Ons Erfdeel. Jaargang 41


auteur: [tijdschrift] Ons Erfdeel


bron: Ons Erfdeel. Jaargang 41. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem / Raamsdonkveer 1998  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

 i.s.m.  logo funder

[p. 654]


illustratie
Inez van Lamsweerde/Vinoodh Matadin Yohji Yamamoto, ‘spring/summer’, 1998, collectie Groninger Museum.


[p. 655]

Tergen en verleiden met foto's
Controversieel werk van Inez van Lamsweerde

Saskia Bak
werd geboren in 1964 te Delft. Studeerde kunstgeschiedenis aan de R.U. Groningen en is coördinator publieksbegeleiding in het Fries Museum te Leeuwarden.
Adres: Radesingel 14b,
NL-9711 EJ Groningen


Ingeborg Walinga
werd geboren in 1965 te Delft. Studeerde kunstgeschiedenis aan de R.U. Groningen en is beleidsmedewerker voor cultuur bij de Provincie Groningen.
Adres: Bernouilliplein 24A
NL-9714 BV Groningen

Kunstenaars die al een vak leerden voordat zij de kunstacademie bezochten, trekken zich vaak minder aan van de strenge regels van de autonome kunst. Één van die regels is: gij zult u niet inlaten met commercie. Kunstenaars die reclames ontwerpen en foto's maken voor glamourbladen overtreden dit gebod. Bovendien trekken zij zich niets aan van de aloude aversie tegen het manipuleren van beeldmateriaal. Het verwijt dat zij uit zijn op effectbejag raakt hen niet.

Ook de fotograaf Inez van Lamsweerde (1963) heeft zich nooit iets aangetrokken van de soms dogmatische kunstenaarsethiek die nog op veel kunstacademies heerst. Zij voltooide eerst een modeopleiding voordat zij naar de Amsterdamse Rietveldacademie ging om zich te bekwamen in de fotografie. Haar fotografische werk kreeg in de afgelopen vijf jaar grote bekendheid in binnen- en buitenland. Het is te zien geweest in tal van tijdschriften, in grote musea, op de Biënnale van Venetië en in New York.

Al vanaf de eerste opdrachten combineert zij haar belangstelling voor mode met fotografische vakkennis. Het is opvallend dat zij altijd kiest voor ongewone poses en settingen. Haar esthetische foto's passen goed in dure geïllustreerde tijdschriften, zoals Avenue en Esquire. Maar er valt veel meer aan te zien dan alleen een mooie weergave van de nieuwste mode. Door de egale belichting en de combinatie van consequent doorgevoerde, maar niet bij elkaar passende stijlen van inrichting en kleding, creëert ze een ongrijpbare omgeving. Een koel, in zwart lak gekleed model plaatst ze bijvoorbeeld in een jaren zeventig kamer met een dessin in pasteltinten, een tafel van rookglas en kussens op de bank.

Barbiepoppen

In de jaren negentig krijgt Van Lamsweerde ook bekendheid met haar vrije

[p. 656]



illustratie

Inez van Lamsweerde, ‘Thank you thighmaster: Pam’, 1993, collectie Groninger Museum.


werk. Ze baart vooral opzien met een aantal series. Voor de stad Groningen bijvoorbeeld maakt zij in 1991 zes foto's van industriële locaties gecombineerd met een studio-opname van een vrouwelijk model. Tot hun schrik zien de Groningers een schaars geklede vrouw met een cowboyhoed voor de contouren van de hun zo vertrouwde suikerfabriek even buiten de stad.

In september 1992 vertrekt Van Lamsweerde met een werkbeurs naar New York, waar zij verblijft in een speciaal voor Nederlandse kunstenaars gehuurd appartement. Geïnspireerd door de vooral op de televisie tentoongespreide obsessie met fitness, diëten en allerlei andere wondermiddelen om het lichaam te perfectioneren maakt zij ‘Thank you thighmaster’. Een thighmaster is een fitnessapparaat om de dijspieren te verstevigen. Opnieuw een serie foto's waarin twee beelden door elkaar heen zijn gevlochten. Zij maakt daarvoor gebruik van een paintbox: een computer waarmee foto's op zeer nauwkeurige wijze bewerkt kunnen worden. Voor deze serie is het hoofd van een etalagepop gemonteerd in een foto van een naaktmodel. Ook met het naakt is gemanipuleerd. Ze ziet eruit alsof ze met een laag plastic overgoten is. Haar lichaam glimt onnatuurlijk, de handen zijn rood en er zijn geen natuurlijke oneffenheden op het lichaam zichtbaar, zoals moedervlekken en beharing. Tepels en schaamhaar zijn overtrokken met plasticachtige

[p. 657]



illustratie

Inez van Lamsweerde, ‘Final Fantasy: Ursula’, 1993, duraflex in perspex, 100 × 150 cm. paint-box operator: Karin Spijker voor I & I, courtesy Galerie Torch, Amsterdam; collectie Groninger Museum.


huid, waardoor de slanke lijven een onnatuurlijke, barbiepopachtige uitstraling krijgen. Het ziet er griezelig en tegelijk fascinerend uit. Hetzelfde geldt voor de serie ‘Final Fantasy’ (1993). Vier vrolijke, een beetje vreemd lachende meisjes blijken geen gewone meisjes te zijn. Hun jeugdige onschuld wordt nog wel ondersteund door hun ongedwongen houding, maar hun glimlach blijkt die van een volwassen man. Van Lamsweerde monteerde op ingenieuze wijze de mannenmonden in de meisjesportretten, waardoor ze onmiskenbaar van uitstraling veranderen.

