundige wereld waren wijder verbreid dan die onder geleerden en

[pagina 219]
[p. 219]

verzamelaars. Bij vriendschappen in die laatste groep valt vooral de functionaliteit van de contacten op. Toch ging hij met veel vrienden - de Rotterdamse regenten, remonstrantse predikanten en veel dichters - om in een sfeer van gelijkwaardigheid. In sommige gevallen was hij zelfs een leermeester. Opvallend is dat deze groep vrienden ook dezelfde opvattingen op politiek en religieus gebied had als Oudaan.

Om deel te kunnen nemen aan de Republiek der Letteren moest Oudaan de etiquette van de intellectuele elite overnemen, namelijk die van de ‘beschaafde man’. Hij presenteerde zich dan ook, zij het met een vrome bescheidenheid, als een erudiete geleerde en dichter die welwillend anderen te hulp schoot. Deze geleerdheid, die hij toonde in zijn kabinet en publicaties, en zijn dichterschap maakten Oudaan tot een eerbiedwaardige en ook nuttige vriend. Hierbij moet niet uit het oog worden verloren dat het verhogen van zijn status niet Oudaans primaire drijfveer is geweest. Hij bezat een oprechte wetenschappelijke en literaire interesse.

Abstract - The poet and collector of coins Joachim Oudaan (1628-1692) descended from an artisan family and was a tile maker in Rotterdam. Nevertheless, Oudaan was able to maintain a large web of relationships with poets, collectors and learned men, some of whom were of high social-economical standing. His poetry and his collection of coins and books, as well as the publication of numismatic studies made him a respectable correspondent. They confirmed and showed his status as a learned man. Oudaan liked this image of an erudite scholar. It resembles the image of the ‘courtier’, as Castiglione described it in his Il Cortegiano. However, it is not my opinion that only social standing motivated Oudaan to represent himself as a learned man. He took a great interest in science and literature. It is also striking that Oudaan and many of his friends had similar political and religious views. They had more in common than an interest in poetry or history only.
voetnoot⋆
Dit artikel is gebaseerd op de scriptie Met een gematigde lust en welbescheyden oordeel. De zeventiende-eeuwse verzamelaar Joachim Oudaan over de oudheidkunde, Rijksuniversiteit Groningen 2003 (begeleiders: prof. dr. A.H. Huussen en dr. F. Postma). Met dank aan Eric Jorink die mij in het onderwerp inwijdde.
voetnoot1
David van Hoogstraten, ‘Het leven van Joachim Oudaan’ in: Joachim Oudaan, Poëzy 3 dln, dl 3, Amsterdam 1712, p. 16.
voetnoot2
G.A. van Es, ‘Joachim Oudaan’ in: idem, Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden IV, 1954, p. 294. C. de Bruin, Joachim Oudaen in de lijst van zijn tijd, Groningen 1955, p. 21. J. Melles, Joachim Oudaan. Heraut der verdraagzaamheid 1628-1692, Utrecht 1958, p. 180.
voetnoot3
Sinds de vondst van de veilingcatalogus van Oudaans verzameling in 1992 wordt Oudaan wel regelmatig aangehaald als voorbeeld van een verzamelaar. E. Bergvelt en R. Kistemaker (red.), De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735, Zwolle 1992.
voetnoot4
Jori Zijlmans, Vriendenkringen in de zeventiende eeuw. Verenigingsvormen van het informele culturele leven te Rotterdam, Den Haag 1999, p. 145-174.

voetnoot5
Johanna Grey, of gemartelde onnoselheyt, Rotterdam 1648. Koningh Konradyn en hartoogh Frederick, Leiden 1649.
voetnoot6
Zie ook: S. Langereis, Geschiedenis als ambacht: oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius, Hilversum 2001.
voetnoot7
‘Maar zal ik 't Roomsche hof verlaten, en niet eens / als aan iets keizerlijks, iets schoons, en ongemeens. / Mijn ingeschapen lust, dien Penningschat, gedenken?’ Oudaan, Poëzij, dl 2, p. 251-255.
voetnoot8
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 152.
voetnoot9
Oudaan, Poëzij, dl 2, p. 251-255. Oudaan, De Roomsche mogentheid: bevat in een naawkeurige beschrijving van de magt en heerschappy der oude Roomse keizeren (...), Amsterdam 1664, p. 162.
voetnoot10
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 152.
voetnoot11
Willem van der Aa aan Joachim Oudaan, 4-7-1673, Gemeente Archief Rotterdam [=GAR] 33a 859.
voetnoot12
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 162.
voetnoot13
Melles, Joachim Oudaan, p. 143-157.

