|
|
Petrus Datheen
pseudoniem(en)/naamsvariant(en): Pieter van den Bergh Pieter Daets Pieter Datheen
Biografie(ën) over Petrus Datheen- P.G. Witsen Geysbeek, Biographisch anthologisch en critisch woordenboek der Nederduitsche dichters. Deel 2 CAB-GYZ (1822)
- A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 4 (1858)
- F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
- Jan Pieter de Bie, Lambregt Abraham van Langeraad en Jakob Loosjes, Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland. Deel 2 (1908-1918)
- P.J. Blok en P.C. Molhuysen, Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. Deel 2 (1912)
- K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
- G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
Werken van Petrus Datheen- De Psalmen Davids, ende ander lofsanghen (1566)
- Davids Psalmen, Gedicht, aen deene zijde, door Petrum Dathenum; aen dander zijde, door J. De Brune (1650)
Primaire teksten van Petrus Datheen elders in de dbnl- Petrus Datheen en A.A. van Schelven, ‘Briefwisseling van graaf Jan van Nassau en Petrus Dathenus, uit de jaren 1575-1578, Medegedeeld door prof. Dr. A.A. van Schelven.’ In: Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap. Deel 51 (1930)
- Petrus Datheen, ‘34 Cry of the watchman. A warning to all lovers of the glory of God, the fatherland and its privileges and freedoms, 1578 ’ In: Texts concerning the Revolt of the Netherlands (1974)
- Petrus Datheen, ‘Sommighe Psalmen van Dauid, by den Poet in Duytsche gheset, te singhen nae de Fransoyse wyse. ’ In: Het bosken (ca. 1568)
Secundaire literatuur over Petrus Datheen in de dbnl- Jan Wagenaar, ‘XXV. Dathenus scheldt den Prins van den predikstoel.’ In: Vaderlandsche historie. Deel 7 (1752)
- Jan Wagenaar, ‘VI. Keulsche Oorlog.’ In: Vaderlandsche historie. Deel 8 (1753)
- [tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker. No. 390. Den 18 Juny 1770. [Vervolg van No. 385]’ In: De Denker. Deel 8 (1770) (1771)
- [tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker. No. 556. Den 23 Augustus 1773. [Middelen om ons Kerkgezang te verbeteren.]’ In: De Denker. Deel 11 (1773) (1774)
- [tijdschrift] Denker, De, ‘De Denker. No. 554. Den 9 Augustus 1773. [De onbetamelykheid van Critiques te maaken op de nieuwe verwagt wordende Psalmen.]’ In: De Denker. Deel 11 (1773) (1774)
- Jeronimo de Vries, ‘Vierde afdeeling. Zestiende eeuw.’ In: Proeve eener geschiedenis der Nederduitsche dichtkunde (1810)
- F.A. Snellaert, ‘Derde tijdvak.’ In: Schets eener geschiedenis der Nederlandsche letterkunde (1850)
- Marcus van Vaernewyck, ‘Cap. XIII.’ In: Van die beroerlicke tijden in die Nederlanden en voornamelick in Ghendt 1566-1568 (1872-1881)
- L. Knappert, ‘Bijlage II. Voordracht van den Heer Dr. L. Knappert. Oude Nederlandsche Psalmberijmingen.’ In: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1906 (1906)
- P.J. Blok, ‘[Boek VI]’, ‘Het voorspel’ In: Geschiedenis van het Nederlandsche volk. Deel 2 (1924)
- K. Schilder, ‘Algemeene orienteering.’ In: Dogmahistorie praeadvies (1946)
- K. Schilder, ‘VIII. Dathenus.’ In: Dogmahistorie praeadvies (1946)
- P. Geyl, ‘4. Het ganse vaderland in opstand’ In: Geschiedenis van de Nederlandse stam (1948-1959)
- K. Schilder, ‘Kerktaal en Leven’, ‘Hoofdstuk I De kerk en de Taal’ In: Om woord en kerk. Preeken, lezingen, studiën en kerkbode-artikelen. Deel 3 (1951)
- S.J. Lenselink, ‘Hoofdstuk VI De psalmen van Datheen’, ‘1. Inleiding’ In: De Nederlandse psalmberijmingen in de 16de eeuw (1959)
- K. Schilder, ‘Frankforts moeiten en Calvijn’ In: De Kerk. Deel 3 (Verzamelde werken afdeling III) (1965)
- K. Schilder, ‘Een schijnberoep op Petrus Dathenus’ In: De Kerk. Deel 3 (Verzamelde werken afdeling III) (1965)
- Karel Porteman, ‘pieter datheen (1530/32-1588)’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 14 (1970-1971)
- A.Th. van Deursen, ‘VIII. Gemeentevorming II Catechese en geloofskennis’ In: Bavianen en slijkgeuzen (1974)
- Kees de Bruijn, ‘Verstechniek en zang bij de 16e- en 17e-eeuwse psalmvertalingen Kees de Bruijn’ In: De zeventiende eeuw. Jaargang 5 (1989)
- K. Schilder, ‘15. Een schijnberoep op Petrus Dathenus’ In: Verzamelde werken 1940-1941 (1995)
- Theo Hermans, ‘9 Peter Datheen (vert.), De Psalmen Davids, ende ander lofsanghen, wt den Fransoyschen Dichte In Nederlandschen overghesett, Doer Petrum Dathenum [...]. Heidelberg, 1566’ In: Door eenen engen hals. Nederlandse beschouwingen over vertalen 1550-1670 (1996)
Terug naar overzicht
|
|