In de serie ‘The Forest’ (1995) zijn de armen van Klaus, Andy, Marcel en Rob digitaal voorzien van vrouwenhanden. Ook deze foto's geven je een onbehaaglijk gevoel. Je merkt dat er iets loos is, maar je ziet pas in tweede instantie waardoor dat wordt veroorzaakt.

Eigenlijk doet Van Lamsweerde in haar vrije werk hetzelfde wat ze in haar modefotografie doet: ze maakt namelijk combinaties van tegenstellingen. Daardoor zijn de foto's nooit harmonieus of saai. Er is altijd iets dat wringt en de aandacht vasthoudt. De werkwijze in de modereportages en het vrije werk is dus overeenkomstig, maar de thematiek is een andere.

Het maakbare lichaam

Haar vrije werk roept vragen op over de maakbaarheid van het menselijk lichaam, de seksuele rol van vrouwen en kinderen en het gebruik van massamedia in de kunst. In de relatief weinige publicaties die er over het werk van Inez van Lamsweerde zijn verschenen, wordt ook telkens gewezen op de con-

[p. 658]

troversaliteit daarvan. De controverse is dat ze vrouwen en kinderen afbeeldt als object van seksuele lusten, de integriteit van het menselijk lichaam aantast, en gebruik maakt van technieken uit de wereld van de commercie: voor sommigen verwerpelijk, voor anderen geaccepteerd of zelfs uitdagend.

Je kunt je echter afvragen of Inez van Lamsweerde bewust zoekt naar controversiële thema's. Als we spreken over beeldmanipulaties, aantasting van het menselijk lichaam en rolwisselingen zijn er immers tal van voorbeelden in de kunstgeschiedenis die veel extremer zijn. De kunstenaar Hans Bellmer bijvoorbeeld combineerde in de jaren dertig op zodanige wijze ledematen van poppen met vrouwenhoofden dat vrouwen zich erdoor gedegradeerd voelen tot manipuleerbare wezens. Cindy Sherman laat in haar werk veelvuldig zien dat het lichaam inzetbaar is in veel verschillende rollen. Zij fotografeert zichzelf steeds in een andere hoedanigheid, bijvoorbeeld als mannelijke renaissancevorst of als genadeloze fatale vrouw. Zij voert deze typeringen zo ver door dat het zeer uitgesproken beelden oplevert. De foto's van Andres Serrano, waarop onder meer seksuele handelingen en lijken in het mortuarium te zien zijn, doen het vermeende schokeffect van Van Lamsweerde's werk in het niet zinken. Op een speelse manier gaf Marcel Duchamp met zijn ‘Mona Lisa met snor’ al veel eerder de aftrap voor geslachtswisselingen in de kunst.

Vergeleken met bovengenoemde voorbeelden is het werk van Inez van Lamsweerde relatief onschuldig. Zij laat wellicht uitdagende vrouwen zien, maar presenteert geen porno. Ze manipuleert weliswaar lichamen, maar deformeert ze niet.

Misschien zit het fascinerende van de foto's van Inez van Lamsweerde juist in het feit dat ze wel van alles oproepen, maar geen eenduidige strekking hebben. Ze kiest thema's die aanleiding geven tot controverse, maar ze werkt deze niet op een radicale manier uit. De mannen hebben vrouwenhanden, maar worden daardoor nog geen vrouwen. De beeldmanipulatie van de modellen in ‘Thank you thighmaster’ is ingrijpender, maar ook hier maakt ze er geen extremiteit van.

Ze voert haar manipulaties niet zover door dat ze een nieuwe werkelijkheid creëert, maar confronteert ons keer op keer met de grenzen van onze eigen fysieke realiteit. Op die manier tergt Van Lamsweerde ons. Haar werk confronteert ons met onze drang te willen indelen en een duidelijke betekenis te willen geven. Zelf doet ze dat bewust niet. Ze plaatst ons op een ander been en zet ons daarmee aan het denken.

Glossy

Van Lamsweerde past met haar foto's helemaal in onze eigentijdse beeldcultuur, bij de glossy's in de kiosken, de reclame op billboards langs de wegen en

[p. 659]



illustratie

Inez van Lamsweerde, ‘The Forest: Marcel’, 1995, 135 × 180 cm., Cprint/perspex/dibond, editie 4, courtesy Galerie Torch, Amsterdam.


de thematiek van de commerciële televisie. Maar anders dan bij deze media schuilt er bij haar een venijnig addertje onder het gras. Door de manipulaties laat ze ons voelen dat we dit keer met een beeld te maken hebben dat niet past in de dagelijkse portie clichématige reclamebeelden. De mannen zijn niet de stoere macho's uit de modewereld, maar ze zijn zijige types die heel tevreden lijken te zijn met hun vrouwenhanden.

De meisjes in ‘Final Fantasy’ zijn geen onschuldige kinderen meer, maar krijgen ineens de rol in een verleidingsspel voor volwassenen. Haast ongewild word je gedwongen om mee te kijken naar de bijna erotiserende manier waarop de meisjes in ‘Final Fantasy’ zijn neergezet. Dit komt door geraffineerde wijze waarop Inez van Lamsweerde haar beschouwers verleidt. Haar foto's lokken je naar zich toe door de mooie kleuren, de uitgebalanceerde composities, het oog voor detail, de enorme formaten en het perfecte gebruik van de fotografische techniek.

Door de verleidelijkheid van de foto's worden we door ze aangetrokken om dan geconfronteerd te worden met de aanblik van gewone mensen die door een kleine mutatie opeens niet meer passen binnen onze codes en verwachtingspatronen. En juist het feit dat je als toeschouwer in eerste ‘instantie’ naar een ‘gewoon’ beeld kijkt en je pas een moment later het eigenlijke beeld ervaart, maakt de foto's confronterend. Voordat je je van de ernst van de situatie bewust bent, ben je er al ingetuind.