Skiplinks

  • Tekst
  • Verantwoording en downloads
  • Doorverwijzing en noten
Logo DBNL Ga naar de homepage
Logo DBNL

Hoofdmenu

  • Literatuur & taal
    • Auteurs
    • Beschikbare titels
    • Literatuur
    • Taalkunde
    • Collectie Limburg
    • Collectie Friesland
    • Collectie Suriname
    • Collectie Zuid-Afrika
  • Selecties
    • Collectie jeugdliteratuur
    • Basisbibliotheek
    • Tijdschriften/jaarboeken
    • Naslagwerken
    • Collectie e-books
    • Collectie publiek domein
    • Calendarium
    • Atlas
  • Periode
    • Middeleeuwen
    • Periode 1550-1700
    • Achttiende eeuw
    • Negentiende eeuw
    • Twintigste eeuw
    • Eenentwintigste eeuw
Tvoyage van Mher Joos van Ghistele (1998)

Informatie terzijde

Titelpagina van Tvoyage van Mher Joos van Ghistele
Afbeelding van Tvoyage van Mher Joos van GhisteleToon afbeelding van titelpagina van Tvoyage van Mher Joos van Ghistele

  • Verantwoording
  • Inhoudsopgave

Downloads

PDF van tekst (4.98 MB)

ebook (5.21 MB)

XML (1.69 MB)

tekstbestand






Editeur

Renaat J.G.A.A. Gaspar



Genre

proza
non-fictie

Subgenre

reisbeschrijving
non-fictie/reportage


© zie Auteursrecht en gebruiksvoorwaarden.

Tvoyage van Mher Joos van Ghistele

(1998)–Ambrosius Zeebout–rechtenstatus Auteursrechtelijk beschermd

Vorige Volgende

(II, 21)

[D]us dese voorseide heleghe plaetsen ghevisiteert hebbende ende voort gaende, zo comt men teender steenender brugghen, streckende over tdal van Josaphat, daer wat waters onder pleecht te loopene alst zeere ghereynt heeft; dese plecke es daer gheheeten Trans Torrentem Cedron, ter welker plecken ghebuerde zomen seyt dat ten tijden van Salemoen thaut des Cruussen lach als een vondele. Over de welke de wijze coninghinne Saba, die Salemoen quam visenteren, niet gaen en wil-

[pagina 91]
[p. 91]

de, bekennende inden gheeste van prophecien dat de Verlossere van alder weerelt daer an steerven zoude, waeromme zij dweers duer dwater ghijnc, zo daer of staet in Historia Scolastica up de boucken der Coninghen.Ga naar eind227 Daer over lijdende ende recht upwaert gaende den rechten wech naer Jherusalem, zo comt men teender (90r) plecken ter rechter hand gheleghen daer Sente Stevin, deerste maertelare naer Ons Liefs Heeren Jhesus doot, ghesteent was, also daer of staet int bouc vanden Weercken der Appostelen int viie capittele. Daer bij recht upwaert inden zelven wech zo sat Sente Pauwels, de welke doe Saulus hiet noch jonc zijnde, ende wachte de cleederen vanden ghonen die Sente Stevin steenden. Item ter rechter handt neder lancx der valleyen, onttrent een vierendeel van eender dier mijlen, plocht een doorpkin te stane, ghenaemt Caffermaghela, ter welker plecken Sente Stevin eerst begraven wart van zijnen discipulen, maer naerderhandt wart ghebracht ter plecken daer vooren af gheseit es. Dus van daer voort gaende, zo comt men ter poorten vander steden, ghenaemt Sente Stevins Poorte oft de Poorte van Effraym,Ga naar eind228 oft oec de Poorte van Joachim, want de zelve Joachim, van buuten commende, daer bootscip ontfijnc dat Maria de Moeder Ons Heeren van hem dalen zoude; daer ontmoette hij oec Anna zijne weerdeghe huusvrauwe, zo hem oec ghebootscipt gheweest hadde vanden inghel, zomen van al desen breeder leest inde historie vander gheboorten vander reynder Maghet Maria.Ga naar eind229 Ende eermen inde voorseyde poorte comt ter slincker handt, lancx den muer vander stede upwaert ziende, zo staet de Gulden Poorte, die als nu ghesloten es, zo datmer uut noch in en mach, ter welker poorte Onse Lieve Heere Jhesus up den heleghen Pallem Sondach inghehaelt was met grooter weerdicheden, zittende up een ezelinne (90v) ende haer jonc, alzo dat ghepropheteert hadde gheweest vanden prophete Zacharias int neghenste capittel zijnder prophecien, wel negen hondert jaer eert gheschiede, alzo oec daer af de gheschiedenesse ghescreven es vanden evangelisten, zonderlinghe van Sente Mattheeus int xxie capittele zijnder evangelien. Item dus inde stede ende inde rechte strate commen zijnde, niet verre vander voorseyder poorten ter slincker handt, zo staet den eersten inganc met eenen cleenen weechskine van Salemoens temple, ende als men ten halven weechskine es, eer men ter poorten des ingancx comt ter rechter handt, zo leyt eene pissine ghelijc eenen viercandtten vivere, daermen in tijden voorleden plocht te zuverne ende wasschene alde beesten eermense inden tempel offerde,Ga naar eind230 ende toot allen desen voorseyden plecken es aflaet zeven jaer ende zeven carrijnen. Item voort de strate upgaende, zo comt men teender plecken over de rechte zijde, daer Maria de Moeder Ons Heeren zomen seit gheboren was; daer plocht te stane in ouden tijden een schoon vrauwen cloostere, dat nu alle woonsteden zijn van heydenen, ende de zelve plecke daer Maria was gheboren, es een cleen cappellekin diepe met trappen ingaende, maer de heydenen hebben den inganc verdonckert, zo dat diere ingaen wilt, moet gheven drie [maydinen]Ga naar eind231 dat es neghen grooten van onsen ghelde, ende dan zo moetmer cruupen duer een cleen, viercandt veinsterkin, met gaten inden muer ghehauden, daermen de voeten (91r) in stelt omme up ende neder te clemmene, ende daer inne zijnde eist noch zeer diepe eermen ten gronde ende vloere comt, ende es zo doncker datmer met keerssen ingaen moet; te deser plecken en brijnct men ghemeenlic den pilgherems niet omme datter zo avontuerlic es uut ende in te

