Jaarboek De Fonteine. Jaargang 2001


auteur: [tijdschrift] Jaarboek De Fonteine


bron: Jaarboek De Fonteine. Jaargang 2001-2002. Koninklijke Soevereine Hoofdkamer van Retorica ‘De Fonteine’, Gent 2002


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 245]

In memoriam Arthur Metdepenninghen
(27 september 1910-13 oktober 2002) door Freddy van Besien

Op 13 oktober 2002 overleed in zijn woonst te Sint-Martens-Latem, op tweeënnegentigjarige leeftijd, Arthur Metdepenninghen, ere-griffier van De Fonteine.

 

Arthur Metdepenninghen werd raadslid van De Fonteine op 31 mei 1964: Paul de Keyser droeg toen zijn functie van hoofdman over aan een jongere en dynamische kracht, met name Flor Demedts, die tot op dat ogenblik griffier was. Arthur Metdepenninghen volgde Flor Demedts als griffier op. Hij vervulde deze functie tot het jaar 1989 en speelde een belangrijke rol in de activiteiten van De Fonteine, zoals de ‘Gesprekken in de Foyer’ (introducties tot de voorstellingen gegeven door het NTG), de erkenningen van rederijkerskamers, de viering van ‘Honderd jaar beroepstoneel Gent’, enz. Na 1989 bleef hij als ere-griffier een actief raadslid, dat steeds trouw aanwezig was op de vergaderingen van de raad.

 

Toneel en opera waren twee belangrijke aandachtspunten in het leven van Arthur Metdepenninghen, ook in zijn beroepsleven. Zo was hij van 1947 tot 1961 werkzaam in de Gentse opera, eerst als secretaris van de administratie onder Vina Bovy, nadien als administrateur onder Constant Meillander. Later werd hij ambtenaar bij de culturele dienst van de stad Gent en bovendien ook stadsinspecteur van de KNS. Hij was in die hoedanigheid organisator van het festival van het amateurtoneel en initiatiefnemer van de artistieke aperitiefgesprekken tijdens de Gentse feesten.

 

Ook in zijn vrije tijd stonden toneel en opera centraal. Arthur Metdepenninghen was jarenlang bestuurder van de ‘Vrienden van de KNS’. In 1968 werd hij secretaris-archivaris en vanaf 1970 ook pen-

[p. 246]

ningmeester van de ‘Koninklijke Commissie van Toezicht op het Landjuweel’. Dat het Koninklijk Landjuweel hem na aan het hart lag, blijkt uit het feit dat hij tot op het laatst op alle activiteiten aanwezig was en ook uit de grote zorg die hij besteedde aan het archief van het Landjuweel. In 1972, naar aanleiding van de viering van honderd jaar beroepstoneel te Gent, werd het ‘Documentatiecentrum voor Dramatische Kunst’ opgericht. Hij was medestichter van het documentatiecentrum en werd secretaris van de raad van beheer. Arthur Metdepenninghen was ook medestichter in 1957 van de ‘Vrienden van de Lyrische Kunst’ te Gent en volgde vanuit die positie met sympathie de oprichting van ‘Jeugdopera’, een initiatief van zijn dochters Erna en Vera, en van Gerard Mortier. Arthur Metdepenninghen was ook lid van de ‘Latemse Kunstkring’ en van talrijke andere culturele verenigingen.

 

Arthur Metdepenninghen volgde tot op het eind het culturele leven in Gent en daarbuiten: opera, concerten, beroepstoneel, amateurtoneel, plastische kunsten. Wie hem van nabij heeft gekend, bewondert in hem zijn grote activiteit, zijn inzet, zijn stiptheid en trouw, maar zeker ook zijn menselijke kwaliteiten: minzaamheid, dienstvaardigheid en bescheidenheid.