|
|
|
| |
| | | |
Non-fictie voor kinderen in de periode 1900-1945
Janneke van der Veer
Mogen de kinderboeken uit de periode 1900-1945 in de geschiedenis van de jeugdliteratuur veronachtzaamd heten, dat geldt in nog sterkere mate voor de non-fictie uitgaven voor kinderen uit dit tijdvak. Op het symposium Kinderen en non-fictie, dat in 1986 aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg1. werd georganiseerd, stond het contemporaine informatieve kinderboek centraal. Het historische aspect van het genre werd toegespitst op de nonfictie in de negentiende eeuw. De non-fictie uit de eerste helft van de twintigste eeuw kwam vrijwel niet aan bod. Sinds 1986 is er in dat opzicht weinig tot niets veranderd. Systematisch onderzoek naar de non-fictie voor kinderen uit de periode 1900-1945 is nog niet gedaan. Dit artikel2. biedt een eerste verkenning op het gebied van de non-fictie3. in de eerste helft van de vorige eeuw en wil een aanzet geven voor verder onderzoek.
Binnen de kinder- en jeugdliteratuur nemen informatieve en instructieve boeken tegenwoordig een duidelijke plaats in. Bij een aantal uitgevers heeft het genre een vaste plaats in het fonds, zoals bij uitgeverij Gottmer en uitgeverij Casterman, terwijl in jeugdboekengidsen als Boek en Jeugd diverse non-fictierubrieken onderscheiden worden. Boek en Jeugd onderscheidt bijvoorbeeld ‘Planten, dieren, natuur en milieu’, ‘Het menselijke lichaam, ziekte en gezondheid’, ‘Natuurwetenschap en techniek’ en ‘Spel, sport en hobby's’.4. Hoe serieus het genre genomen wordt, bewijst ook het feit dat in 2001 onder het motto Woensdagmiddag - Lees over je hobby tijdens de kinderboekenweek expliciet de aandacht gevestigd werd op het informatieve kinderboek. Tevens zijn er de afgelopen jaren enkele non-fictie-uitgaven bekroond. Zo werden er in 2000 en 2001 Zilveren Griffels uitgereikt aan respectievelijk Ceciel de Bie & Martijn Leenen
| | | |
voor Rembrandt (Blaricum, V + K Publishing, 1999) en aan Daniel King voor Schaken; van de eerste zetten tot schaakmat (Haarlem, Gottmer, 2000).
Hoe anders was dat in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de vakliteratuur werd nauwelijks aandacht besteed aan het informatieve en instructieve boek. In de jeugdboekengids De Kleine Vuurtoren 1927 zijn weliswaar de rubrieken ‘Van vreemde landen en volken’, ‘Van vroeger en nu’ en ‘Uit de natuur’ opgenomen, maar het merendeel van de in deze rubrieken genoemde titels genoemd heeft een geromantiseerde inhoud en kan daarom niet tot de non-fictie gerekend worden. In de editie 1932 van deze gids is aan de rubriek ‘Van vroeger en nu’ een onderafdeling ‘levensbeschrijvingen’ toegevoegd, maar verder gaat de non-fictie nog niet.
Catalogi van jeugdboekenuitgevers zoals Van Holkema & Warendorf en Hollandia-Drukkerij laten eveneens weinig expliciete aandacht voor non-fictie voor kinderen zien. Er worden wel non-fictie-uitgaven genoemd, maar niet als apart genre. Ze worden vermeld tussen de fictie-uitgaven voor kinderen.5.
| |
Uit bosch en tuin
's Zomers en in de herfst kan je van allerlei maken van noten en vruchten. Zooals je op de plaat ziet, zijn eikels prachtig materiaal. Armen en beenen zijn kleine takjes of halmen. De voeten maak je van gepelde eikels, evenals de koppen van de dieren en het kleine poppetje. De papieren muts en de rok van de vrouw steek je met een speld vast. De suiker in de suikerpot is van geraspte eikels, het brood in de broodmand van brokjes eikel. Als je veel soorten manden maakt, ook b.v. uit rozenbottels en kastanjes, dan kan je er een mandenwinkel mede inrichten of een kraampje met schotels vol met allerlei koekjcs en gebakjes.

