Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Gedichten. Deel 2 (1900)

Informatie terzijde

Titelpagina van Gedichten. Deel 2
Afbeelding van Gedichten. Deel 2Toon afbeelding van titelpagina van Gedichten. Deel 2

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (2.92 MB)

Scans (5.60 MB)

XML (1.50 MB)

tekstbestand






Editeurs

Pieter Leendertz Wz.

F.A. Stoett



Genre

poëzie

Subgenre

verzameld werk
gedichten / dichtbundel
liederen/liedjes


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Gedichten. Deel 2

(1900)–P.C. Hooft–rechtenstatus Auteursrecht onbekend

Vorige Volgende

Bijlage II.
Voorbericht van den drukker van de Theseus ende Ariadne, anno 1614.

aen den const-lievende leser.

 

T'is een spreeck-woordt, zo warachtich als ghemeen, Goede waer prijst sich selven. Daerom dunct my gantsch onnodich, langhe ende verre gesochte tytelen van lof, voor dit stuck wercks te stellen, van welcken den Autheur, nu overlang, by allen die een onvervalschte smaeck van riicke, soetvloeyende, gheleerde dichten hebben, ontfangen is voor 't Hooft, ende d'Eere van ons Vaderlant in desen; jae dat meer is van onser Ewe. Ick vrese dat dese vermeerderende geliickenisse hatich soude mogen wesen, miins bedunkens nochtans isse warachtich. De Venusiinsche Flaccus aenwysende in zijn Dicht-kunst wien onder de dich(t)eren den hoochste lof toecomt, secht aldus:

 
Omne tulit punctum qui miscuit utile dulci.

dat is:

 
Dees sal wech-draghen van all' d'hoochste lof,
 
Die 't nut vermenght met 't zoet in 't schryvens stof.
[pagina 460]
[p. 460]

Maer wien sult ghy my gheven welcken hier inne de onse niet verre overtreffet? Wat heeft den hooch-vermaerden Virgilium, tot een Prins onder de oud-beroemde Latijnsche dichters ghestelt, anders, dan dat hy de voornaemste der Grieckscher dichteren Homerum, met suyvere woorden zijns taels, eygentliic, seer nau ende stateliick uytghebeeldt heeft? So sal dan oock onsen Hooft boven de dichters van onsen tyden ende tale uytstekende blyven, overmidts dat hy op 't naeste, eygentliickste ende statichste, immers so gheluckeliick, als wel sonder voorgangher, den Prins der Latiinsche dichteren Virgilium nageboost heeft. Nu en reppe ick niet een woord van Horatius, die sin-riicke sonde-straffer ende zede-vormer, wiens sententien als ick in deses schriften lese, geliickser veel, dick ende bol, niet te min wel gheschickt als een blinckende diamant in 't rode goud, te vinden ziin, dan dunckt my twyfel waerdich te wesen (ist dat miin de liefde van ons Moeders-tale niet en verblindt) ofter niet een meerder guer ende cracht in des onses vertalinghe is. Anderen, die nochtans niet als kinderen in dese saecke oordelen, vergheliicken ziin Spelen met de Spelen van den hoghen Sophocles, die seer Princeliick, ende met eenderhande majesteyt, om so te spreken, in ziin dichten voorttredende is. In 't cort, daer en is nauweliick yet bysonders ofte ghedenckwaerdichs hier ende daer ghespreydt in verscheyden oud-beroemde dichters, waerduer sy so veel verleden tiids ende verghetelheyds geovert hebben, 'twelck niet by den onsen neffens een vergadert is, ende dat met een sonderlinghe bevallicheydt. Daerom so en ist gheen wonder, dat ick hem het Hooft ofte d'Ere noeme van de dichteren onses Vaderlands, jae van onser Ewe, die van de voorgaende de eerste, ende van de volghende de beste is, welcken oyt bestonden de verscheyden colueren, soete betreckselen, eygentliicke bewoordinghe der ouwling naemhaftighe dichteren in ons Moeders tale uyt te drucken. Dat wy dan warachtich toonen te wesen, en behoort gheensins hateliick te ziin: Want des bekende waerheyds glans so crachteliick aenlockt, dat een yder ziins minnaer worden moet, uytghenomen alleen de bose ende gantsch verkeerde, den welcken dan oock ten lesten ziin eyghen boosheyd verblindt. Niemand behoort sich oock te bedroeven dat de voorgaende dichters nu te langhe lesten een Hooft (geliick haer volmaectheyd) van miin aengewesen wordt, dat de volgende een oorspronck ontfangen bij den welcke sy blyvende, des beweeghliickheyds alrede, ende des levens in toecomende tyden soude moghen deelachtich wesen.

Leest beminde Leser dit Spel van Theseus ende Ariadne, dat wy aen alleman nu eerstmael duer den druck ghemeen maecken (ick verhope met goede gunst en believen des Authuers, ten minsten met duldich ghedoghen, want wy den toesicht des naedruckens hoogheliick aen den Drucker belast hebben) leest segge ick aendachteliick, ende ghy sult met ons van een gevoelen worden.

 

Vaert wel, in Amsterdam den 30 Iulii, Anno 1614Ga naar voetnoot1).

voetnoot1)
Deze regel is in den druk van 1628 weggelaten.

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken