Uit de praktijk.
V.
Aanschouwelijkheid.
't Schetsje van Van Duyl, ‘Een Rederijkerskamer in eendracht vergaard’, eigent zich zeer om met leerlingen te behandelen. 't Is te lang om hier af te drukken; men kan het vinden in Analecta II. -
De vergadering van die Kamer, daar beschreven, kan men laten ‘samenstellen’, laten dramatiseeren door de jongens. -
Natuurlijk is de bedoeling niet om de leerlingen een tooneelspel te doen samenstellen: daartoe behoort meer, en veel meer!
Maar ze moeten ‘aanschouwelijk’ iets kunnen ‘vertellen’, en daarin oefent men ze, en zij zich-zèlf, door te laten acteeren, in den goeden zin des woords! De leeraar moet natuurlijk hier eerst den weg wijzen. Vooral nú nog, nu ze op de L.S. een ‘leesdreun’1) in de meeste gevallen meekrijgen, en zich geneeren vrij uit te spreken.
Zo stel ik me 't voor: daar ik 't stuk vroeger al heb laten ‘vertellen’ door eenigen uit de klasse, kennen allen 't stuk. Verscheidene weken, zelfs maanden later sla 'k het opnieuw op, en leg ze uit wat mijn plan is. Ik wijs er op dat wat er als gebeurd ‘beschreven’ wordt, door de ‘leden’ van de Kamer als gezegd en gedaan moet voorgesteld. De secretaris moet notulen lezen; drie leden moeten tegelijk 't woord vragen. Wat van het radicale lid in de 3e persoon over de cognac met suiker verteld wordt, moet door dezen gezegd worden: - dat men in meer bizonderheden kan mededeelen hoe de kastelein ‘gesommeerd’ wordt, en wat er dan gebeurd zal zijn. - Men wijst ze er op hoe men dit gemakkelijk kan aangeven:
Men kan 't b.v. zoo opschrijven, jongens:
De voorzitter (tikt met de hamer, en fluistert nauw hoorbaar): Vergadering...... secretaris...... notulen......
De secretaris (trekt zijn hand uit den boezem, opent het boek, hmt eenige malen en leest deftig): Notulen van de elfde vergadering van het Rederijkersgezelschap, In Eendracht Vergaard, gehouden in de bovenzaal van de Societeit ‘Concordia’, op dinsdag, 's avonds om 8 uur...... -