Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1988


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1901-2000


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1987-1988. E.J. Brill, Leiden 1989  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 163]

James Stratton Holmes
Collins, Iowa, vs 2 mei 1924 - Amsterdam 6 november 1986

James S(tratton) Holmes (Jim) werd op 2 mei 1924 geboren op een kleine boerderij in Collins, Iowa, vs, waar hij ook opgroeide. Hij had drie oudere broers die, toen ze jong waren, hun vader hielpen bij het werk op de boerderij. Jim hielp zijn moeder thuis en speelde piano.

Na high school ging Holmes in 1941 naar een Quaker college in Oskaloosa, Iowa, waar hij met het pacifisme kennismaakte. Op twee studiejaren volgden twee jaar waarin hij lesgaf op een middelbare school in Barnesville, Ohio. Daar Holmes een principiële dienstweigeraar was en ook niet bereid was vervangende dienstplicht te vervullen, kwam hij in de gevangenis terecht, waar hij zes maanden doorbracht en onder andere een heavy affair had met een echte gevangene. Na twee gevangenissen van binnen gezien te hebben ging hij terug naar William Penn College en bezocht vervolgens Haverford College in Pennsylvania. Hoewel er aanvankelijk sprake van was geweest dat hij muziek zou gaan studeren werd het Engels, met als bijvakken geschiedenis en wiskunde. Na zijn master's degree in Engels en geschiedenis behaald te hebben zette James in 1948 zijn studie voort aan de Brown University in Providence, Rhode Island, een Ivy League School, waar hij een jaar lang voor zijn doctorsgraad studeerde.

Inmiddels had hij zijn eerste gedichten gepubliceerd en wat redactioneel werk verricht. Van nu af aan zou poëzie zijn grote liefde zijn.

Holmes onderbrak zijn studie om als Fulbright exchange teacher voor een jaar les te gaan geven aan de Quakerschool Kasteel Eerde bij Ommen. Toen het jaar voorbij was bleef hij nog enige tijd in Nederland en ontmoette in 1950 Hans van Marle, die zijn levenslange metgezel zou worden. Deze relatie was mede de reden waarom hij zich voorgoed in Amsterdam vestigde.

De eerstvolgende twee jaar volgde James Holmes colleges Nederlands bij Nico Donkersloot aan de Universiteit van Amsterdam en in 1951 maakte hij zijn eerste poëzievertalingen. Dit werd zijn hoofdbezigheid en tot aan zijn benoeming als hoofdmedewerker op het Instituut voor Algemene Literatuurwetenschap van de Universiteit van Amsterdam voorzag hij in zijn levensonderhoud met vertalen. Naast gedichten vertaalde hij, samen met Hans van Marle, publikaties over Indonesië en Indonesische

[p. 164]

poëzie in het Engels. Zijn reputatie als poëzievertaler groeide snel en in 1956 werd hem als eerste buitenlander de Martinus Nijhoffprijs toegekend voor zijn vertalingen in het Engels. Nadat in 1958 het legendarische Engelstalige tijdschrift Delta was opgericht, dat geheel aan Nederlandse en Vlaamse kultuur was gewijd, werd James Holmes poëzie-redakteur en vertaalde hij met grote regelmaat moderne poëzie voor dit blad. Wat James Holmes in die tijd, de vijftiger en zestiger jaren, vooral veel vertaalde waren de gedichten van de Vijftigers en de na-Vijftigers, niet bepaald de gemakkelijkste poëzie. Een van Holmes' knapste prestaties was zijn vertaling van Nijhoffs Awater, die ook in het buitenland indruk maakte, of liever gezegd: zowel de oorspronkelijke dichter als de vertaler werden geroemd en dat is het grootste kompliment dat een vertaler kan krijgen. T.S. Eliot moet na lezing van het gedicht opgemerkt hebben, dat Nijhoff wereldberoemd zou zijn geweest als hij in het Engels geschreven had - iets dat Nijhoff naar verluidt zelf ook beweerd heeft - en Brodsky zou later gezegd hebben dat hij Awater een van de beste gedichten vond die hij kende. Er volgden nog vertalingen van vele tientallen dichters uit Nederland en Vlaanderen en in 1984 werd Holmes, opnieuw als eerste buitenlander, bekroond met de vertaalprijs van de Vlaamse Gemeenschap. Hoogtepunt van zijn vertaalaktiviteit was Dutch Interior, een grote bundel naoorlogse Nederlandse en Vlaamse poëzie, die in 1984 bij de Columbia University Press verscheen. Holmes was niet alleen mede-samensteller, maar droeg ook veel vertalingen van eigen hand aan de bundel bij. De erkenning van zijn grote verdienste als vertaler vond haar bekroning toen zijn naam verbonden werd aan de vertaalprijs van het Translation Center van de Columbia University te New York voor vertalingen uit het Nederlands: de James S Holmes Award.

