|
|
|
| |
| | | |
[Uitnodiging door J.A. Clignett]
[Levensberichten van Z.H. Alewijn en Pieter van den Bosch]
MIJN HEER!
Uit naam van de Maatschappy der Nederlandsche Letterkunde te Leyden, heb ik de eer U te noodigen op de Jaarlijksche Vergadering, welke dit jaar, volgens besluit der laatstgehouden Jaarlijksche Vergaderinge, gehouden zal worden op Dingsdag den 26sten van Zomermaand, des morgens ten negen en des namiddags ten drie uure, in de Vergaderkamer van de Maatschappy, op de Oudevest, om de navolgende punten in overweging te nemen, en daar op de noodige besluiten te maken.
| |
I.
Het verslag van de Maandelijksche Vergadering, wegens het Woordenboek der Maatschappye.
| |
II.
Het verslag der Gekommitteerden, nopens de bedenkingen op het onderwerp, om naar eenen prijs te laten schryven, in de laatstgehouden Jaarlijksche Vergadering gekozen:
‘Welke is de oorsprong van de Collegien der Vroedschappen in de Hollandsche Steden en langs welken weg hebben zy derzelver tegenwoordige Constitutie verkregen?
Dc Heeren D.v. Alphen, te Water, Vreede, van de Wall en H.v. Alphen, die in de Jaarlijksche Vergadering des Jaars 1787. tot die kommissie benoemd zijn, worden verzogt de bedenkingen, welken zy op het voorgesteld onderwerp, of zelven gemaakt, of van andere Leden der Maatschappye ontvangen mochten hebben, drie weken voor het houden der Jaarlijksche Vergaderinge mede te deelen aan den Heer D.v. Alphen, als den eerstgenoemden der Gekommitteerden.
| |
III.
Het benoemen van zeven Gekommitteerden tot het beoordeelen der Verhandelingen, welke op het vastgesteld onderwerp voor den eersten van Wijnmaand 1790. zullen inkomen.
| | | |
| |
IV.
Het verkiezen van een onderwerp, om naar eenen Prijs te laten schryven, om vastgesteld te worden in de Jaarlijksche Vergadering van 1789. waar toe voorgedragen worden:
In de Dichtkunde.
| 1. | In hoe verre is een Dichter verbonden zich te houden aan Historische en Philosophische Waarheid? in hoe verre vermag, in hoe verre behoort hy zelfs daar van aftewyken? |
| 2. | Maakt de physique of morele gesteldheid onzer Landgenooten hun tot zeker soort van gedichten meer of min geschikt? |
| 3. | Welk voordeel is er voor onze poëzy te trekken uit de beoeffening der Oostersche Dichtstukken, byzonderlijk die, welke in de gewyde bladeren voorkoomen? |
| |
V.
Het benoemen van vijf Gekommitteerden; om de bedenkingen van alle de Leden der Maatschappye op het gekozen onderwerp te ontvangen, en benevens hunne eigene bedenkingen aan de volgende Jaarlijksche Vergadering voor te dragen.
| |
VI.
Het bepalen der Klasse, uit welke, in het volgend Jaar, een onderwerp zal gekozen worden.
| |
VII.
Het voorstel der Maandelijksche Vergaderinge, om de Vryheid, tot het verkiezen van Leydsche Leden, wederom voor een Jaar te verleenen.
| |
VIII.
Het opnemen van de rekening van den Penningmeester.
| |
IX.
Het bepalen der Toelagen.
| |
X.
Het aanstellen der Amptenaaren.
| |
XI.
Het benoemen van Gekommitteerden.
| | | |
Wyders heb ik de eer U te berichten dat de Maatschappy twee van hare Leden verloren heeft door den dood van den Wel-Ed. Gestr. Heere Mr. Z.H. Alewijn, Heere van Mijnden en de beide Loosdrechten, Schepen en Raad der Stad Amsterdam en Pieter van den Bosch, oud Leeraar der Remonstranten, te Leyden.
De Leden, welke eenige Excerpten, of eenigen anderen Voorraad, ten dienste van het Woordenboek, mochten gereed hebben, worden verzogt die aan de Maatschappy te doen toekomen dit Jaar, voor den 15den van Zomermaand, om te kunnen gebracht worden in het Verslag der Maandelyksehe Vergaderinge, volgens het eerste punt van dezen brief: en die Heeren, welke genegen zijn eene Verhandeling of Dichtstuk, 't zy met hunnen Naam, 't zy onder eene Zinspreuk, in gevolge het beslotene op de Jaarlyksche Vergadering des Jaars 1777., aan de Maatschappy toe te zenden, worden verzogt zulks mede voor dien tijd te doen.
Ik heb de eer van met achting te zijn.
MIJN HEER!
Uw Dienaar
[J.A. Clignett]
Leyden den [10] van Bloeimaand 1788.
|
|
|