Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Verzen (1980)

Informatie terzijde

Titelpagina van Verzen
Afbeelding van VerzenToon afbeelding van titelpagina van Verzen

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (0.95 MB)

XML (0.37 MB)

tekstbestand






Editeur

Enno Endt



Genre

poëzie

Subgenre

gedichten / dichtbundel


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Verzen

(1980)–Herman Gorter–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende
[pagina 118]
[p. 118]

[De lente - ik sta midden in haar -]aant.

 
De lente - ik sta midden in haar -
 
o daar komt ze daar daar
 
daar vliegt ze op mij aan, ze zoent me,
 
ze zoent me, ze zoent me en ze noemt me
 
haar zoete ademen, woord voor woord;
 
o en daar vliegt ze voort
 
de honnege fladderende lente,
 
daar naar de verte, daar naar de horizonnerige tenten,
 
de zilveren, zilvervoetige, zilverhandige lente,
 
de zomerige lente.
 
 
 
Kijk nu, ze strooit den zomer rond
 
die vliegt om haar rond
 
uit haar mond,
 
rond haar boezem, haar gladde rug, haar beenen
 
zoo donslicht omschenen,
 
ze gaat langs de horizonnen
 
maar aldoor omme,
 
ze heeft toch zoo veel, ze kan geven
 
wel, zie het lichte sneven
 
van al dat kwijnende levende stervende opflikkerend licht
 
en daar midde' in haar gezicht
 
zie je het wel, zie je het wel -
 
hoe licht hoe wit hoe goud hoe schel,
 
hoe kunnen we het toch verdragen
 
van ochtend tot avonddage,
 
kom weer, kom bij me weer
 
gij mijn lieve, mijn lieve, lieve, lieve oogenbegeer.
[pagina 119]
[p. 119]
 
O ze valt op mijn borst,
 
haar mond midde' in de dorst
 
van mijn mond, haar roode zachte weeke punttong -
 
't is of ze heelemaal in me drong.

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken