Maria Doolaeghe

geboren: 25 oktober 1803 te Diksmuide
overleden: 7 april 1884 te Diksmuide

pseudoniem(en)/naamsvariant(en):
Maria van Ackere-Doolaeghe


Biografie(ën) over Maria Doolaeghe

F. Jos. van den Branden en J.G. Frederiks, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde (1888-1891)
K. ter Laan, Letterkundig woordenboek voor Noord en Zuid (1952)
G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)
G.J. van Bork, Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I) (2003-....)

Werken van Maria Doolaeghe

Nederduitsche letteroefeningen (1834)
Madelieven (1840)
De avondlamp (1850)
Sinte Godelieve, Vlaemsche legende uit de XIde eeuw (1862)
Winterbloemen (1868)
Najaarsvruchten (1869)
Madelieven en avondlamp (1876)
Najaarsvruchten en winterbloemen (1877)
Nieuwste gedichten (1878)
Jongste dichtbundel (1884)

Uitgaven van Maria Doolaeghe

Bij 't lichte naaldewerk, VSW-Cahiers (1968)
'Ackere Dolaeghe, Maria van & Johanna Desideria Courtmans-Beeckmans. "Mijne hooggewaardeerde vriendin": Brieven van ---'. In: Miscellania Denise de Weerdt (1993)

Primaire teksten van Maria Doolaeghe elders in de dbnl

Maria Doolaeghe, ‘Gelyk een Roos.’ In: De Vlaemsche zanger (1856)
Maria Doolaeghe, ‘37. - Gelyk een roos.’ In: Oude en nieuwe liedjes (1864)

Secundaire literatuur over Maria Doolaeghe in de dbnl

Joan Bohl, ‘Aan Belgie Maria van Ackere - Doolaeghe’ In: Canzonen (1885)
Th. Coopman en L. Scharpé, Geschiedenis der Vlaamsche letterkunde (1910)
Patrick De Rynck en Andries Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands (1992)


Terug naar overzicht