|
|
|
| |
| | | | | |
1.
De grootste puinzooi waar ik ooit in verzeild ben geraakt, toen ik het
daglicht niet meer zien kon omdat ik er zo diep inzat, ondersteboven, was in
de zomer van '32. Of van '31. Of van '30, dat maalt niet.
Ik had mijn fantastische Dodge aan Donald gegeven. Niet om naar zijn werk te
gaan, maar om zijn werk te doen, namelijk om een paar ouwe kuthoeren
overhoop te rijden.
Ik had dat buitenkansje aan hem gelaten, en stond zelf in de tram van lijn
37, van Illinois naar Factories. We reden door de sjieke buurt, maar in die
tram was het om uit elkaar te spatten.
Tot in het bagagerek hadden ze zich eringewrongen, Mexicanen, Chinezen,
Joden, Turken, Berbers, Zweden, Eskimo's, Pygmeeën, een echte vleesberg, en
om de minuut was het knokken. Onderling was het geloof ik vooral voor de
gein, maar als ze op de conducteur vlogen was het menens. Vol putten en
sneeën stond 'ie. Eén passagier had hem zelfs al bij het binnenkomen zijn
kin verschoven.
Het was de hitte, denk ik.
Je kunt je voorstellen hoe het is om achter zo'n vlammend glasraam in een
kogelvrij vest te staan, met machinegeweer en boodschappentas. Die
mitrailleur had ik eerst onder mijn vest zitten, maar het toen zo'n persende
vleesmolen werd had ik hem er gewoon uit te voorschijn gehaald. En toen ze
me nog erger begonnen om te drukken, moest ik hem al met mijn armen in de
lucht gaan heffen. | | | | Ik leek wel Gétulio Vargas, zoals ik daar
stond! Alsof ik de Filippijnen had platgebrand!
- Goeiemiddag, Mister, sprak een krielstemmetje me aan, als vanuit een
goudvissenbokaal.
Ik kon hem nergens zien, alleen voelde ik iets vochtigs tussen mijn benen.
- Zou u het erg vinden, Mister, om in de volgende halte met mij uit te
stappen? We hebben u dringend nodig!
Het begon te rommelen.
Over een rijtje sappige koppen heen zag ik weer iemand de lucht invliegen.
Hij gooide het op een partijtje met de conducteur. Ze draaiden elkaar bij
hun haren in het rond, de plukken in hun vingers, en iedereen die errond
stond probeerde de conducteur nog eens extra in zijn armen te stompen. Om
zich af te reageren. Temidden van de straat was er een fanfare beginnen
spelen, en ze gaven hem er de schuld van.
- We hebben een opdracht voor u, zei dat stemmetje weer.
Geïnspireerd door het gebots en gedreun van die trommels en trompetten,
voegde hij eraan toe: - Ik word gestuurd door een zeer hoog persoon.
- De president? vroeg ik.
Omdat ik mijn gesprekspartner nog steeds niet ontdekt had, bleef ik gewoon
voor me uitzien, en dacht een ouwe tante dat ik het tegen haar had.
- Wat president? snauwde ze.
- Ja, daar doe je me aan denken, zei ik terug.
- De gouverneur, zei het mannetje tussen mijn benen. De gouverneur wil je
spreken.
Het schroot was weer aan de gang. De conducteur was met opengeknipt jasje en
bloed over zijn nek en schouders die stoet in tweeën beginnen scheuren.
| | | |
| |
2.
Een oudijzerwinkel waar ze elkaar aan de noodrem lynchen, en een kasteel vol
wijven. Dat is het verschil tussen arm en rijk. Plus een zwembad, een yacht,
een oprit, champagne, zonnebrillen, telefoons en garçons, Chevrolets,
fonteintjes en dalmatiërs, een bed waar ze voor alles een belletje hebben,
schoenen met ventilators, en Dollars! En nog en nog champagne!
De gouverneur lag met champagne in zijn hand in zijn zwembad te drijven.
Eerst leek het of hij op een matras lag, maar dat was niet: hij dreef uit
zichzelf. Zelfs als hij ze achterover gooide, of zich door het gezicht
schuurde, bleef hij als een luchtvat op dat water liggen. Fenomenaal was
dat.
Maar werken deed hij niet.
- Jij bent Jack Lenard? vroeg hij.
- Jack Lehman.
- Ach ja, Lehman, zei hij. De city kent je.
- Hoe bedoel je?
- Brandstichting, moord en doodslag. En heel wat smaad. De ene dag na de
andere. Je bent gewoon onnavolgbaar. Trouwens, zei hij, nog steeds op zijn
rug, ik kan je misschien nog melden dat die oudjes die je vanmorgen je
wielen hebt laten voelen, veilig in het hospitaal zijn aangekomen. De een is
opgestegen, de ander ligt in coma.
