Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2006


auteur: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2001-


bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden, 2005-2006. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Leiden 2007  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 106]

Marten Toonder

Rotterdam 2 mei 1912 - Laren 27 juli 2005



illustratie

De schrijver/tekenaar Marten Toonder wordt geboren in Rotterdam uit Groningse ouders. Zijn vader is dan kapitein bij de koopvaardij. Samen met zijn broer, de schrijver Jan Gerhard Toonder groeit hij op in een gezin waar de vader meestal afwezig is en de moeder zich weinig met de kinderen bemoeit, zodat de broers een eigen fantasiewereld scheppen. Na het behalen van zijn h.b.s.-diploma mag hij met vader een zeereis maken naar Zuid-Amerika. In Buenos-Aires maakt hij kennis met het tekenwerk van Dante Quinterno uit de school van Walt Disney. Weer thuisgekomen meldt hij zijn ouders dat hij striptekenaar wil worden. In 1932 laat hij zich inschrijven aan de tekenacademie in Rotterdam, maar na drie maanden geeft hij deze studie op omdat hij daar niet vindt wat hij zoekt.

In 1933 treedt hij in dienst van de Rotogravure Maatschappij in Leiden als (anonieme) tekenaar van strips voor verschillende tijdschriften. In 1934 wordt hem gevraagd voor het Nieuwsblad van het Noorden een vervangende strip te tekenen voor Bruintje Beer. Het wordt Thijs IJs, de ijsbeer. Broer Jan Gerhard schrijft de teksten van de 52 verhalen. De strip zal lopen tot 1938.

Intussen is Toonder in 1935 getrouwd met zijn buurmeisje Afine Kor-

[p. 107]

nelie Dik. Ook zij schrijft en tekent, onder de naam Phiny Dick. Bekend van haar zijn o.a. de verhalen van Miezelientje en Pijper het bosmannetje. Door de nood van de heersende economische crisis gedreven, zocht Toonder ander werk. Hij komt in contact met Diana Editon te Amsterdam, een in strips gespecialiseerd persbureau, waaruit later de Toonderstudio's zullen voortkomen.

In 1941 zoekt het dagblad De Telegraaf een vervangende strip voor ‘Mickey Mouse’, waarvan de aanvoer door de oorlog stagneert. Op 16 maart wordt de eerste aflevering van ‘De avonturen van Tom Poes’ geplaatst. Het is het eerste verhaal van de ‘Bommelsaga’. Er zullen nog 176 verhalen volgen. De tekst van de eerste zes afleveringen wordt nog door Phiny Dick geschreven, maar zij vindt eigenlijk dat Marten dat zelf maar moet doen. In het derde verhaal doet heer Bommel zijn intrede, die langzamerhand de rol als hoofdfiguur van Tom Poes overneemt. In 1944 krijgt De Telegraaf een ss-er als hoofdredacteur; Toonder stopt daarom met de Tom Poesstrip voor die krant en laat zich manisch-depressief verklaren. Hij hoeft daardoor niet onder te duiken en kan zich blijven wijden aan de productie van illegaal drukwerk in een dependance van zijn studio.

Na de oorlog verschijnt de Bommelsaga in de Nieuwe Rotterdamsche Courant en de Volkskrant en in vele buitenlandse bladen. De populariteit is dan al enorm. De Toonderstudio's verzorgen ook uitgebreide merchandising: puzzels, kaarten, wandplaten, speelgoed, kalenders en boekjes van de Tom Poesstrips. De diepgang van de verhalen neemt toe en Toonders taal onderscheidt zich steeds meer van die van andere stripverhalen. De verhalen van Tom Poes en heer Bommel zijn nu geen kinderverhalen meer, maar worden steeds meer erkend als volwassen literatuur. Overigens blijft bij bepaalde groepen in de samenleving de weerstand tegen deze vorm van literatuur bestaan: een stripverhaal kan toch niet tot de Literatuur gerekend worden. Bovendien zouden volgens sommige pedagogen verhalen met plaatjes de jeugd wel eens leeslui kunnen maken. Het feit dat Toonder in 1954 benoemd wordt tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde geeft echter aan dat hij dan geaccepteerd is als schrijver van formaat. (Hij schonk sindsdien van elk nieuw boek van zijn hand een exemplaar aan de bibliotheek van de Maatschappij. Met de zoeksleutel bommel+vraagteken zijn die in de catalogus van de Leidse universiteitsbibliotheek terug te vinden.)

Vanaf 1945 en 1946 verschijnen de stripverhalen van ‘Panda’ en ‘Kap-

[p. 108]

pie’ in verschillende kranten, ook producten van de Toonder Studio's. In 1954 volgt nog de strip van ‘Koning Hollewijn’ in De Telegraaf. In 1967 besluit uitgeverij ‘De Bezige Bij’ de Bommelsaga uit te geven als literaire pockets. Er verschijnen 48 delen met ongeveer 140 verhalen. Het wordt een miljoenenoplage.