voetnoot14
De eerste, tweede en derde druk werden bij Daniel Baccamude in Amsterdam gedrukt, respectievelijk in 1664, 1669 en 1671. In 1706 verscheen bij Frans Kuyper in Gouda een herziene druk met opmerkingen van Pieter Deinoot. Herdrukken in 172o en 1723 bij Kuyper. De beroemde numismaat Gerard van Loon verwijst geïnteresseerden nog naar Oudaans werk. Gerard van Loon, Hedendaagsche penningkunde, Den Haag 1723, p. 285.
voetnoot15
Ludolph Smids, Korte levensschets en afbeeldingen der Graaven van Holland.... Met bijschriften van Joachim Oudaen, Haarlem 1744. Korte beschrijving der stad Rotterdam, door den geleerden en deses stads en oudheidkundigen Joachim Oudaan dog uitgegeven op de naam van Jakob Kwak met eenige bijlaagen, enz., GAR XIX B 49.
voetnoot16
Term van: M. Peters, ‘From the study of Nicolaes Witsen. His life with books and manuscripts’, in: Lias 21/1 (1994), p. 1-49.
voetnoot17
Bron: Catalogus van boeken, mitsgaders van eenige Rariteyten (...) toekomende Joachim Oudaan Fransz: welke verkocht zullen werden ten huyse van den Eygenaer, (...) binnen Rotterdam; Op Woonsdag den 22 Juny 1690, Herzog August Bibliothek Wolfenbüttel. Kopie op microfiche in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Oudaans boekenbezit is opgesplitst in verschillende categorieën naar voorbeeld van M. Peters, ‘From the study of Nicolaes Witsen’.
voetnoot18
Catalogus [...] toekomende Joachim Oudaan Fransz, 1690. De betrouwbaarheid van de catalogus is moeilijk te controleren. Catalogi werden meestal na de dood van een verzamelaar in haast opgesteld. Het spreekt voor de betrouwbaarheid van deze catalogus dat hij waarschijnlijk met Oudaans hulp is opgesteld en dat de veiling in zijn eigen huis plaatsvond.
voetnoot19
Vergelijk B. van Selm, Een menigte treffelijcke boecken. Nederlandse boekhandelscatalogi in het begin van de zeventiende eeuw, Utrecht 1987, p. 92. Vgl. ook Peters, ‘From the study of Nicolaes Witsen’, p. 42. Zij noemt de bibliotheek van Nicolaas Witsen, bestaande uit 2.307 titels, een kleine bibliotheek in vergelijking met een paar andere rijke verzamelaars.
voetnoot20
Vgl. Jaap van der Veen, ‘Delftse verzamelingen in de zeventiende eeuw en de eerste helft van de achttiende eeuw’, in: E. Bergvelt e.a. (red.), Burgers verzamelen 1600-1750. Schatten in Delft, Zwolle 2002, p. 47-90. Jaap van der Veen, Zeventiende-eeuwse rariteitenverzamelingen te Amsterdam, doct. scriptie UVA 1983. Jaap van der Veen, ‘Dit klain vertrek bevat een weereld vol gewoel: negentig Amsterdammers en hun kabinetten’, in: Bergvelt, De wereld binnen handbereik, p. 232-258.
voetnoot21
De munten waren in de veilingcatalogus en in Oudaans ladekasten geordend van duur naar goedkoop metaal. In de tweede plaats hanteerde Oudaan een geografische ordening, vervolgens een ordening op soorten afgebeelde personen, bijvoorbeeld vorsten, pausen, edellieden etc. In elke lade was een chronologische ordening waar te nemen. Zijn Romeinse munten staan als eerste op de lijst.
voetnoot22
‘Een eycke kasje met vier en -twintigh uyt-treckende plankjes, gevult? met ontrent de duysend Nederlandsche kopere Leg-ofte gedenk-penningen, waar onder verscheyde zeer raar geestimeert van de liefhebbers, beginnende van het jaar 1457 tot 1675 zijnde genoegsaam alle die ‘er gevonden werden’, Catalogus [..] toekomende Joachim Oudaan Fransz, 1690, p. 38. Bij het kabinet hoorde een boekje waarin alle munten chronologisch waren opgetekend. Het vormde waarschijnlijk een aanvulling op de in de ladekast gehanteerde ordening. Beide zijn later gekocht door de verzamelaar Jacob de Wilde. Jan van der Waals,‘Met boek en plaat. Het boeken- en atlasbezit van verzamelaars’, in: Bergvelt, De wereld, p. 205-231, aldaar p. 231.
voetnoot23
‘Een groot collectaneum van autographa van doorluchtige en vermaarde mannen (...)’ en ‘Verscheyde andere vermaarde mannen in prent met coleuren afgeset’, Catalogus [...] toekomende Joachim Oudaan Fransz, 1690. De autografen bevinden zich nu in het Gemeentearchief Rotterdam.
voetnoot24
Oudaan, De Roomsche Mogentheid, p. 4.
voetnoot25
Ibidem, p. 91 en 95. Eric Jorink, Wetenschap en wereldbeeld in de Gouden Eeuw, Zeven Provinciënreeks 17, Hilversum 1999, p. 1-4.
voetnoot26
Oudaan, De Roomsche Mogentheid, p. 2.
voetnoot27
‘Ik wensche, dat ik hier in [nl. penningkunde] zoo [...] weltreffende mag wezen, als die zeer geleerde mannen die ons hier in voorgegaan zijn: [...] mogelijk wie hier na wederkome, die insgelijks mij mijne feilen aanwijze [...] om de zelven eindelijk grondelijk te kennen, en wijsselijk te verbeteren’. Ibidem, p. 47.
voetnoot28
Ibidem, p. 7.
voetnoot29
Ibidem.
voetnoot30
‘Rijnsburg dan, mijne aantrekkelijke geboorteplaats (...)’. Ibidem, p. 30.
voetnoot31
H. van Wouw aan Joachim Oudaan, 17 juli 1652, Universiteits Bibliotheek Amsterdam [=UBA], handschriften L164. Vgl. ook: Oudaan, De Roomsche Mogentheid, p. 46.
voetnoot32
N. Borremans aan Joachim Oudaan, geen datum, UBA handschriften L12e.

