Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663 (1916)

Informatie terzijde

Titelpagina van Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663
Afbeelding van Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663Toon afbeelding van titelpagina van Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (4.23 MB)

XML (2.18 MB)

tekstbestand






Editeur

J.A. Worp



Genre

non-fictie

Subgenre

non-fictie/brieven


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Briefwisseling. Deel 5: 1649-1663

(1916)–Constantijn Huygens–rechtenstatus Auteursrecht onbekend

Vorige Volgende
[pagina 44]
[p. 44]

5046. J. van Wassenaer. (H.A.)

Wilt gij den bijgaanden brief, als gij hem goed vindtGa naar voetnoot1), aan burgemeester AlmondeGa naar voetnoot2) zenden? Het is ‘myn eenen duyren administrateur van de Vorensce domeynen .... Wy syn van avont hier te Haerlem gekoomen, alhoewel ick myn brieff wt den Haech gedateert hebbe; morgen vroech gaen wy naer Amsterdam; kan ick daer met fatsoen van Ma MereGa naar voetnoot3) koomen, soo sal ick daer myn afsceyt nemen en, soo niet, haer te Viaenen aen Hans WolfaertGa naar voetnoot4) opofferen; vandaer voort naer den Haech en dan voort Syn Hooch.t ergens gaen vinden, of ick soo geluckich was, van hem enigen dienst te kunnen doen’. Haerlem, desen 16 Jun. 1650.Ga naar voetnoot5)

voetnoot1)
Huygens vond den brief niet goed en zond hem niet aan Almonde. Want er komen de volgende zinnen in voor:
‘Ick soude U.E. hiervan mondeling versekert hebben, indien ick niet noodsackelijck een reys naer Amsterdam hadde moeten doen. Sal U.E. dan oock door desen bidden, toch sooveel gemacks als mogelijk is te willen brenghen tot dat groote werck, om hetwelcke Sijn Hoocheit geresolveert heeft een keer in alle de steden van Holland te doen. Ick verklaer voor Godt, dat het geen eygen intrest is, dat mijn doet spreken, maer een puyre genegentheit, die ick hebbe voor den dienst van den Staet, die ick meen, dat nergen beter met kan betracht werden, als dat men alle mogelijcke devoiren doet, om de provincien in goede unie ende eenicheit te houden, dat is, mijns oordeels, de beste mesnage, ende als dien bandt eens gebroken was, soo kan ick niet sien, dat de particuliere mesnage van de Heeren van Hollandt ons sou kunnen salveren, dat wij niet verloren en gingen.’
De brief van Wassenaer aan Almonde is naar een afschrift van Huygens en met diens aanteekening (zie noot 5) uitgegeven door Dr. J.A. Wynne in De geschillen over de afdanking van 't krijgsvolk ..... in de jaren 1649 en 1650 (in Werken v.h. Hist. Gen., Nieuwe Serie, No. 41), Utrecht, 1885, blz. 163-165.
De Stadhouder zou juist den Briel bezoeken met vier leden der Staten-Generaal, om er, evenals in de andere steden van Holland, te verzoeken, dat men zich van alle afzonderlijke afdanking van krijgsvolk zou onthouden.
voetnoot2)
Pieter van Almonde was in 1645, 1648 en 1650 burgemeester van den Briel.
voetnoot3)
De moeder van Wassenaer heette Anna Randerode van der Aa. Maar misschien is hier iemand anders bedoeld.
voetnoot4)
Nl. de graaf van Brederode.
voetnoot5)
Bij het afschrift van den brief van Wassenaer aan Almonde schreef Huygens in margine het volgende:
‘Het principal van desen, geschreven met de eighen hand van den H.r van Obdam, hebb ick hem door handen van de Vrouwe van Merode, syne suster, doen restitueren den 6e May 1655, korts naer den ondienst, die het hem gelieft hadde mij te helpen doen, in 't vervolgh van mijnen oudsten sone tot de raedsheers plaetse in 't hof van Holland, tot een vreemde erkentenisse van de menighvuldighe diensten die ick hem hebbe gedaen, als ten deele blycken kan uijt de brieven hier by liggende, ende hem ende alle de syne over ende over bekent is. Men oordeele, of ick wraeckgierigh ben geweest.’

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Over het gehele werk

auteurs

  • over André Rivet

  • over Willem Boreel

  • over Nehemia Vegelin van Claerbergen

  • over Marcus Zuerius van Boxhorn

  • over Jacob Westerbaen

  • over Andreas Colvius

  • over Henrick Bruno

  • over Christiaan Huygens

  • over Dirck Graswinckel

  • over Isaac Gruterus

  • over Jacob van der Burgh


Over dit hoofdstuk/artikel

datums

  • 16 juni 1650