In 1965 verhuist Toonder naar Ierland om zich geheel te wijden aan het scheppen van de Bommelverhalen en te ontkomen aan de drukte rond de commerciële activiteiten van de Toonder Studio's. Hij herkent daar het landschap dat hij al jaren getekend had. Bovendien trekt Ierland hem, omdat de Ieren ‘begrepen wat ik bedoelde, en dat is voor mij altijd erg belangrijk geweest’. De invloed van de Keltisch-Ierse mythologie sluit goed aan bij de magie en mystiek die Toonder in veel van zijn verhalen verwerkt heeft. In 1986 - hij is dan 73 jaar - besluit Toonder de Bommelsaga te beëindigen met het verhaal ‘Het einde van eindeloos’. Er zijn dan 11.768 afleveringen verschenen.

In de jaren daarna werkt hij aan een driedelige autobiografie. Het eerste deel daarvan komt uit in 1992. Zijn vrouw Phiny Dick is dan al overleden (1990). In 1996 trouwt Toonder met de componiste Tera de Marez Oyens. Zij overlijdt drie maanden later. Toonder schrijft een aanvulling op zijn autobiografie onder de titel Tera. In 2001 keert hij terug naar Nederland, waar hij nog vier jaar woont in het Rosa Spierhuis in Laren. Hij overlijdt op 27 juli 2005.

Aan erkenning heeft het hem uiteindelijk niet ontbroken. In 1998 wordt in Zoeterwoude een museum te zijner ere opgericht met de naam ‘Museum De Bommelzolder’ en in 2002 wordt in Rotterdam een Toondermonument onthuld. Hij ontving naast het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de volgende onderscheidingen: Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1982); het Verzetsherdenkingskruis (1982); de Tollensprijs (1992); het erelidmaatschap van het Genootschap Onze Taal en de Gouden Adamson van de Zweedse Stripacademie (1997)

 

Dit levensbericht gaat over Toonders kwaliteiten als schrijver. Maar niet mag vergeten worden dat hij een groot tekenaar was. Niet voor niets wordt hij in de wereld van het stripverhaal gezien als de vader van de Nederlandse strip. Maar als schrijver neemt hij een geheel eigen plaats in de Nederlandse literaire wereld in.

Duizenden neologismen vinden wij terug in zijn werk. Enkele daarvan zijn, losgeweekt van hun oorspronkelijke context, in ons dagelijks taalge-

[p. 109]

bruik terug te vinden: minkukel, denkraam, grootgrutter, breinbaas, bovenbaas, kommer en kwel. Maar ook veel woorden die ‘Van Dale’ niet gehaald hebben, zijn de moeite waard. Uitdrukkingen als ‘geld speelt geen rol’, ‘een eenvoudige doch voedzame maaltijd’, ‘zoals mijn goede vader zei’, ‘verzin een list’, ‘als je begrijpt wat ik bedoel’ en nog tientallen andere behoren nu tot het Nederlands idioom. Toonders taalgebruik is door Rob Schouten in Trouw als volgt omschreven: ‘Een groot deel van het effect van Toonders taalgebruik is gelegen in de ironische wanverhouding tussen zijn woorden en de beschreven gebeurtenis’. Zijn beschrijvingen zitten vol verrassende wendingen:

‘De Westelijke uitlopers van de Zwarte Bergen schijnen vroeger bewoond te zijn geweest. Men treft er mijnen en vervallen kastelen aan, en overwoekerde vuilnisbelten duiden op een verdwenen beschaving.’ (bv 133 ‘De erfpachter’)

‘Het was pas herfst geworden, maar de bomen waren al kaal, vol schimmel en draadhippel. Sommige waren zelfs omgevallen door gebrek aan levensvreugde.’ (bv 176 ‘Het Bommel-verschiet’)

Ironie speelt inderdaad een belangrijke rol in Toonders werk. Die wordt nog versterkt door het gebruik van archaïsmen, wat de vertelling quasi-ernstig maakt.

Pas achteraf heeft Toonder beseft hoezeer zijn werk overeenstemde met het gedachtegoed van de psychiater C.G. Jung. Dualiteit, begrippen als ‘anima - animus’, ‘persona’ en archetypische verschijnselen zijn in Toonders oeuvre terug te vinden. Ook het dualisme zoals we dat kennen uit de Tao Tse Tsjing van de Chinese filosoof Lao Tse speelt een belangrijke rol. Tegenstellingen tussen verstand en gevoel, goed en kwaad, geest en materie worden niet in een ethisch perspectief geplaatst, maar worden gezien als elkaar noodzakelijk aanvullende krachten die onze levensweg bepalen. Daarnaast heeft de Iers-Keltische mythologie het werk van Toonder sterk beïnvloed. Ook Toonders ideeën over het (vooral fundamentalistische) Christendom spelen op de achtergrond van zijn verhalen mee. Daarbij maakt hij dankbaar gebruik van bijbeltaal uit de Statenvertaling, met woorden als winderigheid, hovaardij, enz. Uitgebreide informatie over deze materie is te vinden in het voorwoord van het Bommellexicon (2005).