Daar James Holmes ook om andere redenen goed ingeburgerd raakte in Nederland - hij had een uitgebreide homo-vriendenkring en was een gezelligheidszoeker - begon hij deel te nemen aan verenigingsaktiviteiten. Ondanks zijn lichte accent en de lidwoorden waarin hij zich tot het einde toe vergiste, werd hij nauwelijks als buitenlander beschouwd. Hij ontving uitnodigingen om zitting te nemen in besturen en kommissies en hij trad zelfs toe tot de redaktie van een Nederlands-Vlaams jongerentijdschrift Gard Sivik. Daarnaast werkte hij mee aan tijdschriften als Litterair Paspoort, waarin hij als eerste over de nieuwe Amerikaanse poëzie schreef, aan De Gids, De Nieuwe Stem, Maatstaf, De Revisor. Behalve aktief lid van de Nederlandse pen, van de Vereniging van Letterkundigen, de Maat-

[p. 165]

schappij der Nederlandse Letterkunde, was hij erelid van de Vlaamse vvl, bestuurslid van de Stichting voor Vertalingen (Stichting ter Bevordering van de Vertaling van Nederlands Letterkundig Werk in het Buitenland), het Nederlands Genootschap van Vertalers en van Schrijvers, School, Samenleving en lid van de Nationale Unesco Commissie. Namens de vvl zat hij in het Federatiebestuur en hij nam deel aan verscheidene zittingen van de Conferentie der Nederlandse Letteren, zowel voor Nederland als voor Vlaanderen. Al met al was hij dus zeer actief, maar daar moet wel de kanttekening bij gemaakt worden dat Holmes, die inderdaad inventief was en vaak goede voorstellen deed, de uitwerking van die voorstellen zonder uitzondering aan anderen overliet.

Omdat poëzie vertalen niet de eenvoudigste broodwinning is en je er op den duur ook een beetje moe van wordt, al kun je er bij blijven zitten, nam Holmes graag de uitnodiging aan om hoofdmedewerker algemene literatuurwetenschap te worden aan de Universiteit van Amsterdam, toen daar in 1964 een afdeling theoretische vertaalwetenschap werd ingesteld. Holmes had een wetenschappelijke achtergrond en hij had inmiddels, behalve veel praktische ervaring ook een ruime theoretische kennis op dit terrein opgedaan. Hij stelde leerprogramma's op, later ook voor het Opleidingsinstituut voor Tolken en Vertalers, dat in de universiteit geïntegreerd zou worden als Instituut voor Vertaalwetenschap. Mede door zijn toedoen werd vertaalwetenschap een afstudeerrichting. Hele generaties vertalers heeft hij van een gedegen theoretische ondergrond voorzien, wat ook voor de vertaal praktijk heel dienstig bleek: hij ontwikkelde een eigen vertaalmodel en leerde de problemen die zich bij het vertalen voordoen helder onderkennen. Holmes schreef over dit onderwerp enige artikelen die internationale bekendheid verwierven en die men in de bibliografie van menige buitenlandse studie op dit gebied tegenkomt.

In de zeventiger jaren startte Holmes een workshop poëzievertalen, waar veel studenten, ook uit andere studierichtingen, aan deelnamen. Enkelen van hen zijn zelf poëzievertaler geworden. Naast dit alles was Holmes aktief op poëziefestivals als Poetry International, Rotterdam en het Amsterdamse One World Poetry, waar hij Nederlandse poëzie voorlas of ook, in het laatste geval, enkele vertaalworkshops leidde. In 1967 organiseerde hij in het Concertgebouw te Amsterdam de manifestatie Poetry For Now, met buttons en plakblaadjes en al. De plakblaadjes met vertaalde gedichten werden door de hele stad geplakt en bleven daar soms nog jaren hangen, leesbaar voor iedereen. Holmes organiseerde ook poëzielezingen

[p. 166]

in het buitenland, bij voorbeeld in de Library of Congres, Washington. In 1984, tenslotte, verzorgde hij in het kader van One World Poetry de avond Poetry Gone Gay, waar hij zelf las, want Holmes was, behalve dichter ook gay, iets wat hij in toenemende mate wilde weten. Dit willen weten ervoer hij als een bevrijding en die nieuwe vrijheid wilde hij tonen.

Zijn gayness manifesteerde zich bij Holmes in twee opzichten: zijn kleding en zijn poëzie. Vanwege die kleding trok hij overal de aandacht: een, in later jaren grijze of witharige oudere, man, die uitbundig fleurde met zijn attributen: zijn spijkerriem en spijkerarmband, roze driehoekje, sleutelbos, handboeitjes, slip van rood zakdoekje uit kontzakje. In Nederland werkte het meestal vertederend, in het buitenland, met name in Oosteuropese landen, baarde het vaak het nodige opzien.

Tegelijk met het leiden van enkele drukbezochte vertaalworkshops homo-poëzie begon Holmes, na jaren, weer gedichten te schrijven. Het schrijven van homo-poëzie betekende voor hem eveneens een bevrijding, alsof hij in poeticis inhaalde waar hij vroeger niet aan toe gekomen was. Merkwaardig genoeg was deze nieuwe poëzie bizonder ruig en tegelijk klassiek van vorm, in tegenstelling tot zijn vroegere vrije, rijmloze verzen.

Als homo hield hij van leather men; hij bezocht leather-café's en voelde zich verguld als hij achter op een zware motorfiets mee mocht rijden. In een van die café's, een sm-etablissement, las hij zijn poëzie voor, die hij publiceerde onder het alter ego of primus ego Jacob Lowland, met niet gering sukses.

Holmes was veel melancholieker en gespletener dan velen beseften. Hij verkoos met het gevaar geen rekening te houden. Zo kon zijn sexuele bevrijding oorzaak worden van zijn vroegtijdig overlijden. Hieraan moet worden toegevoegd dat medici hem geen lang leven toekenden, onder meer omdat hij een zwak hart had. Na zijn zestigste voelde hij zich al moe, zei hij in een interview, en dat was hem aan te zien. Hij nam vroegtijdig ontslag bij de universiteit om meer poëzie te kunnen schrijven en te vertalen. Dat hij ongeneeslijk ziek werd op het moment dat hij, na al die jaren in Nederland gewoond te hebben, voor het eerst mocht stemmen, is een navrant detail.

Het einde kwam voor iedereen zo niet onverwacht, dan toch abrupt. Hoe bekend en geliefd James Holmes is geweest was te zien bij de crematie. De aula zat vol vrienden en mensen uit zeer verschillende beroepen en interessegebieden, onder wie ‘getekenden’ die hem ‘spoedig zouden volgen’, zoals een van de sprekers zei. Zijn vriend Hans van Marle hield een

[p. 167]

korte afscheidstoespraak en hij citeerde een tekst van John Donne:

‘No man is an Iland, intire of it selfe; every man is a peece of the Continent, a part of the maine;... any mans death deminishes me, because I am involved in Mankinde; And therefore never send to know for whom the bell tolls; it tolls for thee.’

James Holmes laat een standbeeld achter in de vorm van een leegte.

 

Cora en Sybren Polet

Voornaamste geschriften

Een uitvoerige inventarisering vindt men in het pen-Kwartaal, 62/63, december 1986/januari 1987.

Poëzie

Jim Holmes, Nine Hidebound Rimes, Poems, 1977. Amsterdam 1978.

Jacob Lowland, The Gay Stud's Guide to Amsterdam and Other Sonnets. Amsterdam 1978; tweede druk 1980.

Jacob Lowland, Billy and the Banquet. Amsterdam 1982.

James S Holmes, Early Verse 1947-1957. Amsterdam/New York 1985.

Poëzievertalingen

Martinus Nijhoff, A water, A Long Poem, With a Comment on Poetry in Period of Crisis. Amsterdam 1962.

Paul Snoek en Willem M. Roggeman (ed.), A Quarter Century of Poetry from Belgium (Flemish Volume). Brussel/Den Haag 1970.

Peter Glasgold (ed.), Living Space. New York 1979.

Lawrence Ferlinghetti en Scott Rollins (ed.), Nine Dutch Poets. San Francisco 1982.

James S Holmes en William Jay Smith (ed.), Dutch Interior. Postwar Poetry from the Netherlands and Flanders. New York 1984.

Voorts een groot aantal vertalingen in tijdschriften als Modern Poetry in Translation (het Nederlandnummer, 27/28, 1976), Delta, Atlantic, Carcanet, Chelsea Review, Poetry Quarterly.

Wetenschappelijke werken en artikelen

James S Holmes e.a. (ed.), The Nature of Translation. Essays on the Theory and Practice of Literary Translation. Den Haag/Bratislava 1970.

Idem, Literature and Translation. New Perspectives in Literary Studies. Leuven 1978.

James S Holmes, Translated!. Papers on Literary Translation and Translation Studies. Amsterdam 1988.