pseudologia: hij bespeelde toen zelfs nog geen instrument. In het Nederlands Jazz Archief komt zijn naam alleen voor in de jaren 1952-1954 en in dat eerste jaar dan nog alleen als bestuurslid van twee jazzclubs. Daarna heeft hij alleen zo'n anderhalf jaar meegespeeld in amateur-jazzbandjes met af en toe een betaald optreden. Voor de kost zat hij na zijn schooltijd eerst een jaar in Amsterdam op kantoor om daarna assistent te worden bij zijn vader (die een éénmansinstallatiebedrijfje had) en vervolgens bij de filmer Lou van Gasteren.
Vanaf begin 1955 had Ernst van Altena zijn draai gevonden als meteen succesvol en goed betaald reclametekstschrijver. Ook later verdiende hij met dit werk een deel van zijn inkomen. De korte jazztijd was voorbij en na kennismaking met een wat oudere, doortastende en uitgesproken francofiele vrouw, met wie hij een paar jaar later getrouwd is en die veel voor zijn loopbaan heeft betekend, begon hij in 1955 (en niet eerder) met het vertalen van Franse chansons: van Brassens, Béart, Bécaud.
In 1962 leidde dat tot het vertalen, in opdracht, van tientallen liedjes van Jacques Brel. Guus Luijters schrijft in zijn levensbericht (p. 41): ‘Dat hij nooit van Brel kon loskomen, irriteerde Van Altena een beetje. In een interview ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag [in 1998] zei hij daarover tegen mij: “Waarom toch altijd weer Brel? Als je de teksten van Georges Brassens tegen het licht houdt, blijken die klassiek, dan zie je de hele Franse literatuur. De liedjes van Brel zijn vaak in elkaar geflanst [...] Fransen kunnen het soms maar nauwelijks volgen. [...]”’
Hoezo irritatie? Tegenover anderen stelde Ernst immers juist Jacques Brel weer bovenaan: ‘Brassens, Prévert en Brel dat zijn de drie pijlers waar het chanson vleesgeworden poëzie mee geworden is. Brel is voor mij toch de grootste. Hij had een duidelijk derde element: naast zijn fantastische teksten en muziek leverde hij een briljante podiumprestatie.’ (Ernst van Altena in M. Elfers, Brel. Amsterdam, 1998.)
Ernst van Altena heeft veel voor het auteursrecht gedaan maar hij heeft ook - zoals bekend - met Jacques Brel een contract afgesloten dat hemzelf in Nederland het auteursrecht verleende over alle vertalingen van liedjes van Brel, ook wanneer die vertalingen helemaal niet door hemzelf maar door derden (Ivo de Wijs, Willem Wilmink, Lennaert Nijgh, Peer Wittenbols enz.) gemaakt waren.
De onverkwikkelijke laatste jaren van Ernsts eerste huwelijk (1964-1967) zijn door hem weinig gewijzigd beschreven in zijn enige romans Een tussen twee (1973) en Een gewone schoft (1974).