Uit: Anna Warburg en Elsa Beskow, Voor altijd bezige kinderhanden. Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1926.
| |
| | | |
Omvang van de non-fictie
Met behulp van de gegevens uit het Centraal Bestand Kinderboeken (CBK) kan een indruk verkregen worden van het aantal non-fictie-uitgaven dat in de periode 1900-1945 voor kinderen is verschenen. In het CBK zijn de titels van kinderboeken opgenomen uit tien Nederlandse kinderboekencollecties. Voor de jaren 1900, 1905, 1910, 1915, 1920, 1925, 1930, 1930, 1940 en 1945 is het aantal vermelde kinderboektitels nagegaan en het aandeel van informatieve en instructieve boeken daarin.6. (Zie tabel). Daarbij dient het volgende in ogenschouw genomen te worden: de gegevens in deze tabel geven zeker geen exact beeld van de productie van nieuwe titels binnen de genres informatieve en instructieve kinderboeken in de periode 1900-1945. Immers, het CBK toont niet alle uitgegeven kinderboeken, maar toont de aanwezige titels in de betreffende kinderboekencollecties. En helaas zijn niet alle vermelde uitgaven op genre en trefwoord ontsloten. Verder vermeldt het CBK ook herdrukken, zijn er soms doublures, en zijn in het CBK ook schooluitgaven opgenomen, terwijl deze laatste in het kader van dit artikel buiten beschouwing worden gelaten. Ten slotte dient vermeld dat de tabel niet compleet is: de tussenliggende jaren, waarin vanzelfsprekend ook non-fictie voor kinderen is uitgegeven, ontbreken. Ondanks deze beperkingen geeft de tabel wel een indicatie en kan voorzichtig geconcludeerd worden dat
Tabel: Non-fictie binnen het Centraal Bestand Kinderboeken (geraadpleegd op 1 maart 2004).
| Jaar |
Totaal aantal vermelde titels |
Aantal vermeldingen in het genre ‘informatieve boeken’ |
Aantal vermeldingen in het genre ‘instructieve boeken’ |
Gezamenlijk aandeel van de informatieve en instructieve boeken |
| 1900 |
579 |
13 |
0 |
2,2% |
| 1905 |
396 |
7 |
2 |
2,3% |
| 1910 |
533 |
12 |
0 |
2,3% |
| 1915 |
415 |
6 |
0 |
1,4% |
| 1920 |
723 |
10 |
1 |
1,5% |
| 1925 |
656 |
10 |
1 |
1,7% |
| 1930 |
918 |
34 |
2 |
3,9% |
| 1935 |
750 |
17 |
2 |
2,5% |
| 1940 |
636 |
21 |
6 |
4,2% |
| 1945 |
436 |
8 |
2 |
2,3% |
| 1980 |
3867 |
537 |
52 |
15,2% |
| 2000 |
4130 |
448 |
134 |
14,1% |
| | | | het aantal non-fictie-uitgaven voor de jeugd in de periode 1900-1945 slechts enkele procenten bedroeg van het totale kinderboekenaanbod. Ter vergelijking zijn ook de cijfers voor 1980 en 2000 vermeld.
| |
Populaire rubrieken
Gegevens uit jeugdboekengidsen en uitgeverscatalogi7. uit de periode 1900-1945 aangevuld met gegevens uit het CBK geven enig inzicht in populaire rubrieken binnen de non-fictie. Geschiedenisuitgaven (inclusief levensbeschrijvingen), natuurboeken, knutselboeken en boeken op het gebied van wetenschap en techniek lijken eruit te springen. Andere rubrieken komen in veel mindere mate, of zelfs helemaal niet voor (sport en kunst). In het navolgende zal kort worden ingegaan op de verschillende rubrieken en op enkele daarin voorkomende titels.
| |
‘Wat er in de wereld gebeurd is...’
In een periode waarin het nationalisme (nog) hoogtij vierde, is het niet verwonderlijk dat er voor kinderen boeken zijn uitgegeven die hun het een en ander bijbrengen over de vaderlandse geschiedenis. Een groot deel van deze uitgaven behoort tot de zogenaamde historische verhalen: fictie die geschreven is rondom een historisch onderwerp. Deze verhalen blijven hier buiten beschouwing.
P. Louwerse (1840-1908), auteur van veel historische fictie, schreef ook nonfictie over geschiedenis. In 1886-1888 verscheen van zijn hand Geïllustreerde Vaderlandsche Geschiedenis voor jong en oud Nederland. Deze informatieve uitgave had jarenlang een vaste plaats in het fonds van de Amsterdamse uitgeverij Van Holkema & Warendorf. De catalogus van 19198. opent de rubriek ‘Jongens en Meisjesboeken’ met de aankondiging van de zesde druk van deze uitgave, ‘bijgewerkt tot op heden, met 165 platen van Joh. Braakensiek e.a.’, en meldt: ‘Geen boek voor de Jeugd heeft in ons land een zoo groot jaarlijksch debiet’.
De vaderlandse geschiedenis is eveneens onderwerp in De vaderlandse geschiedenis in een notedop. Een boek voor de Jeugd door N. Tj. Swierstra, met illustraties van E. Reitsma-Valença (Baarn, N.V. Hollandia-Drukkerij, 1937). In een prospectus9. over deze uitgave worden enkele verschillen genoemd met eerder verschenen geschiedenisuitgaven.
| | | |
Gebroken is met de methode om één doorlopend verhaal te geven, waarin tegelijkertijd alles, wat voor den mens van belang is, historisch wordt behandeld. (...) Op den jeugdigen lezer moet dit alles wel de indruk maken van een chaos, van iets waar geen touw aan vast is te knopen. Hier is beperking volstrekt geboden. (...) Strikt genomen kan men slechts de geschiedenis van één zaak tegelijk beschrijven. Nieuw is ook de aandacht die besteed wordt aan de vroegste geschiedenis van de mens in verband met ‘de belangrijkheid er van voor de ontwikkelingsgang der beschaving. De uitgave pretendeert meer de nadruk te leggen op beschavingsgeschiedenis dan op oorlogsgeschiedenis, echter ‘zonder de oorlog te ignoreren’. Verder wordt het ontstaan van de Nederlandse natie uitgebreid uit de doeken gedaan, vooral ook omdat men ‘al te vaak (...) de opvatting [aantreft], dat er eigenlijk altijd al zo iets als een Nederlandse staat is geweest (...).
Zowel Van Holkema & Warendorf als Hollandia bracht ook een uitgave over de wereldgeschiedenis op de markt. De titels lijken erg op de twee hierboven genoemde titels. Bij van Holkema & Warendorf verscheen E. Molt, Geïllustreerde Wereldgeschiedenis voor Oud en Jong Nederland (1914, tweede druk 1931), ‘versierd met ruim 200 platen’, en bij Hollandia-Drukkerij

Prospectus V.M. Hillyer, De Wereldgeschiedenis in een Notedop. Voor de Jeugd. Baarn, Hollandia-Drukkerij (ongedateerd).
(Collectie Universiteitsbibliotheek Amsterdam.)
verscheen in 1927 De Wereldgeschiedenis in een Notedop Voor de Jeugd door V.M. Hillyer, ‘voor Nederland bewerkt onder toezicht van Dr. J.A. vor der Hake Rector van het Baarnsch Lyceum’, met illustraties van Carel M. Boog en M.S. Wright. In een prospectus 10. van Hollandia-Drukkerij wordt van deze laatste uitgave als doelstelling omschreven: ‘Aan een kind eenig idée te geven van wat er in de wereld gebeurd is vóórdat het er zelf kwam; hem te halen uit zijn kleine egocentriche, afgesloten levenscirkeltje, dat hem zoo buitengewoon belangrijk toeschijnt, omdat het zoo heel dicht om hem sluit.’
| | | |
Tot de rubriek geschiedenis kunnen ook de vele voor de jeugd geschreven levensbeschrijvingen van (vaderlandse) helden en wetenschappers gerekend worden. Jeugdboekengids De Kleine Vuurtoren 1932 noemt onder meer het uit het Engels vertaalde boek Edison (...) geschreven door E. Angel uit 1927 en vermeldt hierbij:
De tegenwoordige jeugd, die vele der electrische wonderen als vanzelfsprekend beschouwt, zal door het sober weergegeven verhaal van dit geniale werkleven iets meer beseffen van den rusteloozen strijd en de oplossing van steeds nieuwe problemen die iedere nieuwe uitvinding meebrachten.
