|
|
|
| |
Anton Korteweg
Toverlantaarn
Wanneer we, vermoeid, met z'n allen
in onze slaapzaal op de britsen lagen en
de lichten waren nog maar even uit,
dan kon het nooit lang duren of Klaas sloeg
de grijze dekens op en haalde uit
het nachtkastje een flinke zaklantaarn.
Wij namen dan waar dat diezelfde zaklamp
toverlantaarn werd: op de witte muur
rees uit het kreupelhout een forse stam,
kreunend onder de stormwind van zijn hand.
| |
Op vaders knie
(een raadselvertelling)
't Was op een fietstocht langs de Rijn, jaren geleden,
dat wij, nog niet getrouwd, met kloppend hart,
na lange aarzeling en na er vele malen
te hebben langs gelopen, eindelijk
bij een drogisterij naar binnen stapten.
We wachtten tot de winkel leeg was en
toen vroeg je vader het. Hij bloosde tot z'n zolen.
Je moeder stond al met de deurknop in haar hand.
Wanneer nu die drogist, m'n zoon, begrepen had
wat vader wilde kopen, dan had jij
nu niet als moeder zo'n serpent gehad.
Kun jij, m'n jongen, raden wat je vader,
daar in dat stille stadje aan de Rijn,
zo moeizaam vroeg? Ach jongen, waarom huil je?
|
|
|