Toonder wordt door velen gezien als de grootste Nederlandse verhalenverteller van de twintigste eeuw. Maar zijn verhalen kunnen niet zonder de tekeningen. Juist in de combinatie ervan is hij nieuwe wegen in-

[p. 110]

geslagen: soms versterken de twee elkaar, soms spreken zij elkaar juist tegen, wat een bijzonder komisch effect oplevert. Twee voorbeelden uit vele:

‘Het gelaat van markies de Canteclaer nam de kleur van de omgeving aan’. (Op de tekening is te zien dat het landschap besneeuwd is.)

Op het schip ‘De Albatros’ hangt heer Bommel kotsend over de reling. De tekst eronder luidt: ‘Oplettende lezertjes kunnen de varende heer hierboven aantreffen bij de reling, waar hij zich aan innerlijke storingen overgeeft.’

 

Marten Toonder heeft een grote bijdrage geleverd aan de Nederlandstalige cultuur. In gesprekken met hem heb ik zijn grote geestelijke diepgang ervaren. De toenemende rationalisering van de Westerse maatschappij en het zich afkeren van de natuur waaruit de mens voortkomt, maakten hem somber. Wie wil begrijpen wat hij bedoelde, zal een aantal verhalen uit de Bommelsaga moeten lezen. Zijn rijke geest heeft ons een onvergetelijk erfgoed nagelaten.

Pim Oosterheert

Voornaamste geschriften

De Bommelsaga: 177 verhalen van de avonturen van Heer Bommel en Tom Poes verschenen tussen 1941 en 1986 in verschillende Nederlandse en buitenlandse kranten. Van deze verhalen zijn zeer veel boekuitgaven verschenen. De belangrijkste daarvan zijn een serie van 48 literaire pockets bij uitgeverij De Bezige Bij, de Volledige werken in 40 delen bij uitgeverij Panda en een serie Avonturen van Tom Poes bij nrcHandelsblad en De Bezige Bij (vanaf 2006).
De avonturen van Panda: 185 verhalen verschenen tussen 1947 en 1989 als dagbladpublicaties in verschillende dagbladen. Deze verhalen zijn niet door Toonder zelf geschreven en getekend, maar hij begeleidde ze wel. Een aantal ervan verscheen ook in boekvorm.
De avonturen van Kappie: 141 verhalen verschenen tussen 1945 en 1972 als dagbladpublicaties in verschillende dagbladen. Ook deze verhalen zijn niet door Toonder zelf geschreven, maar hij begeleidde ze wel.
Koning Hollewijn: 73 verhalen verschenen tussen 1954 en 1971 als dagbladpublicatie in De Telegraaf. De complete serie is in boekvorm verschenen: de eerste 16 verhalen in 6 delen bij uitgeverij Skarabee in 1973; de overige verhalen bij uitgeverij Mondria van 1981-1990.
[p. 111]

De autobiografie van Marten Toonder verscheen in vier delen bij De Bezige Bij: Vroeger was de aarde plat (1988), Het geluid van bloemen (1992), Onder het kollende meer Doo (1996) en Tera (1998). Bij dezelfde uitgever kwam in 2001 een bundel korte verhalen uit: We zullen wel zien.

Over het werk van Toonder:

Domien ten Berge: De stripkunst van Marten Toonder. Den Haag 1976.
Daan Cartens e.a. (red.), Marten Toonder. Den Haag 1988. Speciale aflevering van Bzzlletin 17, nr. 153.
Rob van Santbrink, De curieuze wereld van heer Bommel en Tom Poes. Amsterdam 1988.
Joost van de Weijer (red.): Marten Toonder, tekenaar in oorlogstijd, een overzicht van het oorlogstekenwerk van Marten Toonder. Amsterdam (Verzetsmuseum) 1994.
Tijs Bagchus e.a. (red.), Toonder special. Stripschrift 29 (1996), nr. 2.
Pim Oosterheert, De breinbaas van Bommelstein: over de wereld van Marten Toonder. Den Haag 2001.
Pim Oosterheert, Bommellexicon: van aamnaak tot zwirkvlaai, 5000 lemma's uit de Bommelsaga. Soest 2005.
Pim Oosterheert, Bommelcitaten: citaten en bevlogen uitspraken. Citaten uit de Bommelsaga. Soest 2005.