Hij keek naar me op.
- Nou? Je staat erbij alsof het niks is!
Het bericht stemde me nochtans vrolijk. Vooral om het van deze gemedailleerde
soepkwal te mogen horen.
- Ja, de city kent je. Maar we mogen je wel. Muzikanten, filmacteurs, wijven,
huurmoordenaars, het zijn jullie die voor de sfeer zorgen. Entertainment. Ik
ben er zeker van dat ze over jou nog verhalen gaan schrijven.
| | | |
- Wat wil je? vroeg ik.
- We willen dat je iemand door zijn bek schiet. Dat is de reden waarom we je
nog niet hebben aangepakt. Jij knalt 'm neer, wij dokken je. Wij draaien je
d'rin, jij koopt je vrij.
Dit was mijn eerste knak.
Omdat het decor me onbewust weer recht had gekregen, en ik mezelf al in een
mahoniehouten kadertje zag, kwam hij erg hard aan.
De tweede volgde onmiddellijk:
- De man die we wegwillen, is een nieuw, arrivistisch mediafiguur: Jackie
Kansas. Jij zult nog nooit van 'm gehoord hebben, maar in de serieuze
kringen is hij een bekende tafelgast, met zijn eigen radioprogramma.
Ironisch genoeg hebben we die infiltrant oorspronkelijk zelf in de business
gezet, om als harlekijn te fungeren. Maar nu begint 'ie ons zijn nummertje
wat al te driftig op te voeren. Dus knippen we de touwtjes maar weer door.
- Mister, zei ik met kaarsrechte rug, je bent bij de juiste man!
- Dat dachten wij ook. We dachten: als we dit nu laten opknappen door een
serieuze huurdoder, Fritzald bijvoorbeeld, of Alfred Rosengarten Nevada, dan
gaat het naar politiek ruiken. We hebben een volkser type nodig. En toen
kwam mijn secretaris met die Jack Lenard naar voren.
- Schijten jullie godverdomme allemaal op naar de hel! brulde ik.
Ik greep naar mijn machinegeweer. Maar nog voor ik een pink verdraaid had,
barstte er een spervuur op me los, en stortte ik op mijn bek in het water.
Ook ik bleef drijven.
- Je mazzelt dat je dat harnas aanhebt! zei de gouverneur. Je zit niet meer
op straat, Lenard, je zit nu in de politiek!
| | | |
| |
3.
Een nieuw tijdperk brak aan.
Ik kreeg mijn eigen kamer met peignoir. Ik rookte geniale sigaren. Alleen
moest ik voortdurend mijn bek houden, zelfs naar Donald mocht ik niet
bellen, en eigenlijk mocht ik zelfs niet bewegen.
- Jackie Kansas heeft overal zijn oren, zei de gouverneur. Je gaat hem
volgende week, tijdens een radio-interview, door zijn kop rammen. Maar in
afwachting geef je je tuig, blijf je binnen, zit je stil en hou je je smoel.
Tegen iedereen.
Het leek me geforceerd om in deze tent voor alle koks en huismeiden paranoia
te gaan worden. Maar hij zei maar, hij was de baas!
Ik liep de gang door, naar mijn kamer, en deed het licht aan. Opeens
ontwaarde ik een verstommend beest naast mijn bed. Een zwartharig mokkel,
met tieten, heupen, benen, godsamme! Zelfs in je dromen zou je d'r niet
opkunnen! En nog geen zestien, zeker nog maagd!
- Ben jij Jack Lenard? vroeg ze.
Eh...Lehman, eigenlijk...Voor de vrienden...
- Ik heet Babette, fluisterde ze...
Ze boog zich over mijn gore matras, en liet me ‘u’ zeggen
tegen een bepaald duizelingwekkende achtersteven.
We rolden als tieners over elkaar, uren aan een stuk. Voor een blok als ik,
die van de ene naar de andere gaat, klinkt het misschien onverwacht, maar
deze hier was doodgewoon verliefd op me. Verliéfd!
- Je hebt mooi haar, zei ze aldoor. En je hebt mooie schouders en mooie ogen.
Ik pakte waar ik kon. Overal had ze wel iéts.
Vlak voor ik naar binnen wou gaan, en haar stem weer door mijn oren kreunde,
vroeg ze wat een man als ik in dit armoezaaiersnest eigenlijk uitvoerde.
Ik zette me krap. Het kreeg een geurtje.
- Ken je Alfred Rosengarten Nevada? vroeg ik.
Vol schrik en ontzag op haar lippen bijtend, knikte ze ja.
| | | |
- Wel, zei ik met krakende stem, zo iemand ben ik dus. Een wandelende
torpedo. Maar ga voort.
- Wie moet je, vroeg ze met bevend stemmetje...wie moet je... - wie moet je
pijn doen?
- Ach, niemand die jij kent. In serieuze kringen is hij een bekend
misdadiger, met een eigen radioprogramma. Een echte infiltrant.
- Jackie Kansas? vroeg ze.
- Precies, Jackie Kansas! Volgende week, tijdens een radio-interview, ga ik
hem wegmaaien.
Ze deinsde hysterisch van me weg.
- Oh...Oh...
- Maar het is een echte eikel hoor!
- Oh...Oh...
Ze krabde zich ontredderd door haar baby-face. Het stof wolkte ervan af.
Ik wilde ondertussen wel dringend aan de slag. Ik schoof ze bij haar haren
naar me toe.
Maar het was mijn eigen schuld, ik was te ver gegaan. Zo jong als ze was!
Zestien misschien, zeker nog maagd, en dan zomaar meteen met een rasechte
huurmoordenaar... nee, dat was haar teveel...

| | | |
| |
4.
- Ik moet me even verfrissen, zei ze. Ik ben zo terug. Oh, ik hou van je, ik
hou van je...
Nog voor ik kon boeren, was ze de kamer alweer uit.
Als de gelukzaligste vent ter wereld hing ik met mijn rug tegen het plafond,
mijn kosteloze naaibeurt af te wachten.
| |
5.
Natuurlijk was het niet die verdomde slet alleen, en het feit dat ik
toevallig al twee weken geen sex meer had gehad.
Ook de champagne had zijn job gedaan. Dertien emmers hadden we onder ons bed
staan, ik hoefde geen kont te verroeren om eraan te kunnen.
De twijfels kwamen dus pas met de morgen.
Waar was dat kreng vandaan gekomen? En waar was ze naartoe?
Ik begon zelfs te vrezen dat ik ze maar gedroomd had, die teef! Dat zou net
iets voor haar zijn! Ze had me in dat berghok zo netjes weer achtergelaten,
ze had alle rommel zo netjes en stiekem weer opgeruimd; beha's, kousen,
kettinkjes, flessen, glazen, scherven, peuken, en schietvlekken, foto's en
capootjes, het kon gewoon niet meer.
Zelfs mijn kleren waren spoorloos.
Natuurlijk begon ik, zoals vaker na zo'n tocht, ook aan mezelf te twijfelen.
- Heb je die verlepte ouwe hoer nou verraden dat je Jack
Lehman bent? Heb je dat nou echt niet kunnen laten? Of toch?
Kortom, van dat fenomenale partijtje bonken bleef er alleen nog een wazige
leegte over, een black-out.
| | | |
Nadat ik me uit de kussenovertrek had losgewrongen, zoop ik de bodem van twee
nog halfvolle emmers, en stond behoorlijk zweverig op - kwestie van conditie
op peil houden.
Ik maakte mijn bestek. Moeilijk was dat niet. Ik ging die Jackie Kansas om
zeep helpen, en zelf voor twintig jaar zakjes lijmen.
Ik stormde naar de mahoniehouten kerkdeur. Ik vloog er met mijn smoel
tegenaan; ze was op slot.
Een raam was er ook, maar dan een klein rond gaatje, waar je, als je bovenop
een grote, brede kleerkast klom en dan nog eens op een stoel ging staan, met
één oog door kon.
Een peep-show.
Overal zag ik onnoembare meiden in badpakken rond het zwembad hangen. Op de
springplank zat iemand op een stoel wiens apekop ik herkende uit de kranten.
Hij droeg zijn onafscheidelijke palmbomenhemdje waar de borstharen als
ijzerdraad doorheen priemden, hij ontving telefoontjes die ze hem op een
zilveren w.c.-bril kwamen aandragen, hij waste zijn haar met champagne, en
liet zijn voeten door die wijven schoonlikken.
Die spleetogen, die kaalkop, die schouders! Het was Alfred Rosengarten
Nevada, het fenomeen zelf!
We waren allebei killers, we zaten allebei op een stoel, en toch had hij het
beter dan ik.
Terwijl hij aan zijn reet begon te krabben, hoorde ik onder mij een
naargeestig geluid rammelen.
Ik sprong tegen mijn matras.
Ik kan beter zonder kleren, zonder een dak boven mijn hoofd, zonder eten en
zonder drinken, dan zonder een wapen. Iéts moet ik hebben, al is het maar
een kopspeld om iemand mee door zijn ogen te steken.
Het eerste wat ik dus deed, was een spiegel aan flarden trappen. Een lange,
puntige scherf wikkelde ik in in een zakdoek. Ondertussen hoorde ik het in
die kast weer piepen
| | | | | | | |
en dreunen. Ik rukte ze open. Nog voor ik voor me uitgekeken had, drukte ik
mijn dolk door het meubel. Een dwerg, die daar als een communist in de kast
stond, reeg ik doormidden. Aan zijn waterig gekerm merkte ik dat het
dezelfde was als diegenen die gisteren, in de tram, in mijn boodschappentas
was gekropen.
- Alarm! Alarm! schreeuwde 'ie.
Ik drukte hem met zijn strot tegen de muur, met zijn voeten in de lucht, en
ramde hem in zijn maagstreek.
- Wat voer je daar uit! Wat voer je daar uit!
- Ik...ik moest je in het oog houden...Of je in je residentie niets verdachts
uitvoerde...
- Stink! Zou ik hier dan met mijn nagels de muur kunnen openkrabben!
Hij vertrok zijn sponzekop in de meest onvoorstelbare grimassen. Even wilde
ik hem uit mededogen weer neersmakken.
- Dus je zit hier te luistervinken! schreeuwde ik. Dus heb je me vannacht ook
aan het werk gehoord!
Hij knikte ontzet, alsof hij er niet meer mee kon ophouden.
- En heb ik die Babette gezegd wie ik ben? Wat ik doen ging- Ik weet het
niet. Dat heb ik net niet gehoord, omdat het bloed zo door mijn kop sloeg,
op dat moment...
Ik begon hem weer in zijn ingewanden te boksen. Het werd al gauw een
automatisme.
- Geilaard! Geilaard!
- Het is mijn opdracht!
Ik sloeg hem tegen de grond, schopte hem in een hoek.
- Zeg me eens, wat doet die imbeciel daar aan het zwembad?
- Wie bedoel je?
- Ik bedoel die Alfred Rosengarten Nevada natuurlijk! Wie anders! De
messias?? Wat steekt 'ie daar uit met die wijven?
| | | |
- Ik weet het niet...Ik weet het niet...
Nadat ik hem bewerkt had met mijn spiegeldolk, schoot het hem weer te binnen.
Het was best een handig wapen, zo'n dolk. Je kon jezelf zien terwijl ja aan
het werk was, of je je gezicht er cool genoeg bijhield etc.
- Nevada gaat voor het eigenlijke kill-werk zorgen. Jij dient meer als
blikvanger.
Ik sneed hem zijn keel over. Hij zat me alleen maar in de weg.
| |
6.
Ik pakte zijn sleutel en liep in mijn flikker door de gangen. Meteen kreeg ik
een tegenligger.
- Hello, bloke! De weg kwijt?
Ik duwde hem opzij.
- Waarom loop je naakt?
- Omdat ik kanker heb!
Hij keek me afwezig aan, alsof ikzelf eigenlijk achter mijn rug stond.
- Wil je een ticketje voor The Sainted Devil? 80 bucks per stuk. Als je ze
per tien koopt, gaat er wat af.
Ik vroeg hem een handdoek voor me te halen. We liepen samen de tent door.
- Ik heb een projector in mijn kamer geïnstalleerd...
- Ik wil de gouverneur spreken, zei ik. Waar hangt hij ergens uit?
- Ik denk dat 'ie in Springfield zit. Hier is het in ieder geval al sinds
vanmorgen een knettergekke keet!
We kwamen in de keuken. De linzen vlogen ons om de oren.
- Kunnen jullie nu goddomme geen seconde bij je ketel blijven! riep mijn man.
Het personeel kwam in een kringetje rond ons geschaard.
| | | |
- Kijk naar deze arme man! riep hij.
Ze keken me van kop tot teen aan, als was ik het achtste wereldwonder.
- Een slachtoffer van de nieuwe ideeën. Een straf van God!
Ze bleven maar gapen met een alsmaar gewetensvollere blik.
- Nu, wie van jullie heeft er nu een doekje voor hem! Gewoon een simpele
vaatdoek! Strijk eens over je hart!
Al gauw kreeg ik een blauw geruite schotelvod naar me toe geworpen. Terwijl
ik hem om mijn middel knoopte, brak de hel alweer los.
Ik smeerde 'm naar de uitgang.
- Rustig nou! Rustig nou! tierde die sik nog. Ik heb ticketjes voor de
Sainted Devil!
| |
7.
Het was wel echt mirakuleus hoe gemakkelijk je uit die hoerenkast
weggeraakte. De eetzaal gaf uit op de ellenlange oprit. Zonder enige
hindernissen wandelde ik langs de perelaren. Het leek wel of ik zo naar het
eind der tijden liep!
Toen ik langs de ijzeren poort met leeuwekoppen kwam en aan de overkant van
de straat een tram op me zag staan wachten, nokvol tot barstens toe geladen,
met een haveloze, verwilderd aan zijn stuurknop zittende, vol putten en
sneeën staande conducteur, besloot ik echter dat dit toch zomaar niet kon.
Ik had nog een eikel te pellen, met dat tuig hier!
Als de weerga dook ik in het struikgewas, en sloop weer naar binnen.
- Als ik er nu als een bierscheet weer uitkan, dan kan dat vannacht nog
evengoed, redeneerde ik.
Mijn doel was tweeërlei.
Ten eerste wilde ik die etter van een Alfred Rosengar- | | | | ten Nevada
overhandigen wat hij verdiende.
Ten tweede wilde ik Babette terug.
| |
8.
Het viel me op dat Nevada, zoals ik hem vanuit de bosjes in het oog hield,
erg weinig lichaamsbeweging had. Zijn oefeningen beperkten zich tot het
mikken op beo's - een smet voor ons vak. Zelfs om te zeiken bleef 'ie op
zijn springplank zitten. Het enige waarvoor hij zich om het uur liet
opheisen en naar het hokje bij de zandbak sjeesde, was om van zwembroek te
wisselen. Altijd hetzelfde model, een koord aan een zak, maar telkens in een
andere kleur, en een enkele maal in tijger.
Het was dus in dat onhebbelijke schuurtje dat ik hem te grazen moest nemen.
Terwijl hij weer aan het bellen was, en de meeste vrouwen ondergingen, kon ik
ongezien naar voren kruipen.
Ik opende het deurtje.
Het vertrek bestond uit twee delen. Het voorste was een donkere, verrotte
opslagplaats voor brandhout. Daarachter was het eigenlijke kamertje, twee op
twee, waar een radiootje stond te kraken en de zwembroeken, zonnebrillen en
horloges op houten schabben verspreid lagen.
Mijn vaatdoek was al flink afgezakt, maar liever dat, dan in een van zijn
sponzen!
Wapens kon ik niet vinden.
Ik verzamelde de grootste balken en houtblokken. Ik stapelde ze netjes op op
een dun, breekbaar plankje, boven de deur van de kleedkamer. Nadat dit
karweitje gefikst was, vees ik de plank los, en liet ze steunen op de kier.
Wat een lol had ik, ik kon mijn lach amper inhouden!
Ik wrong me door de kier naar buiten, en verstopte me achter een houtstapel.
| | | |
Uren heb ik daar in een verkrampte houding op mijn gast staan wachten. Het
begon al te schemeren toen hij de broeikas binnenkwam. Ik begon gelijk weer
te giechelen.
Toen de figuur in het vage licht van het raampje kwam, zag ik echter dat het
niet de spleetoog was, die naar het kleedhokje ging. Het was een of andere
bediende, een nikker. Kromgebogen liep hij naar het deurtje.
- Ben je nou zeker dat hij hier zat? vroeg een andere stem.
- Niet zeker, zei de nikker.
Hij stond op het punt het deurtje open te gooien. Uren werk zag ik in een
seconde voorbijflitsen. Als een wildeman sprong ik op.
- Blijf met je shitfikken van die deur af! Je gaat het verpesten!
Ik zag nu ook het verbijsterde gezicht van de andere man, een mislukte Don
Juan in een lichtgevend pakje. Hij deed me aan iemand denken, ik wist niet
precies wie.
- Verrek! Daar ben je! schreeuwde hij uit volle borst.
De nikker ging nog door met zijn handeling, en drukte de deur in. Hij kreeg
de hele wagon op zijn donder, met alles erop en eraan! Allemachtig, wat een
kabaal! En hij maar janken, zoals alleen een nikker het kan!
- Jij verrekte smeerbal! zei die lichtgevende gast.
Hij sprong over de balken naar me toe. Met een ijzeren grijptang hield hij me
vast.
- De held aan het spelen hé!
- Niks held!
- Jij wilde Jackie Kansas naar de maan helpen hé!
- Ik wil helemaal niks!
- O nee? O nee? En mijn godverdomde dochter godverdomme kapotneuken?? Wat zeg
je daarvan??
- Babette? vroeg ik, totaal de kluts kwijt.
Hij sloeg met de tang op mijn neusbeen.
De nikker onder de houtberg bleef ondertussen maar doorschreeuwen. Ik stik!
Ik stik!
| | | |
- Gebruik je oren, vent, zei ik tegen die lampekap, ik heb met deze hele
kermis geen zak te maken! Ik ken geen Babette, ik ken geen Kansas, en ik ken
geen klootzakken die om het uur van zwemtrui verwisselen omdat het binnen-
in wat pijn begint te doen van het krimpen! Ik ben Lehman, Jack Lehman, en
ik ben op weg naar een fatsoenlijke kledingszaak! Dat is al! En jij bent een
kuttekop! Een miserabel stuk reetbraaksel!
Hij sloeg me opnieuw tegen het neusbeen, en draaide de haak van die knijptang
naar me toe.
- Ik stik! Ik stik! bleef die nikker maar zeuren.
- Nu ga je piepen, verzekerde die strontkop me.
Hij prikte zijn vork in mijn nek.
- Je doet maar aan! zei ik.
- Hoe bedoel je! vroeg hij, duidelijk beledigd.
- Nou, je doet maar aan! Het kan me niet verdommen!
| | | |
Ik ben niet bang voor stinkers van jouw slag!
- Geloof je me niet?? Had je soms gedacht dat ik je weer ging loslaten??
- Je kan me niets doen. Dat is alles.
- O nee? O nee?
- Je hebt de ballen niet.
- O nee? O nee?
Hij stak het lemmet nog wat dieper, tot het onaangenaam werd.
- Je bent toch alleen maar een hoerenloper? zei ik.
- Je gaat eraan! zei hij.
- Je dochter was verrekte lekkerder!
Hij haalde achteruit en sneed die pook uit alle macht door mijn strot.
Tenminste, dat zou hij gedaan hebben, als hij niet door een bende kogels
werd doorzeefd. Nu zakte hij echter na een prachtig salvo eerloos voor mijn
lul door zijn knieën.
Ook de nikker was sprakeloos geworden - maar dan stijlvol.
- Dank je, maat, zei ik tegen de nieuwkomer.
Hij blies de smog van zijn loop.
Het was Alfred Rosengarten Nevada.
| |
9.
Ze wikkelden een ijzerdraad in mijn oren, die volhing met kleine capsuletjes.
Deze werden tot in de kop gevuld met nitroglycerine. Onder mijn oksels
brachten ze zendertjes in.
- Je mag vrij over het veld lopen, zei de gouverneur, | | | | met
achter zich die formidabele kop van Nevada. Je mag pingpongen, biljarten,
joggen, boekjes lezen. Als je iets uitricht dat ons niet aanstaat, zullen we
je dat wel duidelijk maken.
Hij toonde me een klein, grijs luciferdoosje.
- Als we per ongeluk op dit doosje drukken, met onze duimpjes ofzo, dan zul
je de reinigingsdienst moeten inroepen, om je eigen kop nog te herkennen.
Ik draaide me om en ging de gang door.
- Hou ook je armen wat uiteen! Of je zet het spelletje zelf aan de gang!
| |
10.
De dagen gingen voorbij als een nachtmerrie. Ik liep als een pinguïn door de
building. Met kaarsrechte rug en roerloze kop. Op drukke dagen werd ik zelfs
ingeroepen om garçon te spelen, en kon ik in de loeiende hitte met een
dienblad op mijn rug aan het zwembad gaan staan. Vooral Nevada was op die
momenten bijzonder veeleisend.
Die dynamiet in mijn oren maakte me zo doof als een pot.
IK had nog een geluk dat de Sainted Devil geen geluid hoefde, want slapen was
er deze week niet bij, en 's nachts ben ik die shitfilm wel dertig keer gaan
bekijken.
- Mooi hé, die Valentino! zei die sik van die handdoek.
De zaken werden me eindelijk uiteengezet.
- Je gaat met een revolver in je sokken naar Jackie Kansas. Gebruiken moet je
hem niet. Nevada zit in een van de boxen verborgen met een echte bazooka.
Daarmee knallen we Kansas uit elkaar. De box wordt ongemerkt met kabels
opgehesen, door omgekocht personeel. Zodra hij op | | | | de zendtoren
staat, wordt Nevada naar een onderduikadres overgebracht, en krijgt 'ie zijn
geld. Hij heeft dus echt niets te vrezen.
- Maar die vuilnisman kan me toch gestolen worden?? Wat er met mij gebeurt,
daar gaat het verdomme toch om??
- Ach, jij moet helemaal niets doen. Jij zit erbij voor Jan Lul. Na de
moordaanslag zullen die idioten iedereen fouilleren, ze vinden die blaffer
in je zweetlaarzen, en je krijgt van alles de schuld. En je kunt niets
zeggen, want ze geloven je toch niet.
- Jullie kunnen allemaal de takken in!
- Denk goed na, vriend. Wat heb je nu het liefst? De bajes, of je kop aan
scherfjes?
- Ik snap er niks van! Ik snap er gewoon niks van!
- Dat zal zo blijven, vrees ik...
| |
11.
Ze hadden een of ander sloerie van de gastenlijst geschrapt, en in de plaats
daarvan een man van de straat ingelast.
Het programma heette ‘Peep-show; Een Blik op het Volk’.
Die Kansas praatte alsof hij stof in zijn keel had. Nog niet de helft van wat
'ie eruitbraakte kon ik min of meer begrijpen. Zijn introductie
bijvoorbeeld, was compleet ongemerkt aan me voorbijgegaan.
- Wat zeg je? zei ik, met die pluche knuppel onder mijn smoel. Wat zeg je
godverdomme?
- De luisteraars vragen zich wellicht af, Jack Lenard, wat uw beroep is. Kunt
u het zelf nog eens voor ze herhalen?
- Ik heet geen Lenard! Ik heet Lehman! Als ik die naam | | | | nog een
keer verkeerd moet horen, ga ik er geloof ik op los dreunen!! Die Kans-ass
giechelde tevreden. Ook het bejaarde publiekje dat er in de studio op
keukenstoeltjes bijzat vond me best geinig, en lachte vrolijk.
- En wat was je beroep? herhaalde Kansas.
- Nou, ik ben dus een huurmoordenaar. Een killer.
Hij lachte weer. Het volkje applaudisseerde.
- Een vakbond heeft u dus niet? grapte hij.
- Wat een gezeik! Ik heb nog in opdracht gewerkt van Houston Chamberlain! Hoe
kan dat dan?
Opnieuw succes, zij het ietwat grimmiger.
- Lehman, vroeg 'ie. Ik meen geloof ik op te merken dat u een beetje
hardhorig bent. Houdt dat enig verband met uw werk? Een arbeidsongeval ofzo?
- Zo kan je het noemen! Wat een stinkboel die ze me gelapt hebben!
Hij attendeerde me erop dat we in de ether zaten.
- Was het je nog niet opgevallen dat ik er hier bijzit als een echte idioot?
zei ik. De gouverneur heeft mijn kop volgepropt met TNT! Ik mag mijn ogen
nog niet plinken of ik explodeer! Je kan je voorstellen hoe vrolijk je
daarvan wordt!
Het feit dat ik de gouverneur vernoemde, maakte hem dol.
- De gouverneur? De gouverneur? Hoe bedoel je, de gouverneur?
- Ik bedoel dat de gouverneur een verdomde kuttelikker is!
Hij deed me een zeer streng wurggebaar. Ik was hem wat te openlijk, geloof
ik.
Terwijl hij zinde op een nieuwe vraag, werd hem een vodje voorgeschoven.
Daarop stond: - Stop de uitzending. Lenard is een huurmoordenaar.
Hij legde het glimlachend opzij.
- Heeft u klachten over zijn know-how-politiek? Of is | | | | het de
gouverneur persoonlijk die u niet zint. En zijn volkje.
- Tegen zijn vrouwenvolk heb ik niks. Laat me dat duidelijk stellen. Als ik
denk aan de tieten van die Babette, allejezus! Ik zou ze dringend terug
willen zien!
Opnieuw een papiertje: - Lenard is écht een huurmoordenaar!!
- Maar naar het schijnt, zei ik, is ze een dochter van die lichtgevende
klapsigaar, die Nevada gisteren, in het houtkot, nog in zijn reet gedouwen
heeft.
Hij schakelde vliegensvlug enkele knoppen uit en dook achter een box onder
tafel voor me weg. Maar uit die box spetterden de knallen als vuurwerk. Met
stoel en al verdween die Kans-ass van de aardbodem. Zonder dat 'ie zijn
luisteraars nog wat zeggen kon.
De versterker werd opgetrokken. Na enkele meters werd hij weer losgelaten.
Nevada, die erin zat, sloeg in spatten tegen de grond.
- Het is de gouverneur! schreeuwde ik door de micro. Het is die vuile
stinkgouverneur waar jullie op gestemd hebben!
Daarna bleef ik herhalen: - Babette! Was je nou een hoer of hoe zit dat!!
Tot ik zag dat de micro niet eens was aangesloten.
Ik stoof op en rende naar de mahoniehouten celdeur. Ik vloog er met mijn
smoel tegenaan; ze was op slot.
Terug. Met de blaffer uit mijn sokken schoot ik enkele bejaarden die me niet
aanstonden door hun traanklieren. Echt nodig was dat niet, want ze zaten er
allemaal bij als pasgeverniste tuinharken.
Ondertussen werd de lijkkist van Nevada weer opgehesen. Al schietend en
knallend sprong ik erboven op.
- Sorry van daarnet, zei een impresario daarboven me.
- Maalt niet!
| | | |
| |
12.
Nog steeds in de mening dat ik Nevada was, scheurden ze me dwars door de
stad.
Smerissen zaten als strontvliegen op ons achterstuk, maar af en toe speelden
we ze kwijt.
- We gooien je d'r hier beter uit! schreeuwde een van die hulpjes.
- Hoezo??
- Je kunt hier een tram van lijn 37 nemen. Geen kat die je daar zoeken komt!
- Van lijn 37, zei je?
- Precies...37...
Ik sloeg die chauffeur door zijn hersens.
We gleden meteen tegen een waterpaal. Ik rolde netjes over de snuit heen, het
was bijna lollig. Tot ik met mijn kop in een doos vloog, en er zich in mijn
lichaam een fantastische explosie voltrok.
| |
13.
- Ik voelde me als een zalm, die met volle kracht tegen een waterval opzwom.
Overal zag ik zwanen, zwarte zwanen, onder een sterrenloze hemel. En als ik
zei ‘ik kan niet meer, ik kan niet meer’, hoorde ik een
ongelofelijke stem tot me spreken. ‘Kop op man! Je bent een
uitverkorene! Dat is toch ook niet niks!’
Het was de stem van God.
- Ben je nou niet aan het overdrijven?
Als ik afga op het tronie dat nu boven me hangt, ben ik nog mild! Verdomme,
wat heeft die Milcana een monsterlijke kop! Hij is de Indiaanse buurtdokter
die bij voorkeur wordt aangesproken door straatboksers, hoerenjagers met
syfilis, ontarmde pooiers en wijven die van hun vrucht afwillen. En door
Italianen en heidenen.
| | | |
Vraag me niet waarom ik er ook ga.
- Dat van die nitroglycerine in je oren is ook niet helemaal juist. In je
oren zat iets elektrisch, een zendertje ofzo. De springstof zat onder je
oksels. Veel was het niet. Bovendien hield je je armen uiteen, toen het
ontplofte. Je bent kleinzerig, Lehman! Dat had ik van jou niet verwacht!
- Wat??
- Al je vrienden zijn in die wàgen ontploft! Ik heb hun resten zien
wegdragen. Dat was andere koek!
- Maar hoe komt het dan dat ik goddomme geen poten aan mijn lijf heb hangen,
maar sojascheuten?? Als ik me omdraai, lijk ik een zwierdroger!
- Je okselspieren zijn verrokken. Het eerste halfjaar zul je het zonder je
armen moeten stellen.
Ik stapte maar eens op. Hij stak zijn vijf naar me uit.
Misschien is het omdat wij ze te lang getreiterd hebben, maar hun
medicijnmannen zijn nog maar een schaduw van wat ze geweest zijn.
| |
14.
We hielden een geweldig feest.
Ze hadden me met mijn vest over mijn lijf in een lavabo gezet, omdat ik het
ze te vaak over zwembaden had, en af en toe kwam een maat me volgieten.
Onder mijn voeten draaide een reusachtige ventilator.
- Er zijn te weinig wijven hier, reclameerde ik. Dat meende ik, want ik zag
alleen maar mannenkoppen om me heen.
Meteen werd er vergaderd.
- Donald, zeiden ze, jij hebt het geld! Ga jij eens een ommetje maken!
Hij protesteerde hevig. Toen hij als een briesende tijger | | | | de
straat opging, zonk ons de moed in de schoenen. Maar toch kwam hij terug.
Wat er toen allemaal gebeurde, kan ik me nog slecht herinneren. Ik kreeg af
en toe al met zwarte balken af te rekenen. Alsof ik ze zelf boven mijn hoofd
had opgestapeld.
Alleen zie ik nog, tussen die donkere vlekken in, die ene stoot die zo
geïnteresseerd naar mijn verlamde armen lag te gluren.
Opeens werd het ondraaglijk.
- Hoe heet je! schreeuwde ik.
Ze haalde haar schouders op.
- Zeg me dat je Babette heet!
- Ik heet Babette, zei ze mat.
Opeens zag ik in dat die Indiaan toch een of andere tovertruuk over mij had
uitgesproken. Tot in mijn nieren, pezen en klieren voelde ik die heilige
duivel in me door-wroeten. Ik trok me in één ruk op, het leek wel of ik de
lucht invloog, door de kamer heen, over al mijn maten die er als zwijnen bij
lagen, over de kussens, over de mat, en terwijl ik begon te kotsen als een
omgekieperde laadbak, sloeg ik dat wijf op haar gezicht. Tot in de hoek
duikelde ze naar achteren.
- Wat doe je nou, Lehman! Wat doe je nou! Je hebt
Ida godverdomme zomaar doodgeslagen!

|
|
|