|
|
|
| |
| | | |
[Uitnodiging door J.A. Clignett]
[Levensberichten van Rutger Schutte, Frans van Lelijveld, Carolus Boers J.z.]
MIJN HEER!
Uit naam van de Maatschappy der Nederlandsche Letterkunde te Leyden, heb ik de eer U te noodigen op de Jaarlijksche Vergadering, welke dit jaar, volgens besluit der laatstgehouden Jaarlijksche Vergaderinge, gehouden zal worden op Dingsdag den 28sten van Zomermaand, des morgens ten negen en des namiddags ten drie uren, in de Vergaderkamer van de Maatschappy, op de Oudevest, om de navolgende punten in overweging te nemen, en daar op de noodige besluiten te maken.
| |
I.
Het verslag van de Maandelijksche Vergadering wegens het Woordenboek der Maatschappye.
| |
II.
Het nader verslag van Gekommitteerden tot het maken van een opstel van zoodanige inrichtingen, welke zy ter bevordering van de belangen der Maatschappye geschikt zoude oordeelen, ingevolge het besluit der laatste Jaarlijksche Vergaderinge op het 2de punt van den brief van beschryving.
| |
III.
Het opnemen van de stemmen der Gekommitteerden tot het beoordeelen der ingekomen Verhandelingen ter beantwoordinge der Vrage: Welke zyn de kenmerken van waar en valsch Vernuft? en welke zyn de behoedmiddelen tegen het laatste?
| |
IV.
Het Voorstel van den Heer Valk, om de volgende veranderingen in de Wetten der Maatschappye vast te stellen:
| | | |
I. In plaats van §. 3. van het XIV. Hoofdst. der Wetten te stellen deze twee Wetten.
1.
‘De Stukken, die in eene vreemde taal mochten ingeleverd worde, zullen, goedgekeurd zijnde, in dezelve taal worden uitgegeven.
2.
‘Bij dezelven zal eene Nederduitsche Vertaling gevoegd worden, byaldien de aart der Verhandeling zoodanige vertaling toelaat, en dezelve in goede order te bekomen is.
II. In plaats van §. 36. van de Wetten om naar eenen prijs te laten schrijven, te stellen deze twee Wetten.
1.
‘De Verhandelingen, in de Latijnsche taal geschreven, zullen in dezelve taal gedrukt worden.
2.
‘Bij dezelven zal eene Nederduitsche Vertaling gevoegd worden, byaldien de aart der Verhandeling zoodanige Vertaling toelaat, en dezelve in goede order te bekomen is.
| |
V.
Het verslag der Gekommitteerden, nopens de bedenkingen op het onderwerp om naar eenen prijs te laten schrijven, in de laatstgehouden Jaarlijksche Vergadering, gekozen tot eene proeve van Welspreekendheid:
‘Het Volkskaracter der Vereenigde Nederlanderen’.
De Heeren Fontein, Tollius, de Kruyff, van Engelen en Schultens, die, in de Jaarlijksche Vergadering des Jaars 1784., tot die Kommissie benoemd zijn, worden verzogt de bedenkingen, welken zy op het voorgesteld onderwerp, of zelven gemaakt, of van andere Leden der Maatschappije ontvangen mochten hebben, drie weken voor het houden der Jaarlijksche Vergaderinge mede te deelen aan den Heer Fontein te Amsterdam, als den eerstgenoemden der Gekommitteerden.
| | | |
| |
VI.
Het benoemen van zeven Gekommitteerden tot het beoordeelen der Verhandelingen, welke op het vastgestelde onderwerp voor den eersten van Wijnmaand 1787. zullen inkomen.
| |
VII.
Het verkiezen van een Onderwerp om naar eenen prijs te laten schryven, om vastgesteld te worden in de Jaarlijksche Vergadering van 1786.; waar toe voorgedragen worden.
In de Dichtkunde.
| 1. | Welke voor- en nadeelen zijn 'er voor onze Dichtkunst gesproten uit den omgang met andere Natien, en het lezen van derzelver schriften, byzonderlijk Dichtstukken? |
| 2. | In hoe verre is een Dichter verbonden zich te houden aan Historische en Philosophische waarheid? En hoe verre vermag, en hoe verre behoort hy daar van aftegaan? |
| 3. | Kan men uit den algemeenen aart en het Karacter der Nederlandsche Natie opmaken, tot welke Onderwerpen der Dichtkunst dezelve best geschikt zij? En welke zijn de soorten van Poëzy, waarin de Nederlandsche Dichters best slagen? |
| |
VIII.
Het benoemen van vijf Gekommmitteerden om de bedenkingen van alle de Leden der Maatschappije op het gekozen onderwerp te ontvangen, en benevens hunne eigene bedenkingen aan de volgende Jaarlijksche Vergadering voor te dragen.
| |
IX.
Het bepalen der Klasse, uit welke in het volgend jaar een Onderwerp zal gekozen worden.
| |
X.
Het voorstel der Maandelijksche Vergadering om de Vryheid, tot het verkiezen van Leydsche Leden, wederom voor een jaar te verleenen.
| | | |
| |
XI.
Het opnemen van de Rekening van den Penningmeester.
| |
XII.
Het bepalen der Toelagen.
| |
XIII.
Het aanstellen der Amptenaren.
| |
XIV.
Het benoemen van Gekommitteerden.
De Heeren Fontein, Valk, Tollius, Lubling, N. Hinlópen, P. Huisinga Bakker en de Kruyff worden verzogt, ingevolge het III. punt van dezen brief, hun stembriefje voor den 15den van Zomermaand aan den Secretaris of Briefschryver te bezorgen.
Wyders heb ik de eer U te berichten, dat de Hoogeerw. Hooggel. Heer Broerius Broes S.S. Theol. Doct. en Professor aan 's Lands Hoogeschool alhier tot Lid der Maatschappy verkozen is; en dat de Maatschappy drie van hare Leden verloren heeft, door den dood van den Weleerw. Heer Rutger Schutte Predikant te Amsterdam, van den Wel Ed. Heer Frans van Lelijveld Koopman, en van den Wel Ed. Heer Mr. Carolus Boers J.Z. Advokaat alhier.
De Leden, welke eenige Excerpten, of eenigen anderen Voorraad, ten dienste van het Woordenboek, mochten gereed hebben, worden verzogt die aan de Maatschappy te doen toekomen dit Jaar, voor het einde van Bloeimaand, om te kunnen gebracht worden in het Verslag der Maandelijksche Vergaderinge, volgens het eerste punt van dezen brief: en die Heeren, welke genegen zijn eene Verhandeling of Dichtstuk, 't zy met hunnen Naam, 't zy onder eene Zinspreuk, in gevolge het beslotene op de Jaarlijksche Vergadering des jaars 1777., aan de Maatschappy toe te zenden, worden verzogt zulks mede voor het einde van Bloeimaand te doen.
Ik heb de eer van met achting te zyn.
MIJN HEER!
Uw Dienaar
[J.A. Clignett]
Leyden den [23sten] van Bloeimaand 1785.
|
|
|