voetnoot33
Marijke Spies, ‘De vergeten wereld van Johannes Goropius Becanus: over Antwerpse oudheden’, in: Optima 14 (1996) p. 97-102.
voetnoot34
E.K. Grootes, ‘De literator’, in: H.M. Beliën, A. Th. van Deursen en G.J. van Setten (red.), Gestalten van de Gouden Eeuw: een Hollands groepsportret, Amsterdam 1995, p. 349-381, aldaar p. 365.
voetnoot35
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 258.
voetnoot36
Jan Six was afkomstig uit een zeer rijke en welgestelde Amsterdamse regentenfamilie. Een groot deel van zijn leven wijdde hij aan de kunsten. De biografische gegevens in dit artikel zijn ontleend aan A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, Haarlem 1852-1878 en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, Amsterdam 1974.
voetnoot37
Oudaan, Poëzij, p. 333.
voetnoot38
Joost Verkruissen aan Joachim Oudaan. 22-9-1682, UBA handschriften L 92. Govard Bidloo aan Joachim Oudaan, 14-5-1675, Universiteitsbibliotheek Leiden [=UBL] PAP 2.
voetnoot39
Gordon (of Graauw) (1649-1669) kwam uit een aanzienlijke familie. Zij schreef dogmatische stichtelijke poëzie en stond in contact met andere dichters zoals Huygens.
voetnoot40
Questiers (1631-1669) was schilderes en dichteres en bevriend met veel letterkundigen.
voetnoot41
Verloove (1633->1695) was een Amsterdamse dichter en lid van de dichtschool van Jan Soet.
voetnoot42
Rooleeuw (gedoopt 1646-?) stamde uit een doopsgezinde koopmansfamilie en gaf enkele stichtelijke dichtbundels uit.
voetnoot43
Johannes Antonides van der Goes (1647-1684) was apotheker en arts. Hij was enige tijd lid van het literair gezelschap ‘Nil Volentibus Arduum’, maar vond dat het Vondel en zijn eigen ‘Ystroom’ teveel bekritiseerde.
voetnoot44
Bijvoorbeeld: Joachim Oudaan aan Karel Verloove, 18-9-1684. UBA handschriften GL 31.
voetnoot45
Saskia Stegeman, Patronage en dienstverlening. Het netwerk van Theodorus Janssonius van Almeloveen (1657-1712) in de Republiek der Letteren, Nijmegen 1997, p. 113-119 en p. 141-190.
voetnoot46
De Decker aan Joachim Oudaan, 26-07-1659, UBL PAP 2.
voetnoot47
Francius (1645-1704) was vanaf 1674 hoogleraar in de geschiedenis en welsprekendheid. Hij schreef ‘Lykklagt op den dood van Antonides [van der Goes]’.
voetnoot48
Blasius (1639-1672) was advocaat en hoogleraar in de geneeskunde aan het Atheneum in Amsterdam. Oudaan schreef in zijn Album Amicorum.

