De Olijftak

Antwerpen, Antwerpen

Opgericht: ?

Opgeheven: ?


Nadere informatie over organisatie

Anne-Laure Van Bruaene, Repertorium van rederijkerskamers in de Zuidelijke Nederlanden en Luik 1400-1650 (2004)

Informatie over leden van De Olijftak in de dbnl

Geeraerd van den Brande (?-voor 1653)
Roeland van Engelen (?(17de eeuw)-?)
Jan David Heemssen (1581-1644)
Jan Moerman (1556-1621)
Guilliam van Nieuwelandt (1584-1635)
Willem Ogier (1618-1689)
Jan Poortier (?(16de eeuw)-?)
Peter Schuddemate (?-1547)
Balthasar Wils (1657-1698)
Cornelis Wils (1659-?)
Joan Ysermans (1590-na 1629)


Teksten uit kring van De Olijftak in de dbnl

Joan Ysermans, Triumphus Cupidinis. Encomium matrimonii. Nederlantsche poëmata (1628)
Jan de Bruyne, ‘- CIV - [Waer sydy ghy crygers, om vechten gestelt]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CIII - [O lieff, hoe lieffelyc sydy int aenschouwen!] Anno 1559.’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- XXIV - [Gheen schoonder blomme op Libano gebloeyt]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- LXXXI - De twelff Artyckelen des Christelycken Geloove.’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CI - [De sonde is eersten duer ongehoorsaemheyt]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CII - [Hoe vrolyc soo wordt my therte onsteken]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CVII - [Waer mach den mens meerder victorie sporen]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- XXIII - Op de lisblomme.’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- LXXXVI - [Ghy, erm gierich mens, die dongeloof aencleeft]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- LVIII - [O warachtich woort, dwelck was inden beginne]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CV - [Hoe moechde ghy, menschen, alle die daer syt]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- XXVI - [Godt die gaff syn volck duer Moysem een wet]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- XXII - [Wat is schadelycker, in sweirels stacie]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)
Jan de Bruyne, ‘- CVI - [Waer sullen de godloose mogen vlien // vals]’ In: Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw (1879-1881)


Secundaire literatuur over De Olijftak in de dbnl

Peter Jozef Visschers, ‘Een woord over de oude Rhetorykkamers in het algemeen, en over die van Antwerpen in het byzonder.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
J.F. Willems, ‘Chronologische lyst Van oorkonden, de kamers van rhetorica te Antwerpen betreffende.’ In: Belgisch museum voor de Nederduitsche tael- en letterkunde en de geschiedenis des vaderlands. Deel 1 (1837)
Willem Ogier, De tooneelwerken (3 delen) (1921-1955)
Willem Ogier, ‘[De Gulsigheydt]’, ‘Inleiding’ In: De tooneelwerken (3 delen) (1921-1955)
Willem Ogier, ‘De Gulsigheydt.’, ‘Den dichter verhaelt syn geschiedenisse met dit werck gehadt te hebben.’ In: De tooneelwerken (3 delen) (1921-1955)
Willem van Eeghem, ‘Biobibliographica I-IV Door Dr. Willem Van Eeghem Werkend Lid der Koninklijke Vlaamsche Academie.’ In: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1941 (1941)
Willem van Eeghem, ‘Het Brusselsche Rederijkersfeest (1565).’ In: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 1944 (1944)
J. Schuffel, ‘‘Comt alle menschen, schept consten’ De Zeven Vrije Kunsten in de spelen van de Olijftack en de Goubloeme op het Landjuweel van 1561 Jaconelle Schuffel’ In: Voortgang. Jaargang 17 (1997 en 1998) (1997)