auteurs

alle auteurs

Middeleeuwen

Gouden Eeuw

Achttiende Eeuw

Negentiende Eeuw

Twintigste Eeuw

Eenentwintigste Eeuw

 

 

zoeken in

 




Samuel Ampzing

geboren: 24 juni (gedoopt) 1590 te Haarlem
overleden: 29 juli 1632 te Haarlem

pseudoniem(en)/naamsvariant(en):
Samuel Ampsing
Samuel Ampzinck


Biografie(ën) over Samuel Ampzing

P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 1 ABE-BYN (1821)
A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1 (1852)
F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
Lambregt Abraham van Langeraad en Hugo Visscher, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 1 (1907)
P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 1 (1911)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

Werken van Samuel Ampzing

Bijbel-poezije, 1624
Rym-catechismus dat is de Christelijcke Catechismus, 1624
Beschrijvinge ende lof der stad Haerlem, 1628
Oratio habita a Guilhelmo Nieweunhuysio, 1628
Taelbericht der Nederlandsche spellinge, 1628
Eerverdediginge tegen de Arminiaensche grimmigheijd, 1629
Het Hoog-lied van den heyligen ende wijsen koning ende propheet Salomon, 1629
Klaeglieden van den H. Propheet Ieremias, 1629
Naszousche lauren-kranze, 1629
Westindische triumphbazuin op de verovering van de zilveren vloot, 1629

Primaire teksten van Samuel Ampzing elders in de dbnl

Samuel Ampzing, ‘S. Ampzing Nederlandsch Tael-bericht’ In: Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
Samuel Ampzing, ‘Nederlandsch Tael-bericht. Aen Den Goedwilligen, ende verstandigen Lezer ende Lief-hebber van onze Nederduytsche Tale.’ In: Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)

Secundaire literatuur over Samuel Ampzing in de dbnl

G. Kalff, ‘Petrus Scriverius (1576-1660).’ In: Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde. Deel 4 (1909)
C.G.N. de Vooys, ‘Uit de jeugd van onze spraakkunst (vervolg van blz. 221).’ In: De Nieuwe Taalgids. Jaargang 11 (1917)
F.L. Zwaan, ‘S. Ampzing: Nederlandsch Tael-bericht.’, ‘I Biografisch-bibliografische inleiding.’ In: Uit de geschiedenis der Nederlandsche spraakkunst (1939)
Marcus Boas, ‘Ampzing en Cato’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 60 (1941)
H. Algra en A. Algra, ‘A. Algra waer dat men sich al keerd of wend’, ‘1. Naar de over-rijcke landen van America’ In: Dispereert niet. Deel 5 (1956)
G. Geerts, ‘Hoofdstuk II Enkele teoretici: hun woorden en hun daden’ In: Genus en geslacht in de Gouden Eeuw (1966)
E.O.G. Haitsma Mulier en Anton van der Lem, ‘14 Ampzing, Samuel’ In: Repertorium van geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800 (1990)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)


Terug naar overzicht