|
|
|
| |
| | | |
| | | | | |
Hendrik Algra
Hardegarijp 5 januari 1896 - Leeuwarden 1 juni 1982
‘Aan een zandweggetje in Tietjerksteradeel stond mijn geboortehuis: een woonkamer, een portaal, een schuur en een paar koestallen.’ Dit is de eerste zin van de memoires van Hendrik Algra: Mijn werk, mijn leven (Assen, 1970). Zijn vader, Aan Algra, was landarbeider, maar stamde uit een geslacht van eigengeërfde boeren. Zijn ouders en grootouders waren aanhangers der Afscheiding van 1834.
Hendriks moeder, Jitske Bosma, kwam uit hetzelfde milieu (maatschappelijk en kerkelijk) als zijn vader. Zij was zeer belezen; haar belangstelling beperkte zich niet tot de zogenaamde ‘oude schrijvers’ (zoals Hellenbroek), die bij de Afgescheidenen in hoog aanzien stonden, maar strekte zich ook uit tot actuele lectuur als de weekbladen De Bazuin en De Vrije Fries, respectievelijk van Gereformeerde en Anti-Revolutionaire signatuur. Zoals bekend heeft een deel der Afgescheidenen zich in 1892 met de Dolerenden van 1886 verenigd tot de Gereformeerde Kerken. Daartoe behoorden ook de ouders van Algra.
Jitske Algra-Bosma heeft een belangrijk aandeel gehad in de godsdienstige vorming van haar vier zonen (Hendrik was de oudste). In dit verband moet ook de naam P. van der Ploeg worden genoemd. In 1901 waren de Algra's van Hardegarijp verhuisd naar Swichum, een dorpje ten zuiden van Leeuwarden. Daar bracht Hendrik zijn lagere-schooljaren door. De dichtstbijzijnde christelijke school stond in het naburige dorp Wirdum. Het hoofd, ‘meester’ Van der Ploeg, belichtte bij de godsdienstlessen vooral de hoogte- en dieptepunten in het leven van de bijbelse figuren aan de hand van het criterium der geloofsgehoorzaamheid, iets wat diepe indruk op Hendrik Algra heeft gemaakt.
In 1909 vestigde de familie Algra zich in Rien (ten noordoosten van Sneek). De dertienjarige oudste zoon werd daar ‘los arbeider’. Maar drie avonden per week ging hij naar school in Wommels, waar ‘normaallessen’ werden gegeven ter opleiding voor de akte van bekwaamheid als onderwijzer. De afstand Rien-Wommels werd aanvankelijk te voet afgelegd (heen-en-terug tweeëneenhalf uur gaans!). Later kreeg Hendrik een fiets.
Tijdens de hooi-oogst stond de jonge Algra's morgens om vier uur op. Hij werkte tot half vier 's middags op het land, verkleedde zich, fiet- | | | | ste naar Wommels, kreeg daar vier uur les en was 's avonds negen uur thuis. In 1914 slaagde hij met vlag en wimpel voor de fel begeerde akte. Hij kreeg eerst een tijdelijke betrekking, maar werd in 1915 aangesteld tot onderwijzer in vaste dienst aan de christelijke school te Berlikum. Hij begon daar met de studie voor de akte Geschiedenis mo. Nog vóór deze studie voltooid was, werd hij benoemd tot leraar aan de christelijke kweekschool in Leeuwarden (1921).
In 1922 trouwde Hendrik Algra met Eelkje Offringa. Uit dit huwelijk zijn drie zonen en twee dochters geboren. Eelkje Algra-Offringa is overleden in 1946. Zeven jaar later trouwde de weduwnaar met Janke Wijnsma. Zijn tweede vrouw schonk hem een dochter. Zij ontviel hem in 1971.
