Dr. Wijnaendts Francken-prijs 2009
Advies van de Commissie van voordracht
Vanaf het midden van de jaren tachtig heeft Arnold Heumakers
honderden kritieken en tientallen essays geschreven die opvallen door hun
toegankelijke stijl en nieuwsgierigheid naar uiteenlopende schrijvers en
denkers uit de Europese geschiedenis. In de loop der jaren heeft hij in die
kritieken en essays een uitgesproken visie op cultuur en maatschappij
ontwikkeld. Door ingewikkelde onderwerpen in een helder betoog te vangen
prikkelde hij zijn lezers tot meedenken en zelf nadenken.
Eerst in de Volkskrant,
daarna in NRC Handelsblad schreef Heumakers tientallen essays over
Europese filosofen en denkers als Rousseau, Hobbes, Voltaire, Montesquieu,
Baudelaire, Leibniz, Valéry, Vico en vele anderen. Met deze essays en zijn
boeken Schoten in de concertzaal (1993) en De fatale cirkel
(1997) heeft hij als geen ander bijgedragen aan de huidige intensieve
belangstelling voor filosofie in relatie tot de geschiedenis en de
maatschappij. Ook voor minder bekende schrijvers en denkers fungeerde hij als
pleitbezorger, met name voor een flink aantal dwarse geesten die de vigerende
filosofieën op de proef stelden, zoals Ernst Jünger, Joseph de Maistre en Jules
Vallès. Zijn indringende omgang met even lastige als fascinerende
cultuurfilosofische thema's resulteerde in het boek waarin Heumakers'
inhoudelijke en stilistische kwaliteiten samen komen: De schaduw van de
Vooruitgang (2003).
Vanaf zijn eerste publicatie in
boekvorm Onleefbare waarheden (1990) ontplooide Heumakers de ambitie om
zich via literatuur, cultuurgeschiedenis en filosofie inzicht te verwerven in
heden en verleden. Hij wilde zich vanaf het begin niet verschansen achter de
lauwheid van louter aangenaam gestemde literatuur, maar zocht schrijvers en
denkers op die zich aangetrokken voelden tot de lastige en scherpgetande kanten
van het leven.
Gefascineerd door het
verontrustende raadsel van de menselijke drijfveren ontwikkelde hij een visie
op de literatuur die uitmondde in zijn theorie van de twee werelden: het
verbeelde leven versus het gewone leven. Schrijvers verwerken in de literatuur
(het verbeelde leven) vaak 'onleefbare waarheden' die in het gewone leven
onmogelijk uitgeleefd kunnen worden: verlangens, aanvechtingen, amorele ideeën,
utopieën en fantasieën die alleen in de verbeelding realiteit kunnen zijn. Bij
Heumakers wordt de literatuur een aparte wereld waarin dit soort waarheden op
een veilige manier tot uiting kunnen komen. Hij ziet het schrijven van
literatuur als een existentieel en esthetisch waagstuk. Kwaliteit en inzet van
een literair werk worden mede bepaald door de genomen risico's.
Een bijzondere kwaliteit van Heumakers' essays is zijn
uitgesproken wil om zijn actieradius steeds uit te breiden en bij denkers of
schrijvers niet op zoek te gaan naar de bevestiging van zijn eigen ideeën en
opvattingen. Hij is niet speciaal op zoek naar zelfbevestiging. Hij zoekt het
liefst weerstand: 'Als je een boek wilt tegenspreken, als je je ergert, heeft
de auteur kennelijk iets in je geraakt. Dan wordt het interessant.' Dit
verklaart ook zijn ongewoon intensieve belangstelling voor het weerbarstige
werk van Martin Heidegger, waarvan het omvangrijke laatste essay in De
schaduw van de Vooruitgang getuigt.
Verspreid over vele essays ontwikkelde Heumakers ook een
prikkelende visie op de westerse cultuur die culmineerde in het titelessay van De
schaduw van de Vooruitgang. In de cultuurgeschiedenis signaleerde hij twee
grote stromingen die voor een tragische gespletenheid in de westerse cultuur
hebben gezorgd: optimisme en pessimisme, de een vertegenwoordigd door de
Verlichting, de ander door de Romantiek. De optimistische vooruitgang wordt
volgens Heumakers altijd gevolgd door de schaduw die wordt geworpen door
krachten die maken dat de mens en de samenleving minder maakbaar zijn dan
utopisten en optimisten zouden willen.