[pagina 92]
[p. 92]

gane, ende zoude ooc vele te langhe rijsen eer al de pilgherems de voorseyde plecke ghevisiteert zouden hebben, want men macher noch in noch uut dan een ende een tsamen; oocmede de patroens houden zulke plecken al willens achtere omme dat zij ghehouden zijn alomme de courtoisien voor de pilgherems te betaelne, maer zijnder eeneghe pilgherems die van zulken plecken vernemen, die moghen hem daer doen leeden up haer selfs hand ende gheven de voorseyde [maydinen] want de heydenen zijn blijde toe dat zij de winninghe hebben moghen vanden ghelde. Item dit voorseyde cloostere was ghesticht ter eeren van Sente Anna; daer es aflaet van pijnen ende van sonden.

eind227
Bij Comestor, Hist. Scholastica, Liber III Regum (P.L., 198, kol. 1370) staat deze bekende geschiedenis met de vlonder evenwel niét vermeld. Zeebout heeft haar echter wel kunnen lezen in Leg. Aurea, cap. 66; ook het itinerarium van Johannes Poloner maakt er gewag van.
eind228
Deze onjuiste identificatie (de Poort van Ephraim lag in de voormalige noordwal nabij Calvarië) biedt ook Poloner, 226.
eind229
Leg. Aurea, cap. 129.
eind230
Birket Israel.
eind231
De kopiist heeft dit voor hem blijkbaar onbegrijpelijke woord overgeslagen, maar wel ruimte daarvoor opengelaten. Of enkel zijn legger getrouw nagevolgd? Hetzelfde geval doet zich even verderop in de tekst voor. De afschrijver van Hs. K.B. handelde op beide plaatsen evenzo. De boekuitgave heeft telkens ‘Maydinen’; Hs. Namen heeft ‘Meydinen’.

Vorige Volgende

Footer navigatie

Logo DBNL Logo DBNL

Over DBNL

  • Wat is DBNL?
  • Over ons
  • Selectie- en editieverantwoording

Voor gebruikers

  • Gebruiksvoorwaarden/Terms of Use
  • Informatie voor rechthebbenden
  • Disclaimer
  • Privacy
  • Toegankelijkheid

Contact

  • Contactformulier
  • Veelgestelde vragen
  • Vacatures
Logo DBNL

Partners

Ga naar kb.nl logo KB
Ga naar taalunie.org logo TaalUnie
Ga naar vlaamse-erfgoedbibliotheken.be logo Vlaamse Erfgoedbibliotheken

Over het gehele werk

auteurs

  • over Joost van Ghistele


plaatsen

  • Jeruzalem

  • Caïro

  • Tabriz

  • Hissarlik

  • Tunis


landen

  • Israël

  • Egypte

  • Cyprus

  • Syrië

  • Turkije

  • Iran

  • India

  • Griekenland

  • Italië

  • Tunesië