In dezelfde gids wordt nog een tweede boek over Edison vermeld: J. Stamperius, Uit het leven van Edison; nieuwe uitgave van ‘Wilskracht en genie’ (1930). Eerder, in 1892, verscheen Wilskracht en genie: tafereelen uit het leven van Edison in de Nieuwe Bibliotheek voor de Jeugd onder redactie van J. Stamperius (1858-1936)11.. Van latere datum zijn Eleanor Doorly, Het leven van Pasteur (Amsterdam, Kosmos, ca. 1940), vertaald door Helena C. Pos en voorzien van houtsneden van Robert Gibbings, en In dienst der wetenschap (Amsterdam, Van Ditmar, ca. 1943) dat de biografie bevat van de scheikundige Justus Liebig (1803-1873), hoogleraar in de chemie en uitvinder van Liebigs vleesextract.
| |
‘Door kennis liefde tot de natuur’
Nog talrijker dan geschiedenisuitgaven zijn de natuurboeken voor kinderen in de periode 1900-1945. Met name over dieren zijn diverse boeken verschenen. Opvallend is daarbij het grote aantal uit het Engels vertaalde uitgaven. Uitgever Hilarius te Almelo bracht bijvoorbeeld in 1907 een drietal ‘Natuurboekjes voor kinderen’ uit die gedeeltelijk naar het Engels bewerkt zijn door Titia van der Tuuk (1854-1939) en illustraties bevatten van Frances Craine. In Hilarius' St. Nicolaasgids (ca. 1910)12. wordt de tweede goedkope druk van de serie aangekondigd en zijn enkele reacties van de pers op de eerste druk vermeld, zoals uit De Tijd:
Wie de jeugd reeds vroegtijdig door kennis liefde tot de natuur wil inboezemen, hij schafte zich deze prettige en leerzame boekjes aan.
| | | |
Uit 1936 dateert De dierenwereld in een notedop, dat en vertaling is van A child's story of the animal world van E.G. Huey. Het boek, dat verscheen bij Hollandia te Baarn, is vertaald door W.M. Beun en bewerkt door de etholoog A.F.J. Portielje (1886-1965).
In de categorie vertalingen dient ook vermeld te worden de reeks William J. Longs werken, die uitgeverij W.L. & J. Brusse op de markt bracht. Deze reeks telt zestien deeltjes met ‘schetsen uit het leven der dieren in de wildernis, hun avontuurlijke aanleg en wat zij leeren moeten.’13. De vertaling staat op naam van Cilia Stoffel. De deeltjes bevatten illustraties van Charles Copeland en Ch. Livingston Bull. De Nederlandse uitgaven zijn voorzien van een band- en omslagtekening van Joh. Briedé (1885-1980). Enkele titels zijn: Dierenleven in de wildernis (1914), Boschgeheimen (1921), Langs dierenpaden in het hooge noorden (1923), Hoe de dieren spreken (1930). De serie werd positief gewaardeerd. In de gids Het goede kinderboek14. schrijven de samenstellers:
Deze 16 delen bevatten een groote hoeveelheid interessante gegevens, gegrond op schrijvers eigen waarnemingen in de wildernis, waar hij gedurende vele jaren het dierenleven bestudeerde. De liefde tot het dier in de natuur komt in al deze buitengewoon mooie boeken stralend tot uiting.
Vanzelfsprekend zijn er ook oorspronkelijk Nederlandse natuurboeken voor kinderen uitgegeven, zoals het prentenboek In den hoenderhof (Amsterdam, H.J.W. Becht, 1905), dat prenten bevat van een zwaan, haan en kippen, ganzen, duiven etc. Verder kunnen een drietal uitgaven van uitgeverij Van Holkema & Warendorf genoemd worden. De eerste uitgave is De dierenwereld in woord en beeld (1911). Deze titel bevat foto's van Aug. F.W. Vogt die voorzien zijn van tekst van de bekende natuurboekenschrijver E. Heimans (1861-1914). Een tweede uitgave is Sprekende dieren (1911) door G.J. Visscher en de derde titel is Dieren van ver en nabij (1933). Deze laatste uitgave is eveneens een fotoboek en bevat tekst van de reeds genoemde A.F.J. Portielje. Zowel Heimans als Portielje schreef overigens niet uitsluitend voor de jeugd.
| |
‘Voor altijd bezige kinderhanden’
In een tijd waarin er nog geen t.v. en computers waren, was knutselen een van de favoriete bezigheden voor kinderen. Dat er in de periode 1900-1945 dan ook
| | | | knutselboeken voor kinderen zijn uitgegeven is niet zo verbazingwekkend. In deze categorie moeten in de eerste plaats de vele uitgaven - kleur-, plak- en knippplaten, tekenmappen, vlechtmatboekjes, kruissteekboekjes etc. - van tekenaar Daan Hoeksema (1879-1935), uitgegeven door Gebr. Koster te Amsterdam (later achtereenvolgens Laren, Bussum, Naarden) genoemd worden.15.
G.B. van Goor Zonen's Uitgeversmaatschappij

Knutseluitgaven van Daan Hoeksema. Uit: Prijscourant 33, Gebr. Koster, Naarden (ongedateerd).
te Den Haag kwam ook met verscheidene uitgaven op het gebied van knutselen. De catalogus Boeken voor jongens en meisjes16. uit 1933 heeft een rubriek ‘Knutsel-, Kleur- en Teekenboeken’, waarin onder meer een aantal uitgaven van Piet Marée (1903-1999) genoemd worden, zoals Knip-knip (1930) en De Poppenkast (1930).
De Amsterdamse uitgever Versluys liet eveneens in serieverband knutseluitgaven verschijnen. In 1937 verschenen De gele grabbelton, De rode grabbelton en De blauwe grabbelton, die alle drie een verzameling knutselwerkjes en spelletjes bevatten. De uitgaven zijn samengesteld door S.M. Bouman-van Tertholen en A.C. Groothoff en voorzien van tekeningen van Frida H. Bouman en Ine J. Bouman.
Andere uitgevers namen incidenteel een knutselboek op in hun fonds, zoals Van Holkema & Warendorf. Bij deze uitgever verscheen in 1926 een Nederlandse bewerking van een knutselboek van de Zweedse schrijfsters Anna Warburg en Elsa Beskow (1874-1953): Voor altijd bezige kinderhanden. In de gids De Kleine Vuurtoren 1927 is over deze uitgave vermeld:
Hoeveel verschillende dingen kunnen er niet gemaakt worden met zulke geringe hulpmiddelen als schaar, lucifersdoosjes, notedoppen enz. De voorbeelden in dit boek zijn eenvoudig en de benoodigdheden binnen ieders bereik.
| | | |
Er verschenen ook knutselboeken die zich richten op één onderwerp, bijvoorbeeld Hoe moet ik mijn vlieger maken? door A. Ruyter, dat ca. 1943 uitgegeven werd door de N.V. Wed. J. Ahrend & Zoon's te Amsterdam.
| |
‘Volkomen gevaarloos’
De overgang van knutselboeken naar uitgaven over technische en natuurkundige proeven lijkt niet zo groot. Een boek dat op dit gebied lang is meegegaan is Natuurkunde in de huiskamer. 100 nieuwe proeven door Tom Tit (pseudoniem van Arthur Goot), dat een oorspronkelijk Franse uitgave is (La science amusante, drie delen, 1889-1893). De Nederlandse editie verscheen in 1890 bij de Rotterdamse uitgever Nijgh en Van Ditmar. Dat het om een populaire uitgave ging, blijkt wel uit het feit dat in 1911 nog een zesde druk verscheen.
In de jaren dertig werden diverse nieuwe titels over techniek en natuurwetenschappen voor kinderen (jongens in dit geval, meisjes worden vrijwel niet genoemd!) uitgegeven. Uitgever Leopold

Prospectus van Jongens en scheikunde. Zutphen, W.J. Thieme (ongedateerd).
kwam in 1933 met Een land van avontuur; praatjes en plaatjes over natuurkunde door P. Telder, voorzien van illustraties door Jaap Veenendaal (1901-1981), terwijl de Deventer uitgever Kluwer ca. 1939 Technische knutselwerkjes voor jongens door Robert Relham op de markt bracht. Deze laatste uitgave leerde jongens hoe ze eenvoudig en goedkoop onder meer een telegraaf, telefoon en elektrische motor konden bouwen. Bij uitgeverij Thieme verscheen in de jaren dertig een serie boeken over natuur en techniek. Drie daarvan zijn geschreven door J.C. Alders: Jongens en natuurkunde (1936), Jongens en scheikunde (1936) en Jongens en techniek (1938). Verder verscheen in deze reeks Jongens en electriciteit (1932) door A.P. Morgan en J.W. Sims en Jongens en luchtvaart (1937) door J.H.W. van der Meulen.
Een prospectus17. over Jongens en scheikunde, dat als ondertitel 150 eenvoudige proeven, beschrijving van chemische industriën heeft, vertelt iets over de achtergrond en inhoud van het boek:
| | | |
Dit boek is (...) bestemd voor jongens van 16 jaar, voor wie H.B.S. 3 jaar of M.U.L.O. eindonderwijs is geweest en toch gaarne wat van scheikunde willen weten.
Over het karakter van de in het boek beschreven proeven is de prospectus geruststellend:
Alle proeven zijn volkomen gevaarloos en geschieden met onschadelijke chemicaliën en uit de drogisterij en de huishouding.
Vervolgens wordt uit de doeken gedaan hoe het boek is opgebouwd. Behalve een beschrijving van proeven bevat het boek een uitleg over diverse chemische bedrijven, zoals de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie te Boekelo, de Talens Inktfabrieken, de azijnmakerij van Tromp & Rueb en de Scholtens Aardappelfabrieken.
| |
Allerlei
Vanzelfsprekend zijn er naast de non-fictie op het gebied van geschiedenis, natuur, knutselen en wetenschap en techniek diverse andere informatieve en instructieve boeken uitgegeven, bijvoorbeeld telboeken en uitgaven over landen en volken. In grote aantallen kwamen ze echter niet voor. Binnen de categorie instructieve boeken zijn nog enkele aardige titels te vermelden. In 1938 verscheen bij de Zuid-Hollandsche Uitgevers Mij. Liesje bakt poffertjes: een kookboek voor kleine meisjes (1938) door Villa Thrap Wahl, uit het Noors bewerkt door Hanny Brink. Een andere huishoudelijke uitgave is Poet gaat de huisvrouw helpen (1941) door Carla Vorstelman-de Herder, dat ‘een serie practische wenken voor jonge meisjes, die het huishouden willen leeren, in vlotte verteltrant’ bevat. Enige bekendheid heeft Oom Jan leert zijn neefje schaken (Den Haag, Van Goor, 1935) door Alb. Loon en Max Euwe (1901-1981).
Vermeldenswaard zijn ook de uitgaven die gericht zijn op de padvinderij, zoals Baden Powells Padvindersboek (1911), Handboek voor Padvinders (1916) en Het welpenhandboek (1930).
Ten slotte kunnen hier nog de bekende plaatjesalbums genoemd worden. Een zeer groot aantal van deze reclame-uitgaven behoort tot de non-fictie. Hoewel ze vaak niet speciaal voor kinderen zijn uitgegeven, waren de albums wel zeer toegankelijk voor kinderen. Bovendien werden de benodigde plaatjes vaak door kinderen gespaard. Tot de bekendste plaatjesalbums behoren die van Verkade, die vooral toegespitst zijn op het thema ‘natuur’, zoals de jaargetijdenreeks Lente (1906), Zomer (1907), Herfst (1908) en Winter (1909). Andere fabri- | | | | kanten legden zich toe op andere onderwerpen, zoals koekfabriek Jb. Bussink Deventer, die onder de titel Mijn land vanaf 1928 elf albums uitgaf over de Nederlandse provincies.
| |
Geen sport, geen kunst
Sommige onderwerpen lijken te ontbreken in de non-fictie voor kinderen in de periode 1900-1945. Informatieve boeken over sport en kunst zijn in dit tijdvak bijvoorbeeld niet of vrijwel niet uitgegeven. Wat betreft sport lijkt de eerste uitgave voor kinderen Het sportboek voor de jeugd door Jan Cottaar met illustraties van K. Thole uit ca. 1947 te zijn. Op het gebied van kunst komt een enkele levensbeschrijving voor, zoals G.H. Marius, Rembrandt Harmensz. van Rijn: uit het leven van een groot kunstenaar: een boek voor Jong Holland (Amsterdam, P.N. van Kampen, 1905).
Ook algemene naslagwerken voor kinderen lijken in de periode 1900-1945 schaars. De enige gevonden titel is Wat is dat? Een encyclopedie voor jongeren, die drie banden met 24 afleveringen omvat en

Meisjesleven, jg. 1 (1933), nr. 10 bevat artikelen over onder meer ‘Nijverheidsonderwijs voor Meisjes’, film, fotografie, paardrijden en handschriftkunde.
vanaf 1928 verscheen bij Hollandia te Baarn. Volgende drukken verschenen ca. 1938, in 1949-1951 en in 1964-1966.
Non-fictie van algemene aard is verder te vinden in de jeugdtijdschriften, zoals Contact en Meisjesleven. Contact, ‘Maandblad voor de rijpere jeugd’ verscheen van 1933 tot en met 1952 en bevatte artikelen over wetenschap en techniek, luchtvaart, wereldgebeuren, natuurleven, beroepskeuze, letterkunde, toneel en dans, jazz, muziek, film, sport, jeugdleven en jeugdbeweging, aldus een ongedateerde prospectus18. van N.V. Hollandia-Drukkerij te Baarn, die het blad vanaf 193619. uitgaf. Meisjesleven, dat van 1933-1939 verscheen (vanaf 1938 eveneens door Hollandia te Baarn)20. bevatte naast verhalen en gedichten bijdragen over onder meer sport, kunst, reizen, mode en kleding, natuur en handwerken en knutselen. In de tijdschriften wordt dus wel aandacht besteed aan sport en kunst.
| |
| | | |
Tot slot
Aan het begin van dit artikel

Prospectus van William J. Long's Werken.
Rotterdam, W.L. & J. Brusse's Uitg, Mij. N.V. (ca. 1930).
is vastgesteld dat er vrijwel nog geen systematisch onderzoek is gedaan naar de nonfictie voor kinderen in de periode 1900-1945. Aan het eind van dit artikel kan geconcludeerd worden dat dit eigenlijk niet zo vreemd is. Immers, de boeken die in dit genre destijds op de markt zijn gebracht lijken voor een groot deel incidentele uitgaven. Van een gestructureerd aanbod was zeker geen sprake, wat onder andere blijkt uit de vermelding (of juist het ontbreken daarvan) in jeugdboekengidsen en uitgeverscatalogi. Dit bemoeilijkt het onderzoek. Bovendien was het aanbod in het genre niet zo groot.
Nader - meer verfijnd - onderzoek is nodig om de non-fictie voor kinderen uit de periode 1900-1945 beter in beeld te krijgen. Daarbij zou begonnen kunnen worden met onderzoek naar de enkele series die in dit artikel genoemd zijn, zoals William J. Longs werken. Onderzoek naar de waardering van dergelijke uitgaven is dan tevens relevant. In het verlengde hiervan zou meer gedetailleerd onderzoek gedaan kunnen worden naar de populaire rubrieken binnen de non-fictie.
Ook kan de vraag onderzocht worden waarom het aanbod van non-fictie voor kinderen in de genoemde periode niet zo groot was, althans in vergelijking met het hedendaagse aanbod. Was er geen markt voor? En zo ja, heeft dit dan te maken met pedagogische opvattingen in die tijd? In een dergelijk onderzoek zou ook aandacht besteed kunnen worden aan de verwevenheid tussen fictie en non-fictie zoals die met name voorkomt in de rubrieken ‘geschiedenis’ en ‘natuur’. Uit de vele historische verhalen uit de periode 1900-1945 kan bijvoorbeeld geconcludeerd worden dat schrijvers en opvoeders de kennismaking met het verleden voor kinderen belangrijk vonden. Interessant is dan de vraag waarom deze kennismaking meer via fictie dan via non-fictie plaatsvond. |
1.Zie Mooren, P. en H. Verdaasdonk, Kinderen en non-fictie. Bijdragen aan het gelijknamige symposium georganiseerd door het Werkverband Literatuursociologie van de Katholieke Universiteit Brabant op 17 december 1986. Tilburg, Zwijsen, 1989.
2.Dit artikel is grotendeels gebaseerd op gegevens uit jeugdboekengidsen en uitgeverscatalogi, en op gegevens uit het Centraal Bestand Kinderboeken. De keuze van de bestudeerde gidsen en catalogi is vooral bepaald door de beschikbaarheid ervan.
3.Het artikel beperkt zich tot de non-fictie voor de algemene markt. Op schoolboeken en andere non-fictie-uitgaven voor het onderwijs wordt in dit artikel niet ingegaan.
4.Boek en Jeugd Jaarboek '97/'98. Den Haag, NBLC Uitgeverij, 1997.
5.Daarbij dient aangegeven te worden dat het genre van de non-fictie in de periode 1900-1945 niet nieuw was, maar een voortzetting van de negentiende-eeuwse productie op dit gebied. Zie ook P.J. Buijnsters en Leontine Buijnsters-Smets, Lust en Leering. Geschiedenis van het Nederlandse Kinderboek in de negentiende eeuw. Zwolle, Waanders, 2001.
6.Het CBK kent niet de genreterm ‘non-fictie’; zie: Gordijn, Thea en Jeannette Kok (red.), Genrethesaurus ten behoeve van de ontsluiting van bewaarcollecties kinderboeken. Den Haag, Letterkundig Museum, 2003. Daarom is gekozen voor de wel bestaande genretermen ‘informatieve boeken’ en ‘instructieve boeken’.
7.Hiervoor zijn geraadpleegd Jeugdboekengids De Kleine Vuurtoren 1927 en 1932, Het goede kinderboek (1933) en catalogi van o.a. de uitgevers Van Holkema & Warendorf, Hollandia-Drukkerij, G.B. van Goor Zonen (alle collectie auteur).
9.Collectie Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
10.Collectie Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
11.Veer, Janneke van der, ‘De Nieuwe Bibliotheek voor de Jeugd ofwel Stamperius-Bibliotheek’. In: Boekenpost, 41, jg. 7, mei/juni 1999.
13.Prospectus ‘William J. Long's Werken’ (ca. 1930) van W.L. & J. Brusse's Uitg. Mij N.V. Rotterdam (collectie auteur).
14.Hellinga, Het goede kinderboek. Rotterdam, H.A. Kramers & Zoon's Boekhandel N.V., 1933.
15.Zie voor een overzicht Sjoerd J. Stevan, Daan Hoeksema. Tekenaar en kindervriend. Begeleidend boekje bij de expositie Daan Hoeksema en het televisieloze tijdperk, Veluws Museum Nairac Barneveld, 2003.
18.Collectie Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
19.Marjoke Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften in Nederland en Vlaanderen 1757-1942. Leiden, Primavera Pers, 1995, blz. 284.
20.Marjoke Rietveld-van Wingerden, Jeugdtijdschriften in Nederland en Vlaanderen 1757-1942. Leiden, Primavera Pers, 1995, blz. 281.
|
|