Ook als huisvader bleef Algra stug aan de studie. In 1923 behaalde hij de akte Geschiedenis mo en in 1928 de akte Nederlands mo. In 1935 werd de kweekschool, waaraan hij werkte, uit bezuinigingsoverwegingen opgeheven. Hij werd toen leraar aan de christelijke gymnasia te Kampen en Huizum (een dorp in Leeuwarderadeel, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog bij Leeuwarden is gevoegd). In 1946 kreeg hij in laatstgenoemde plaats een volledige betrekking. Hij heeft deze vervuld tot 1962, het jaar van zijn pensionering.
Algra was een uitzonderlijk begaafd geschiedenisleraar. Hij had een ijzersterk geheugen en kon boeiend vertellen. Bij de voorbereiding van zijn lessen beperkte hij zich niet tot literatuurstudie maar deed hij ook bronnenonderzoek. Speciale belangstelling had hij voor de geschiedenis van Friesland, waar hij niet alleen geboren en getogen is, maar ook zijn hele leven heeft gewoond. Zijn eerste publicatie was Bistekken for Fryske skiednis (Harlingen, 1929-1930) en zijn laatste historisch werk Franeker, stad met historie (Franeker, 1983).
Behalve in het onderwijs is Algra als geschiedenisleraar ook in het jeugdwerk actief geweest. Hij schreef een driedelig ‘handboek der vaderlandse geschiedenis, speciaal voor gereformeerde jongelingsverenigingen’, getiteld Het erfdeel der vaderen (derde druk: Amersfoort, 1947). Van 1948 tot 1957 is hij voorzitter van de Gereformeerde Jongelingsbond geweest.
De grootste publicatie, waaraan de naam Algra verbonden is, heeft als titel Dispereert niet. Twintig eeuwen historie van de Nederlanden. De eerste druk van dit werk, dat Hendrik samen met zijn jongste broer Ale
| | | |
(ook geschiedenisleraar) heeft geschreven, kwam te Franeker uit in 1942 - vandaar de titel! In 1983 verscheen de negende druk (vijf delen, 2000 bladzijden tekst, 500 bladzijden illustratie), bijgewerkt door Algra's zoon prof. mr. N.E. Algra.
Van 1942 gesproken: op 4 mei van dat jaar werd Algra door de Duitsers opgesloten in het gijzelaarskamp te St. Michielsgestel. De man die voorheen de gereformeerde jeugd wegwijs had gemaakt in de vaderlandse geschiedenis, deed dat nu met de ‘crème de la crème’ van de natie. Bij zijn lezingen over De eigen weg van het Nederlandse volk zat de grote Johan Huizinga meermalen op de voorste rij. Deze gaf de spreker na afloop steevast de hand en werd dan ook als ‘dienstdoend ouderling’ gekwalificeerd!
Algra is vrijgelaten op 21 december 1943. De zoëven genoemde reeks lezingen is naderhand in boekvorm verschenen (tweede druk: Franeker, 1958). Dit geldt ook van de in Gestel ontstane serie Oranje in ballingschap (Kampen, 1948). Van de naoorlogse historische publicaties moet verder nog worden genoemd Het wonder van de negentiende eeuw. Van vrije kerken en kleine luyden (zesde druk: Franeker, 1979).
Tot zover Algra als historicus, zijn hoofdfunctie. De arbeidersjongen uit Hardegarijp had echter meer pijlen op zijn boog. Hij heeft ook naam gemaakt als politicus en journalist, zijn belangrijkste nevenfuncties. En hoe...In 1975 is hij benoemd tot erelid van de Anti-Revolutionaire Partij, en in 1980 is hem een ere-doctoraat verleend door de Vrije Universiteit.
In 1946, op vijftigjarige leeftijd dus, is Algra gekozen tot lid van de Eerste Kamer. Hij heeft zich als zodanig vooral beziggehouden met de beleidssectoren Buitenlandse Zaken, Overzeese Gebiedsdelen, Defensie en Onderwijs en was ook op het departement van crm bepaald geen onbekende: Kroonlid van de nos en voorzitter van de Wereldomroep (1968-1973). Als vicevoorzitter van de fractie der arp heeft hij meer dan eens het woord gevoerd bij de jaarlijkse algemene beschouwingen.
