Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants (1971)

Informatie terzijde

Titelpagina van Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants
Afbeelding van Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des VerstantsToon afbeelding van titelpagina van Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (14.75 MB)

XML (2.78 MB)

tekstbestand






Genre

proza

Subgenre

vertaling
non-fictie/naslagwerken (alg.)
non-fictie/kunstgeschiedenis


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Cesare Ripa's Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants

(1971)–Dirck Pietersz. Pers–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende

Pericolo. Gevaer.

Een Ionghman die al wandelende door een veld dat vol kruyden en bloemen staet, op een Slange treet, die sich ommekrullende, wrecdelijck toeschiet, om hem in sijn been te steecken, staende aen sijn rechter hand een steyle hooghte, en aen de slincker een snelloopende reviere, steunende op een seer kranck riet, siende van den Hemel eenen blixem afschitteren.

Alhoewel het leven der Iongen, soo wel als der Ouden bedrieghlijck en twijfelachtigh is, nae 't geene de Heere Christus seyt, Weest bereyt, want ghy weet noch ure noch tijt, niet te min, soo is de Ionge in meer gevaer als de Oude, en dat om sijne kracht, moedigheyt en stoutigheyt, diewelcke doet, dat hy sich onbedachtelijck waeght en in ontallijck gevaer en perijckel stort.

Dese beeldnisse van dat een Iongelingh in een bloemrijck veld gaet en van een Slange gebeten wort, is gebeurt te Bagnacavalla 1615 aen een Ionghman, die al wandelende door een lustige plaetse met een Roer op de

[pagina 164]
[p. 164]

schouderen gingh, en die een Slange gewaer wordende, sijn Roer daer op aen leyt om dienselven te doorschieten, maer het Roer barstende, brenght hy sich selven om hals, en de Slange ontkomt het, gelijck door een klaghdicht is uytgedruckt.



illustratie

Men soude het Roer oock wel by 't perijckel mogen passen, om datter naulijx iet gevonden wert, dat gevaerlijcker is, vermits het den vyanden niet met sijn wille doodet maer oock tegen sijn wille sijn eygen vrienden, ouderen, jae oock den persoon selve die het draeght, en dickwijls, als die geene, die 't Roer draeght, sijnen Vyand oock niet wil doorschieten, dan barst het los.

Het wandelen door eenen weg vol kruyden en bloemen, en van de Slange een onvoorsiene steeck te krijgen, geeft te kennen, dat de Mensche wandelende door de gebloemde wegh van de verganglijcke voorspoet deses Werrelts, wort, wanneer hy daer minst om denckt, door een ellendigh ongeluck overrompelt. Men konde oock seggen, dat de wegh vol bloemen tusschen een steyle hooghte en een stortende reviere gelegen, terwijle men het wandelpat van dit arme leven, door den wegh van genughten en Werreltsche wellusten, passeert, bediet, dat het seer veele gevaer, soo te waeter als te lande, met sich sleept; en dat wy, wandelende sonder deughdlijcke en eedele overleggingen, of ons storten in de Zee der Ellenden, of ons storten in de eeuwige verdoemenisse.

Het Ried, bediet de broosheyt van ons leven, dat altijt in gevaer staet, om dat het sich meestendeel leunt op swacke en broose dingen, en niet op die, die te recht-loflijck en aenmercklijck zijn.

De blixem, op de maniere als geseyt is, vertoont ons, dat wy niet alleen op det aerde en op 't waeter ontallijcke periculen zijn onderworpen, maer dat ons boven dieselve de drijvingen des Hemels, noch dreygen, diewelcke daer in haere werckingen storten, soo veele zy mogen: soo dat men kan seggen, dat God dickwijls toelaet, dat wy om onse sonden en misdaeden worden gestraft, en dat door verscheyden toevallen en wangunsten, die ons overkomen. Daer over segt Paulus, als de Sonde sal vervult zijn, soo baertse den Dood. Also dat geen Menschlijck vermogen, kan tegenstand doen, aen de macht des geenen, diewelcke wetten en paelen in alles gestelt heeft. Het heeft Aeschilus de Poeet niet geholpen, dat hy in 't veld wandelende, het gevaer des doods, dat hem voorseyt was, sochte te ontvlieden: Want een Adelaer dragende eene Schildpadde in sijne klauwen, sagh van boven uyte locht, den kaelen en grijsen kop, van desen ongeluckigen Poët, en meenende dat het een blinekende steen was, liet dienselven, daer van boven op vallen, sulx dat hy, op dien selven dag, om 't leven quam, waer in hy vreesde, dat hy sterven soude, gelijck Plinius in 't X boeck in 't III cap. verhaelt.


Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken