Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Julia (1982)

Informatie terzijde

Titelpagina van Julia
Afbeelding van JuliaToon afbeelding van titelpagina van Julia

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (2.44 MB)

XML (0.58 MB)

tekstbestand






Editeurs

J.J. Kloek

A.N. Paasman



Genre

proza

Subgenre

roman


In samenwerking met:

(opent in nieuw venster)

© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Julia

(1982)–Rhijnvis Feith–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
Regelnummers proza verbergen
[pagina 115]
[p. 115]

De troost.

1Iets, mijne julia? - alles! - Spreek, wil slechts, en het onmo-2gelijke zelfs wordt mij mooglijk. - Ja, ik zal leven - en niet geheelGa naar voetnoot2 3ongelukkig zijn, wijl gij mij bemint. o Mijne dierbaare Zielvriendin! 4- hoe vertroostend - hoe levenherstellend was mij de jongste 5verzekering uwer liefde! - Met zulk een zachtademend gevoel allesGa naar voetnoot5 6te vergeven en dan nog zaligheid op eenen misdaadigen uittestortenGa naar voetnoot6 7- o julia! eenigste Schepster van mijn geluk! - hoe kent mijn hartGa naar voetnoot7 8u aan dien eenen trek! - Wie kwam de Godheid ooit nader dan gij,Ga naar voetnoot8 9en wie bezat teffens in eene ruimer maat al het aanminnige der 10Menschheid? - En ik heb u kunnen verdenken? - neen, mijneGa naar voetnoot8-10 11julia! ik verdacht uwe liefde niet, maar mijn hart, verzonken onder 12uw gemis, zag de geheele Natuur als één foltertuig aan - alles 13pijnigde mij! - niets bleef mij meer overig dan uwe Liefde - haar te 14verliezen was vernietiging voor mij! - - In zulke bedwelmende 15oogenblikken van vertedering en ellende vreest men het verlies vanGa naar voetnoot15 16zijne jongste en dierbaarste bezitting, en naar maate zij dierbaarer is, 17dringt de vrees met meer geweld, zelfs in een hart, dat geen enkle 18reden van vertwijffeling heeft. - Uwe liefde was mij alles - konde 19ik gerust zijn toen mij door uwe afwezendheid de geheele natuur 20ontzonk? - en uw hart mij alleen overig bleef? - julia! gij waartGa naar voetnoot19-20

[pagina 116]
[p. 116]

21het Heelal voor mij! - mijn leven, mijne vreugd, mijn verstand, 22mijne deugd, mijne zaligheid! - Buiten u was ik den gevoelloozen 23stofklomp gelijk - door u bezield, was ik vatbaar voor de grootheidGa naar voetnoot22=23 24van den Engel. - Neen! ik heb nooit hartgrondig aan uwe liefdeGa naar voetnoot24 25getwijffeld - het eigen oogenblik had mij zien sterven - eenen 26geweldigen, pijnigenden dood zien sterven - en de Eeuwigheid -Ga naar voetnoot25-26Ga naar voetnoot26 27de geheele lange Eeuwigheid zou mij een ijdelgapend ruim - deGa naar voetnoot27 28Onsterflijkheid een straffende last geweest zijn. - Gij alleen kuntGa naar voetnoot26-28 29mij eene Eeuwigheid vervullen - gij alleen mijn hart voor eeneGa naar voetnoot29 30Eeuwigheid doen gevoelen! - - - o mijne julia! op dit oogen-31blik is dat hart geheel liefde, geheel tederheid - het fijnste gevoel 32stroomt door alle mijne aderen en naauwlijks kan ik van het verhe-33venst genoegen ademhalen - maar mijne pen, mijne woorden be-34zwijken - en vruchtloos poge ik mijne gewaarwordingen uit te 35drukken. - Neen! ik ondervinde het, er is nog geen taal voor 36't gevoel - of het moesten de traanen - de gezegende traanen zijn 37- ja! zij zijn het - zij ontlasten thans mijne geprangde borst - zijGa naar voetnoot37 38komen mijne flaauwe woorden te hulp en alles wordt uitdrukking!Ga naar voetnoot38 39- julia! gij ziet thans de traanen niet langs mijne wangen vloeien 40- uwe traanen vermengen er zich niet mede - uwe hand droogt ze 41niet af - - die gelukkige tijd is verdwenen - de smartelijke en 42verkwikkende gedachtenis is er nog alleen van overig - zal erGa naar voetnoot42 43eeuwig van overig zijn! - maar gij zult gevoelen, wat ik gevoel - 44Heeft uw hart ooit woorden nodig gehad om het mijne te verstaan?

