Het Belfort. Jaargang 7


auteur: [tijdschrift] Belfort, Het


bron: Het Belfort. Jaargang 7. Drukkerij A. Siffer, Gent 1892


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 53]

De Westvlaamsche W.
Haar invloed op de omgevende klanken

HET is licht verstaanbaar dat de w gewoonlijk zonder invloed blijft op de medeklinkers. Ik weet hier alleenlijk een voorbeeld aan te halen, en dat is de verandering van een ouder th in t, in plaats van d, in het woordeken tweersch = dwars.

Doch merkweerdig is de invloed van w op de naburige, vooral volgende klinkers. Deze invloed bestaat in het meêdeelen aan deze klinkers van de lippenbeweging, die de w eigen is, en de bijzonderste werkzaamheid der spraaktuigen, bij het uitbrengen van dezen klank.

A. Invloed der w op de volgende klinkers. - Deze invloed werkt op de klanken a, ē, i en ij.

1o a. - Als men bij de tongbeweging van a eene lippenronding voegt, dan bekomt men eene o. In fransch Vlaanderen, in westelijk en midden Westvlaanderen en zelfs gedeeltelijk in het Zuidoosten, verandert de a in o achter de w, in eenige woorden, te weten was (werkw. en zelfst. naamw.), wasschen, wat en zwart. De Bo geeft ook wochten voor wachten, en inderdaad heb ik te Poperinghe de vormen gewocht en verwocht met eigen ooren vernomen. - Men hoort swobbelen nevens swabbelen en worte nevens warte. Over de verandering van a in o in woorden zooals

[p. 54]

wol voor wal, hebben wij hier niet te spreken, daar deze wijziging, door bijna geheel Westvlaanderen, door de volgende l alleen, en afgezien van de meêwerking der w, veroorzaakt wordt.

2o ē. - Voegt bij de tongbeweging der ē, gesproken gelijk in het fransche woord été, de lippenronding, zoo bekomt gij ö (geschreven eu), gesproken als de eu van het fransche woord peu. In de omstreken van Kortrijk grijpt deze verandering plaats in een paar woorden, waar de ē voorafgegaan is van eene w en gevolgd van eenen keelklank. Deze woorden zijn weuke = weke, week, en weug (met zijne afleidingen weugel, weugelken, geweugen, enz.) = weeg, dat onder invloed der verborgen vormen, te Kortrijk in gebruik is, in plaats van weg.

3o i. - Hier is sprake van de korte i, zooals zij in gesloten lettergreep voorkomt. In het Westvlaamsch is deze i gesproken als de mid-front e van het Engelsch men, pen, het Hoogduitsch helfen, Mensch. Wordt bij de tongbeweging van dezen klank de kenmerkende lippenronding gevoegd, dan bekomt men de mid-front-round ö, gesproken eu van het fransche woord peuple, - en dit is de weerde der Westvlaamsche korte u in gesloten lettergreep. De verandering van i in u geschiedt in eenige woorden, waar de i, voorgegaan van w, terzelfder tijde gevolgd is van l. Algemeen Westvlaamsche, peis ik, is wulge voor wilge. Die de zeekust bewonen kennen wullok nevens willok. In westelijk Westvlaanderen hoort men, bij streken, wullen, voor willen, en te Poperinghe bestaat de eigenaam Wullems, nevens Willems. In westelijk Westvlaanderen en in fransch Vlaanderen heeft men wuk = wulk, welk. Dit wuk en zal niet uit welk (met Westvlaamsche ĕ = low-front ä, als a in het Engelsch man) ontstaan zijn; maar uit den insgelijks Westvlaamschen vorm wilk. Zoo ook in de omstreken van Kortrijk wulder, uit wilder dat gebruikt is nevens wijlder, wijder, enz. voor wijlieder, en wumme? voor willen wij? De Bo geeft nog verwulken, verwulkeren, nevens verwilkeren = verwelken.

[p. 55]

Voor eene p hebben wij wuppe, wuppen voor wippe, wippen. In de omgeving eener r kan deze i veranderen in u en o; bijvoorb. worst = wrijf van den voet, vergeleken bij Hoogd. Rist, Eng. wrist, wrokkelen nevens wrikkelen, wrubbelen en wrobbelen nevens wribbelen.

4. ij. - De Westvlaamsche ij heeft de weerde eener high-front i, waarvan de geronde weêrga ü is; de Westvlaamsche ü wordt volgens de gewone spelling verbeeld door ui. In het woord wijf, algemeen Westvlaamsch wuif = wüf, verandert de ij in ui, doch niet alleen onder den invloed der voorgaande w, maar door gelijktijdige werking der volgende f. Het is immers regel in het Westvlaamsch dat ij ui wordt tusschen twee lipklanken. Alzoo hebben wij vuive, puipe = vijf, pijp. In fransch Vlaanderen hoort men ook zwuigen voor zwijgen.

B. Uitspraak van auw in het Westvlaamsch. - De woorden waar eene Westgermaansche lange a van w gevolgd was, worden in het Dietsch verbeeld door auw. In het algemeen is deze klank in het Westvlaamsch te zamen gevallen met ouw, en wordt ow gesproken. Nochtans bemerkt De Bo dat de woorden met auw = oudere âw in fransch Vlaanderen nog met eene lange a gesproken zijn.

Hetzelfde geldt voor een groot deel van westelijk Westvlaanderen. Deze ā klinkt helder in de streken waar de andere gerekte a's voor de lip- en keelklanken (b, p, v, f, w, m, g, k, ch) en voor l helder gesproken worden. Dit heb ik ondervonden voor Veurne, Diksmuide, Merckem, Boesinghe. In eenige andere plaatsen, waar voor alle klanken de lange en gerekte a, zooals in Westvlaanderen bijna algemeen geschiedt, de å-weerde van het engelsch aw in saw, heeft, wordt deze a als een lang å gesproken: zoo is het bij voorb. te Watou, Haringhe, Stavele.

Deze ā, resp. å, hoort men in blauw (gesproken blāw, blåw), (wenk-)brauwe, grauw, klauw, lauw.

[p. 56]

Al deze woorden hebben Westgermaansch âw. Daarbij komt nog het onopgeklaarde auwe (gesproken âwe, åwe), waar ook wel eene â zal te veronderstellen zijn. Van eenen anderen kant wordt pauw, een oud leenwoord met âw, als pow gesproken. Bij de woorden rauw, gauw, krauwen, nauw, kwamen van oudtijds reeds vormen voor met âw en met aw. De âw-vorm leeft voort in rauw, gesproken rāw, råw; doch daar de andere woorden met ow gesproken worden, mogen wij veronderstellen dat het de aw-vormen zijn die in westelijk Westvlaanderen en fransch Vlaanderen in leven gebleven zijn. Auw in het vreemdziende flauw en het duistere kauwe klinkt ow, alsook in de woorden, zooals dauw, waar voorzeker geen Westgermaansch âw voorhanden is.

 

A. Dassonville.



illustratie