Het aanvankelijke verlangen naar
regeneratie via geweld (zelfs bij weldenkende schrijvers en kunstenaars)
waarmee de Eerste Wereldoorlog aanving, zorgde in zijn ogen in de twintigste
eeuw voorgoed voor een onthutsend inzicht in de menselijke psyche. Heumakers
gebruikt het werk van Ernst Jünger uit de jaren twintig en dertig om te laten
zien welke duistere krachten en ideeën ervoor zorgen dat mensen zich afkeren
van de democratische en liberaal-burgerlijke levensstijl.
Maar het bleef bij Jünger niet
bij die duistere krachten. Hij fantaseerde in militant taalgebruik ook nietzscheaans
over 'nieuwe waarden' en een nieuwe mens, een taalgebruik 'dat de vreedzame
lezer van nu tegen de haren in strijkt,' schrijft Heumakers. Jünger
personifieert voor Heumakers iemand die geloofde in de realiteit van zijn
onleefbare waarheden, die voornamelijk werden geregeerd door het instinct. In
zijn titelessay plaatst Heumakers Jünger tegenover de vernieuwing van de geest
waar Paul Valéry ondanks alles, en met grote twijfels, toch nog op vertrouwde.
Volgens Heumakers verstoort niet alleen de twijfel aan de standvastigheid van
de verlichte Rede een al te geruststellend vertrouwen in de vooruitgang, dat
doen ook tragiek, noodlot, onvermogen, gebrek aan zelfkennis, rancune,
machtswellust, destructiedrang en angst voor de vrijheid.
Uit de scherpzinnige essays in De schaduw van de
Vooruitgang over E. du Perron, Rousseau, Baudelaire en de verbeelding van
de holocaust komt Heumakers naar voren als een essayist die wantrouwig staat
tegenover de cultuurkritiek die comfortabel vanuit een bureaustoel de wereld de
mantel uitveegt. In Heumakers' ogen moet elke cultuurcriticus zichzelf tot
onderdeel van zijn kritiek maken, zoals Du Perron heeft gedaan in zijn
autobiografische roman Het land van herkomst: 'Du Perrons zelfkennis,
met alle onzekerheid die deze met zich meebrengt, ontsnapt aan de illusie van
objectiviteit waaraan cultuurcritici ten prooi vallen, omdat zijn roman niet
louter contemplatie is, maar ook een daad.'
Heumakers' ongemakkelijke
verhouding tegenover veel cultuurcritici spitst zich toe op hun neiging om het
heden altijd te bekritiseren in het licht van het verleden. Dat verleden zou
altijd beter zijn. De toekomst wordt dan achteruit tegemoet getreden, zoals
Valéry zei. Heumakers relativeert het belang van veel cultuurkritiek met het
argument dat een cultuur voortdurend verandert, dat het tot de cultuur behoort
om te veranderen. Het 'raadsel van de verandering' moet van hem 'in tact
blijven.'
Heumakers' essays in De
schaduw van de Vooruitgang, net als die in Schoten in de concertzaal
en De fatale cirkel, munten uit door een open betoogtrant. Heumakers is
een utilitair ingesteld essayist die ervoor zorgt dat zijn lezers met hem mee
kunnen denken. Zijn grote nieuwsgierigheid, zijn onafhankelijke inzicht en zijn
geloof in de betekenis van literatuur en ideeën zijn een verrijking voor de
Nederlandse literatuur en essayistiek.
Op grond van bovenstaande overwegingen stelt de Commissie
van voordracht van de Dr. Wijnaendts Francken-prijs 2009 voor de prijs toe te
kennen aan Arnold Heumakers voor zijn boek De schaduw van de Vooruitgang.
2 maart 2009
De Commissie van voordracht
| Wim van Anrooij (voorzitter) |
| Yra van Dijk |
| Yasco Horsman |
| Ileen Montijn |
| Carel Peeters |
Het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde
heeft op 12 juni 2009, overeenkomstig het advies van de Commissie van
voordracht, besloten de dr. Wijnaendts Francken-prijs 2009 toe te kennen aan Arnold
Heumakers voor zijn boek De schaduw van de Vooruitgang.
Uitreiking op zaterdag 6 juni 2009 om 15.30 uur in het
Academiegebouw, Rapenburg 73 te Leiden.