Een hoogtepunt voor Algra als senator is de negende januari van het jaar 1964 geweest. Hij heeft toen in de Ridderzaal voor de Eerste en Tweede Kamer in tegenwoordigheid van de Koningin en de Kroonprinses de herdenkingsrede gehouden naar aanleiding van het vijfhonderdjarig bestaan van de Staten-Generaal. Dat was een hommage aan de politicus èn de historicus Algra.
| | | |
In de in 1980 verschenen erebundel Doctor Algra, de Friese senator is een door mr. Y. Offringa samengesteld Uittreksel uit het register op de Handelingen der Staten-Generaal inzake spreekbeurten en vragen van de heer H. Algra opgenomen, dat niet minder dan dertien bladzijden telt (pp.177-189). Aan deze Friese senator, die in 1956 benoemd was tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, is niet zonder reden bij zijn afscheid in 1969 de uitzonderlijk hoge onderscheiding van Commandeur in de Orde van Oranje Nassau verleend.
Zoals gezegd, is Algra behalve historicus en politicus ook journalist geweest. Van 1935 tot 1977 fungeerde hij als hoofdredacteur van het Friesch Dagblad (christelijk-nationaal) en van 1955 tot 1971 als voorzitter van de redactie van het weekblad Nederlandse Gedachten (anti-revolutionair).
Op het Friesch Dagblad heeft Algra zijn stempel gedrukt. Duizenden hoofdartikelen staan op naam van ‘h.a.’. Hij verstond de kunst van het uitleggen: ingewikkelde kwesties wist hij ‘meesterlijk’ uit de doeken te doen. Hij beschikte over een verbluffende kennis op godsdienstig en historisch gebied. Uit zijn principiële commentaren sprak een onomwonden bijbelse visie.
Hij kon ook smakelijk vertellen, waarbij hij de anecdote niet versmaadde. Sterk was hij verder in het polemiseren. Hij maakte daarbij vaak gebruik van het floret der ironie, bijvoorbeeld door het woord ‘merkwaardig’ te hanteren in de betekenis van ‘bijzonder in ongunstige zin’. Hij bleef ook in de bezettingstijd strijdbaar, met alle risico's van dien, inclusief St. Michielsgestel. Mede onder zijn invloed heeft het bestuur van de Friese Persvereniging in 1942 de productie van het Friesch Dagblad opgeschort tot de bevrijding: een indrukwekkende verzetsdaad.
Het valt na dit alles niet te verwonderen dat aan Algra in 1980 bij de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Vrije Universiteit, op aanbeveling van de faculteit der sociale wetenschappen, een eredoctoraat is verleend wegens zijn bijzondere verdiensten op het gebied van de commentariërende journalistiek.
Hendrik Algra is een getuige geweest ten aanzien van het verleden (als historicus) en van het heden (als journalist en politicus). Maar er is meer. Hij heeft in al zijn functies een getuige willen zijn van Christus.
| | | |
Zijn visie op de toekomst werd bepaald door zijn geloof in het Koninkrijk Gods.
K. de Vries
| |
Voornaamste geschriften
Een bibliografie van de publicaties van Algra, samengesteld door drs. A.J. van Dijk, is opgenomen in: Doctor Algra, de Friese senator, Franeker/Leeuwarden, Uitgeverij T. Wever bv/Friesch Dagblad, 1980, p.165-176. Hieraan dienen de volgende publicaties te worden toegevoegd.
Lichten aan de kim. Franeker, Uitgeverij Wever, 1981 (meditaties; tweede druk 1983).
Die fijne lange dag. Franeker, Uitgeverij Wever, 1982 (meditaties; tweede druk 1983).
Franeker, stad met historie. Franeker, Uitgeverij Wever, 1983 (postume publicatie, verzorgd door prof. mr. N.E. Algra).
|
|
|