voetnoot49
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 172.
voetnoot50
Ibidem. Johannes Grillus aan Joachim Oudaan, 08-05-1670, Rijksmuseum het Koninklijk Penningkabinet Leiden [=RKPL] D 80 041. Theodorus Copius aan Oudaan, 25-07-1670, UBA handschriften L 33. Johan Witsen aan Joachim Oudaan, 24-03-jaar onbekend, UBA handschriften L 163 (de brief staat gearchiveerd onder Jacob Witsen die stierf in 1626 en onmogelijk met Oudaan gecorrespondeerd kan hebben).
voetnoot51
Van der Veen, ‘Delftse verzamelingen’, p. 117.
voetnoot52
Hero Galama aan Joachim Oudaan 23-09-1675, GAR 33 C 4404.
voetnoot53
Johannes Grillus aan Joachim Oudaan, 03-05-1670, UBA L 93. Idem, 08-05-1670, RKPL D 80 041.
voetnoot54
Petrus Charisius aan Joachim Oudaan, 26-11-1663, RKPL D 80 020.
voetnoot55
Oudaan, Roomsche Mogentheid, p. 16.
voetnoot56
Ibidem, p. 111, zie ook p. 1.
voetnoot57
Jacob Hackius aan Joachim Oudaan, 08-10-1672, UBA handschriften L97a. Idem, 31-05-1674, UBA handschriften L97b.
voetnoot58
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 254.
voetnoot59
Hero Galama aan Joachim Oudaan, 28-12-1675, GAR 33c 4404.
voetnoot60
Catherina Questiers en Cornelia van der Veer, Lauwer-strijt, Amsterdam 1665. Haar man Gerard van Reijnst bezat een schelpen- en penningenkabinet.
voetnoot61
O.a. Catharina Questiers, Johan van der Meer, Adriaan Knotter, Joris Syen, Diederik Trift en Jakob van Wouw.
voetnoot62
Johan Witsen aan Joachim Oudaan, 24-03 (jaar onbekend), UBA handschriften L163.
voetnoot63
Cornelis Witsen aan Joachim Oudaan, 1663, UBL PAP 2.
voetnoot64
Van der Veen, ‘Delftse verzamelingen’, p. 69.
voetnoot65
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 157.
voetnoot66
Bijvoorbeeld: Johan Honigh aan Joachim Oudaan, 17 december? (jaartal onbekend), UBA handschriften L103. Zie ook: Zijlmans, Vriendenkringen.
voetnoot67
Hogersius (1636-) was dichter en hoogleraar in de Latijnse letterkunde en moest in 1672 zijn staatkundige ambt neerleggen.
voetnoot68
Van Leeuwen (1625/27-1682/85) bestudeerde de Vaderlandse geschiedenis en het recht.
voetnoot69
Tollius (1633-1696) was secretaris van Nic. Heinsius, rector in Gouda en Leiden. Hij stierf in armoe.
voetnoot70
Gruterus (1610-1680) was zeer geleerd en schreef gedichten in het Latijn en het Nederlands.
voetnoot71
Gruterus was o.a. bevriend met Petrus Gassendus (1592-1655), Isaac Beeckman, Barlaeus en Casaubon. Hij kende o.a. de dichters Johan de Brune, Constantijn Huijgens, en Jacob Cats.
voetnoot72
Zijlmans, Vriendenkringen, p. 145-174.
voetnoot73
Melles, Joachim Oudaan, p. 21.
voetnoot74
Joachim Oudaan aan Engelbert van Engelen, jaartal onbekend, UBL PAP 2. Correspondentie tussen Nic. Borremans en Joachim Oudaan, UBA handschriften L12.
voetnoot75
Oudaan verdiepte zich in het socinianisme. Zijn bibliotheek bevatte zeven titels van Faustus Socinus, de grondlegger van het socinianisme, en een aantal van diens familielid Laelius Socinus (1525-1562). Ook bezat Oudaan diverse werken van Johannes Crellius (1590-1633), een sociniaan die zich bij de sekte in Polen aansloot. Crellius werkte samen met Joachim Stegmann (-1632), Jona Schlichting (1592-1661), en met de sociniaan Martin Ruarus (1588-1657), van wie Oudaan ook werken bezat. Zijn correspondentie bevat ook brief aan Stegmannus, misschien een familielid van Joachim.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken