het synoniem met voorste; 3. in betrekking tot tijd, en dan beteekent het vroegste; 4. in betrekking tot verdienste, aanzien, uitnemendheid, in welk geval het door hoogste, voornaamste, aanzienlijkste kan vervangen worden. In de drie laatste gevallen heeft eerste dus meer het karakter van een qualitatief bijv. naamw.
Voorbeelden. De eerste (voorste) letters van het alphabet. - De eerste (vroegste) bewoners van ons land. - Hij woont in een der eerste (aanzienlijkste) huizen van de stad en is een man uit de eerste (voornaamste, hoogste) standen der maatschappij.
In deze voorbeelden is er sprake van eerste letters, eerste bewoners, eerste huizen, eerste standen. Wil men door een telwoord uitdrukken, dat daarvan eenige, b.v.: vier gedacht zijn, dan zal men zeggen de vier eerste huizen, de vier eerste letters, op gelijke wijze als men zegt: de vier grootste, de vier beste, de vier goede huizen. Eerste drukt als qualitatief even goed als grootste, beste, goede eene blijvende hoedanigheid uit, van het door het substantief genoemde voorwerp (of voorwerpen). Het staat als qualitatief tot zijn zelfst. nw., waarmede het één begrip uitmaakt, in nauwer betrekking dan het bijgevoegde grondtal, derhalve moet eerste dat grondtal volgen. Het grondtal dient, om het vereenigde begrip eerste huizen, eerste jaren te bepalen.
Nog dient men in het oog te houden, dat eerste is een superlatiefvorm met de beteekenis van den comparatief. Tegen eerste staat over, wat niet eerste is. Hier heeft eene vergelijking plaats van tweederlei dingen, in welk geval wij in onze taal den superlatiefvorm, de Duitschers daarentegen den comparatiefvorm gebruiken. De superlatiefvorm, dien wij in dat geval gebruiken, vertegenwoordigt dus een' comparatief (zie aanm. 2).
In. één geval krijgt eerst geheel het karakter van den absoluten superlatief, b.v.: Gij zijt een eerste (d.i. zeer groote) spotter. Ook komt het woord als zelfstandig voor, b.v.: De eersten zullen de laatsten, en de laatsten de eersten zijn. Onze Duitsche naburen gebruiken eerste ook zelfstan-