Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Groot lied-boeck (1975-1983)

Informatie terzijde

Titelpagina van Groot lied-boeck
Afbeelding van Groot lied-boeckToon afbeelding van titelpagina van Groot lied-boeck

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (13.95 MB)

XML (3.28 MB)

tekstbestand






Editeurs

A.A. Keersmaekers

F.H. Matter

Garmt Stuiveling

C.F.P. Stutterheim

P.J.J. van Thiel

F. Veenstra

C.A. Zaalberg



Genre

poëzie

Subgenre

gedichten / dichtbundel
liederen/liedjes


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Groot lied-boeck

(1975-1983)–G.A. Bredero–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende

CLXXIV Christelijcke Ridder

I: 553-555

Vroom lied vol bijbelse ontleningen, dat oproept om een strijder Gods te zijn.

Beginregel: Wat staet ghy dus en suft? waer toe dit tril gecidder?

Vindplaatsen: Groot Lied-boeck 1622 III: 23-24, met illustratie; Liedt-boeck 1644: 51; Liedt-boeck 1677: 56-57; Kalff 1890: 528-529; Knuttel 1929: 199-200; Van Rijnbach 1944: 299-300.

Omvang: 36 verzen, negen strofen van 4 regels.

Versvorm: alexandrijnen met regelmatige cesuur; omzettingen in de vzn. 4, 6, 9, 26, 28, 29 en 33; er zijn talrijke overbetoningen.

Rijmschema: a b a b.

Melodie: Matter 1979, blz. 215.

Varianten
Groot Lied-boeck 1622 Liedt-boeck 1644
23 Heer die is Heer is

3 een Christelijke Ridder: Zie 2 Tim 2: 3: Ghy dan, lijdt verdruckinghen, als een goet krijchsknecht Jesu Christi. Zie voor dit gedicht en de bijbehorende illustratie ook Keersmaekers 1979, blz. 60-71.

[pagina 457]
[p. 457]

5 Treet aen: Zie Ef. 6: 11-14: Doet aen alle Wapenen Godts, op dat ghy meucht staen tegen de listen des Duyuels. Want wy en hebben den strijdt niet teghen vleesch ende bloet, maer teghen de Ouerste, teghen de Machten, tegen de Geweldighe der Wereldt, der duysternisse deser eeuwen, teghen de gheestelijcke boosheden inder lucht.

9 Vat den Schild des geloofs: Zie Ef. 6: 16-17: Bouen al, neemt aen den Schilt des geloofs, waer mede ghy lieden meucht alle de vyerighe pijlen des boosen wtblusschen. Ende neemt den Helm der salicheyt, ende het sweert des Gheests, het welcke is Gods Woort.

10 En u lendens begort: Zie Ef. 6: 14: Soo staet dan, uwe lenden ommegort hebbende met der waerheyt, ende de borst bedect met de rechtueerdicheyt.

11 Weest nuchteren en waeckt: Zie 1 Petr. 4: 7: Ende aller dinghen eynde is nae by. Weest dan nuchteren, ende waeckt tot ghebeden. Ook 1 Petr. 5: 8: Weest nuchteren, waeckt, want uwe wederpartye de Duyuel gaet omme als een brieschende Leeu, soeckende wien hy verslinde.

14 Maer met den ouden Slangh: Zie Gen. 3: 1: Ende de Slanghe was listiger dan alle dieren op den velde, die Godt de Heere gemaeckt hadde. Vgl. ook Openb. 20:2.

15 VViens inspreecken wy ten gronde enz.: De eerste vershelft heeft in metrisch opzicht een syllabe te weinig. Aangezien het vs. door de twee klemtonen op in- en spree- nooit volstrekt regelmatig kan zijn, is het moeilijk te beslissen wáar die syllabe moet worden ingevoegd. Mogelijk heeft er in het hs. VViens valsch inspreecken gestaan.

20 En blyft den Heer ons by enz.: Zie Rom. 8: 31: Wat sullen wy dan hier toe seggen? So Godt voor ons is, wie is teghen ons?

24 Hy laad niet op den mensch enz.: Zie 1 Kor. 10: 13: ende God is getrouwe, de welcke v niet en sal laten versocht worden bouen uwe vermeugen.

25 Beproeft u selven recht: Zie 2 Kor. 13: 5: Ondersoeckt v seluen, oft ghy in het gelooue zijt: beproeft v seluen.

30 En strydet met den Heer enz.: Zie 1 Tim 6: 12: Strijt eenen goeden strijdt des geloofs: grijpt nae het eewighe leuen tot het welcke ghy gheroepen zijt.

31 Dat ghy den zegen wint: Het valt niet uit te maken, of binnen dit martiale gedicht zege, dan wel binnen dit stichtelijke gedicht zegen zal zijn bedoeld. Dat er den staat, terwijl zege een vrouwelijk woord is, kan in Bredero's taalgebruik geen argument zijn. Vgl. ook Openb. 21:7.

32 Op den Eer-wagen schoon: Zie Luk. 15: 7: Ick segge v lieden, dat daer also sal blijschap wesen in den Hemel ouer eenen (Sondaer) die hem bekeert, meer dan ouer neghen ende tneghentich Rechtueerdighe, die gheen bekeeringhe en behoeuen.

33 Opperste Prins en Heer: Hoewel de term Prins hier kennelijk God betekent, is de plaatsing in de aanhef van de slotstrofe toch een rederijkersrelict. Het lied

[pagina 458]
[p. 458]

heeft trouwens, ondanks de alexandrijnen, méer rederijkerselementen: het redenerende karakter ervan, en de achtergeplaatste bijv. bepalingen in de vzn. 27 en 32. Bovendien is de alexandrijn stug van tegenaccenten, die zelden een emfatische functie hebben.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken