Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Tweede Delfs Cupidoos schighje (1656)

Informatie terzijde

Titelpagina van Tweede Delfs Cupidoos schighje
Afbeelding van Tweede Delfs Cupidoos schighjeToon afbeelding van titelpagina van Tweede Delfs Cupidoos schighje

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (2.07 MB)

ebook (4.73 MB)

XML (0.17 MB)

tekstbestand






Genre

poëzie

Subgenre

liederen/liedjes


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Tweede Delfs Cupidoos schighje

(1656)–Arnold Bon–rechtenstatus Auteursrechtvrij

Vorige Volgende
[pagina 238]
[p. 238]

Quacken,

 
MAer watte dinghen? wie isser nou die seyt dat venus Seuntie blint is?
 
'TBlijckt seper wel aers, al hoe wel het maer een klein Kind is,
 
'tSiet nochtans gaeuw en och uyt zijn ooghen, 'tweet wel recht te micken:
 
'tIs so oolick als rottekruyt, 'tpast te lijdigh by zijn sticken
 
Die't maer eensjes in 't versigh krijght, en met sijn pijltjen raeckt,
 
Die moet voort al had hy een bord voor't gat, ja al was hy van hard Stien emackt.
 
Wilje't niet geloven? siet maer eens aen dit nieu ghebacke Paertje,
 
Wat Fielesoop, sou dat eprofeteert hebben over een hallef jaertje,
[pagina 239]
[p. 239]
 
Datse van daegh sulcke koomen schop souwen doen, en even wel ist waer:
 
Wat selmen dan seggen? 'tis al mee van Cuypidoos Volckje
 
'Haer pisje kruylt al ziet daar trouwens ja een mens is oock geen kruywagen,
 
Niet waer Bruygom? maer hoe hadje in die Franse Dametjes gien meer behagen?
 
Of meendenje, alsje dat weelige goetje aen boort quaemt, datje soude worden verkracht?
 
't Is oock soo men heeft zijn eyghen goet niet altijt in sen macht.
 
Men wort dickmael overheert van zijn eygen vleys en bloet en dan ist och lacy, och, armen?
 
Had ick dit, of had ick dat niet gedaen, t'spijtmen in mijn darmen:
 
Nu dat is tot daer en toe Bruygom, laet nou maer blijcken datje bent een Man,
 
Toont datter byloo wat meer in je steeckt als in een houten St. Jan.
[pagina 240]
[p. 240]
 
Stap weg met jou sije kousen, en jou af gesaegden broock j'hebt het bruyt ie
 
Al binnen boort de koop is klaer, de vracht is iou, steeck of je schuytje,
 
Laet voort gaen, 'tis vlack voor't laken: maer ziet datje wel op't stieren past?
 
Op datje de rechte haven meught beseylen, en onderwege niet ergens vast
 
Komt te raken al moetjer 'tiouwe dickmael inscieten, wilt daerom niet verflouwe u,
 
Lieve man 'tmoet soo wesen selmen anders zijn geslacht in eeren houwen.
 
'tIs niet altijt voor wint, en voor stroom: daer komt oock wel een rackje in de wind
 
Maer dat's niet met al, je moet eeven kloeck de fock uythouwen, al souwer een kint
 
Van komen 'tis wel meer ebeurt dat de seyltjes aen tween spleten
 
Alsmen al te schery by de wind seylde, maer die smart wort
[pagina 241]
[p. 241]
 
haest vergeten
 
Wanneer men maerieus aen bie rijcke winst denckt diemer mee overgaert.
 
Ist niet soo bruydje? wel hoe, je benter ymmers niet door vervaert?
 
Neen neen 't zijn geen brocken om te verpruylen, 'tis geen gelagh om te verlopen,
 
Set vry e voet by stick, ick versekerje't selder soo hol niet of lopen:
 
Komje daervan te sterven so selje door wesen alsje niet meer en leeft.
 
Pup, pup 'kwedder niet een Meysje in dit selscop is dat daer voor beeft:
 
't Is te mal om of te kallen: Wat soumen daer voor vresen?
 
De Speulmeysjes selfs wenssen oock wel in sulcken scuytje te wesen
 
Om uyt speulen te varen, alsse maer een stierman hadden na heur zin.
[pagina 242]
[p. 242]
 
Trouwens, 'tis mensselijck, een yder past op zijn gewin.
 
't Eenigh slapen heyt ook niet om vt lijf dat moetmen bekennen
 
Alle dingh moet zijn eys hebben sey besje hanen passen wel by hennen.
 
Nou den tijt moet te kort wesen, ick zie de Bruyd is dese quacken al moe
 
En den Bruygom zit vast en vlamt als een hond op een ziecke koe:
 
Hy woud wel dat hy met haet al aen een kant was om zijn koers voort te setten,
 
Nae Middelburgh toe wel Speulen eysjes gy wilt ummers gien goe saken beletten,
 
Eye y helpt de luytjes tog by mekander, so meughen sy haer lust voldoen,
 
j'Hebt geen reden om door haer bekommert te wesen se sellen mekander gien seer doen
 
Ick staeder borgh voor, sy zijn maets als olyfanten, 'tis al ien bien: en ien vleys
[pagina 243]
[p. 243]
 
Laetse begaen: wy sullen ondertussen iens gaen drincken op heyr goe reys.
 
Wel wie brenght het mijn dan eens? mijn lever is al schier verdroocht van 't langh preken:
 
Daerom schey icker oock uyt, voortie't wel goeluytjes ick selder een spelletie by steken.
 
 
 
Soo wie dees quacken niet en smaken,
 
Die geeftse aen de vullis man:
 
Of wil hyer noch yet of maken,
 
Hy maker potegysies van.

Elck zijn keur.

FINIS.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken