Leeropdracht: lezingen in de Nederlandse letterkunde, seminaria in de Nederlandse letterkunde en taalkursussen - voornamelijk vertalingen in en uit het Nederlands.
Andere taalkursussen (in het bijzonder fonetische oefeningen, oral approach etc.) worden verzorgd door doc. Dr. Přemysl Janota, die na het overlijden van univ. Prof. Dr. F. Kalda ook taalkundige lezingen houdt.
Lezingen over de Nederlandse geschiedenis en realia worden door univ. Prof. Josef Polišenský gehouden.
Alle studenten die hier te lande talen studeren aan de filosofische faculteit moeten een keuze van twéé vakken maken. Een ervan - het hoofdvak - studeert men vijf jaar en wil men deze studie met succes voltooien, dan moet men een examen-scriptie (z.g.n. ‘diplomawerk’) afleveren en op grond daarvan verkrijgt men de gradus van gepromoveerd filoloog (prom. fil.).
De student is verplicht om naast het hoofdvak minstens vier jaar lang een bijvak te studeren, waarvoor men echter geen ‘diplomawerk’ behoeft te schrijven en alleen verplicht is schriftelijke en mondelinge examens af te leggen.
Het Nederlands studeert men als bijvak, zoals dit ook het geval is met de Scandinavische talen. Het is gebruikelijk dat elk jaar één van de Scandinavische talen of het Nederlands als bijvak ‘geopend’ wordt en pas na de voltooiing van de vierjarige cyclus wordt het vak weer opengesteld voor de studenten. Zo wordt dus ook het Nederlands om de vier jaar opengesteld voor eerstejaars studenten.
Daarnaast bestaan er natuurlijk facultatieve taalkursussen voor belangstellenden; die worden elk jaar geopend maar gelden niet als bijvak, aangezien daar alleen de practische taalbeheersing beoefend wordt.
Aan het Nederlands worden gemiddeld (gedurende twee semesters van ± 12 weken) 11 lesuren per week gewijd, waarvan gemiddeld 5 uur
practische
taalbeheersing (d.w.z. 1-2 uur fonetische oefeningen, 2 uur vertalingen, het
lezen van kranten etc. en 1-2 uur conversatieles etc.)
2 uur literaire
lezing plus 1 uur literair seminarium,
2 uur taalkundige lezing plus 1 uur
taalkundig seminarium.
Gedurende het eerste studiejaar wordt er geen lezing over literatuur, maar over geschiedenis en realia gehouden. Tijdens het derde studiejaar is de taalkundige lezing gewijd aan oudere perioden - historische grammatica.
Aangezien men het Nederlands op het ogenblik uitsluitend met het Duits als hoofdvak combineert, gaat men er van uit dat b.v. het gotisch in het kader van het hoofdvak bestudeerd wordt.
Tijdens het academische jaar 1969/70 studeren 13 studenten in het 2e jaar, allen met het Duits als hoofdvak.
Verder nog drie studenten in het 4e jaar (hoofdvak Engels of Duits).
Aangezien men het Nederlands niet als hoofdvak kan studeren en de studenten dus geen ‘diplomawerk’ (zie boven) behoeven te schrijven, worden er geen Diploma's Nederlands behaald. Het absolveren van de vierjarige cyklus Nederlands met de daarmee verbonden examens is echter de voorwaarde voor het behalen van de gradus ‘gepromoveerd filoloog’ of het latere doctoraat.
Het doctoraat kan alleen behaald worden door postgraduanten en dat op grond van een dissertatie (die echter niet in druk behoeft te verschijnen) en na het afleggen van drie z.g.n. rigoreuze examens.
Tot het jaar 1964 was het aantal Nederlandse werken in de faculteitsbibliotheek zeer gering. Dank zij de subsidies van het Ndl. Ministerie van O. en W. en het grote aantal boekenverzendingen van universiteiten uit België en het Belgische Ministerie van Cultuur, groeit de bibliotheek gestadig.
Helaas beschikt onze afdeling niet over bandopnamen. Weliswaar nemen de docenten zelf wel vaak verschillende Nederlandse lezingen en oefeningen op de band op, maar een systematische kursus op de band is - evenals een audiovisuele kursus - niet aanwezig.
Dit jaar zal het reizen naar het buitenland voor de studenten in verband met de politieke ontwikkeling wel zeer bemoeilijkt worden, daarvoor namen vele studenten echter deel aan jeugdkampen en werkbrigades in Nederland. Elk jaar worden twee postgraduanten uitgenodigd voor de Zomercursus te Nijmegen, vele afgestudeerden hebben hier al een dankbaar gebruik van gemaakt.
Olga Krijtová.