De Taalgids. Jaargang 8


auteur: [tijdschrift] Taalgids, De


bron: L.A. te Winkel en J.A. van Dijk (red.), De Taalgids, Tijdschrift tot uitbreiding van de kennis der Nederlandsche taal, Achtste jaargang. C. van der Post Jr., Utrecht 1866.


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Aetscare.

De Hoogleeraar de Vries zegt in zijn Woord aan den lezer op den omslag van de eerste aflevering van zijn onschatbaar Middelnederlandsch Woordenboek o.a. het volgende: ‘Bij zeer enkele woorden zal men niets anders vinden dan eene bloote aanhaling uit Kiliaan. Het zijn dezulke, die bij hem vermeld staan met de bijvoeging vetus, en die dus zeer zeker tot de oude taal behoord hebben, doch waarvan ik in geen Middelnederlandsch geschrift een voorbeeld heb aangetroffen. Het was niet geraden, die woorden weg te laten, maar er was ook geene aanleiding om er over uit te weiden; bij gebrek aan bewijsplaatsen. Daarom heb ik mij in die gevallen bepaald tot het citeeren van Kiliaan, en zoodoende die woorden als pro memoria aangeteekend.’ Onder deze woorden noemt de Hoogleeraar ook aetscare. Bij dit woord zal voortaan het pro memoria kunnen vervallen. Wij vonden het, zij het dan ook slechts eene enkele maal, in het meermalen door ons vermelde Boek met den knoop, een handschrift uit de eerste helft der 14e eeuw (zie den Taalgids I, bl. 38 en 39. Bijdragen tot de Oudheidk. en Gesch., inzonderheid van Zeeuwsch-Vlaanderen, verzameld door Janssen en Van Dale, I, bl. 45 en 46).

[p. 229]

Wij lezen het woord in de volgende Keure, voorkomende onder het opschrift:

Dit behoort ter wettelikeden.

So wie die vercoopt aetscare tusscen sente marien kerchove ende willem verdebrechts, hine vercooptse in huse of in kelnaers, hi verbuert ij. s., word hijs begrepen. zi moeten staen ter grippen toe.

D.i.: Zoo wie eetwaar verkoopt tusschen het kerkhof van de Sint Maria-kerk en het huis van Willem Verdebrecht en ze niet verkoopt in huizen of in kelders, hij verbeurt twee schellingen, wordt hij in overtreding bevonden. Zij [de verkoopers] moeten staan tot aan de goot, die vóór de woning ligt.

Wij laten de afleidkundige verklaring van het woord aan den geëerden Hoogleeraar of de geachte Redactie van dit tijdschrift over; ons is het genoeg, het bestaan van het woord geconstateerd te hebben. Wij voegen er alleen nog bij, dat het woord ate hier nog voortleeft in uitdrukkingen als de volgende: Deze aardappelen zijn goed van ate, d.i. goed van smaak, lekker om te eten.

 

Sluis, 28 Nov. 66.

J.H. van Dale.

 

De Red. vraagt den geëerden inzender dezer bijdrage, of ‘zi moeten staen ter grippen toe’, niet kan verstaan worden, als: Zij mogen staan tot aan de goot toe? Zoo ja, dan heeft men hier eene nieuwe plaats, die bewijst, dat moeten vroeger mogen (geoorloofd zijn) beteekende. Men weet, de volgorde der beteekenissen van moeten is: 1o kunnen, 2o mogen, 3o verplicht of genoodzaakt zijn.