De Revisor. Jaargang 1


auteur: [tijdschrift] Revisor, De


bron: De Revisor. Jaargang 1. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 1974


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 16]

Jan Kuijper

Déjeuner

 
Het middelpunt van 't huis: mijn chaise-percée.
 
Met één blik kon ik 't aanrecht overzien;
 
ik liet mij wijzen: een zilv'ren machine
 
voor de gehaktbereiding,... Nog een! - Nee,
 
dat and're werktuig is bedoeld om twee
 
snijbonen zoals jij... Genoeg, bedien
 
ons van wat daar staat: een fles grenadine
 
voor in mijn pap, voor jou een potje thee.
 
 
 
Op zoiets kijkt een hooggeplaatste neer:
 
ik weet er niets meer van, maar 't schilderij
 
bewijst, dat opa zich een dag bij mij
 
vervoegd heeft, meer waarschijnlijk een paar dagen.
 
Fier zwaai ik de lepel; ik weet nu weer
 
hoe hard ik in de griesmeel heb geslagen.

Wilde dieren

 
Een sloom leeuwtje versperde mij de weg.
 
Er was geen terug. Ik kon er niet omheen.
 
Maar het draaide zich om, en sprong meteen
 
op een pilaar. Ik wist hier heg noch steg.
 
Een stenen brug. Ik moest eroverheen.
 
Een blik naar boven. Ik kwam nog goed weg:
 
een stenen boek zonder tekst of uitleg
 
legde beslag op 't leeuwtje. Ik verdween.
 
 
 
De beer slaapt naast mij, maar met open ogen.
 
In de gordijnen wordt het langzaam rood.
 
'k Wil hem omarmen, maar 't schijnt niet te mogen;
 
hij houdt mij makk'lijk tegen met zijn poot.
 
Ik zeg: dat kun jij niet, want jij bent dood.
 
Het laatste wat ik hoor: jij bent al groot.