[pagina 117]
[p. 117]

45- Ja! ik ben nog gelukkig in al mijn smart - zij zelve wordt mij 46dierbaar - mijne ziel verwijdt zich elk oogenblik - mijne gewaar-Ga naar voetnoot4647wordingen worden verhevener - ik durfde u beminnen, julia! -Ga naar voetnoot47 48en zoude ik in waare grootheid niet toenemen? - Strelende ge-49dachte! julia waardiger te worden - eens haar te bezitten - aan 50alle haare behoeften te voldoen - geen enkel ledig vakje in haar hartGa naar voetnoot50 51open te laten! - - Aanminnige hoop! - alles week van mij, maarGa naar voetnoot51 52gij bleeft mij bij - onder uwen verzachtenden adem verliezen de 53doorens, die ik op mijnen weg ontmoet, hunne stekeligheid en roo-54zen ontluiken voor mijne oogen in een lang verschiet - julia!Ga naar voetnoot54 55wanneer zal mijn voet dit verschiet bereiken? - hier? - hier die 56gelukkige Aardbewooner zijn? - of in de Eeuwigheid? - ten min-57sten (wat lijdt mijn hart onder dit: ten minsten!) daar zeker - 58stoorloos - eindeloos! - daar zal alles liefde, alles gevoel zijn! - - -Ga naar voetnoot58 59heilig, van het vuil der menschlijkheid gezuiverd gevoel zijn! - - - 60Leven van mijn leven! Ziel van mijne ziel! - o mijne julia! - ikGa naar voetnoot60 61bezwijke van aandoening - mijne hand beeft van genoegen - en 62toch ben ik treurig - de pen ontzinkt mij - o deel, deel in mijne 63zaligheid! -

 

* * *

voetnoot2
Ja, ik zal leven: In antwoord op Julia's bezorgdheid uitgesproken in het vorige hfdst., verklaart Eduard hier dat hij niet door een onzorgvuldige levenswijs zijn dood zal verhaasten.
voetnoot5
zachtademend: (hier) mild.
voetnoot6
eenen misdaadigen: (hier) iemand die iets misdaan heeft.
voetnoot7
kent: (hier) herkent.
voetnoot8
trek: karaktertrek.
voetnoot8-10
Wie kwam ... Menschheid: Enerzijds staat Julia met haar edele karakter dichter bij het goddelijke dan wie ook op aarde, anderzijds overtreft niemand haar in menselijke bevalligheid. De Godheid en de Menschheid betekenen hier respectievelijk de goddelijke en de menselijke hoedanigheid, het goddelijke en het menselijke.
voetnoot15
vertedering: aangedaan-zijn.
voetnoot19-20
toen mij ... de geheele natuur ontzonk: toen ... de hele schepping voor mij verloren ging.
voetnoot22=23
Buiten u ... gelijk: vergelijk p. 105 r. 25-26 en de aant. aldaar.
den gevoelloozen stofklomp gelijk: zo ongevoelig als een brok materie.
voetnoot24
hartgrondig: in de grond van mijn hart.
voetnoot25-26
het eigen oogenblik ... dood zien sterven: Eduard zegt hier in feite dat op het moment dat hij werkelijk aan Julia's liefde zou twijfelen, hij zou sterven.
voetnoot26
geweldigen: (hier) hevige, verschrikkelijke. Voor de mogelijkheid dat gewelddadig bedoeld wordt (gewelddadige dood: zelfmoord), biedt de context weinie aanknopingspunten.
voetnoot27
ijdelgapend ruim: leeg-gapende ruimte.
voetnoot26-28
en de Eeuwigheid ... last geweest zijn: m.a.w. Eduard ambieert geen eeuwig leven zonder Julia.
voetnoot29
vervullen: inhoud geven, volmaakt maken.
voetnoot37
geprangde: benauwde.
voetnoot38
uitdrukking: expressie, nl. van het gevoel.
alles wordt uitdrukking: de ‘flaauwe woorden’ samen met de tranen worden geheel gevoelsexpressie.
voetnoot42
gedachtenis: herinnering.
overig: over.
voetnoot46
mijne ziel verwijdt zich: d.w.z. een vorm van bewustzijnsverruiming komt tot stand.
voetnoot47
durfde: mocht. (Verg. het Duitse dürfen. De modaliteiten van de hulpwerkwoorden lagen in de 18e eeuw minder vast dan tegenwoordig.)
voetnoot50
vakje: plekje, ruimte.
voetnoot51
Aanminnige: liefelijke, dierbare.
voetnoot54
in een lang verschiet: in een ver vooruitzicht (of, in een langdurig vooruitzicht?).
voetnoot58
stoorloos: ongestoord, zonder dat het verstoord kan worden.
voetnoot60
Leven ... ziel!: analogie van Genesis 2:23 (‘been van mijne beenen en vleesch van mijn vleesch’). Eduard bedoelt dat Julia het wezen van zijn leven en van zijn ziel uitmaakt.

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken