Taal en Letteren. Jaargang 15


auteur: [tijdschrift] Taal en Letteren


bron: Taal en Letteren. Jaargang 15. C.H.E. Breijer, Utrecht 1905 


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Amonysis (Moortje vs. 3345).

Op blz. 515 van dezen jaargang heeft de heer Nauta de passage behandeld waarin het onverstaanbare amoy sis voorkomt. Men leest bij Bredero:

 
Heb ick 't niet gheseyt,
 
Dat Roemer heeft een amonysis welsprekentheyt?

Om twee redenen, die inderdaad kracht hebben, gelooft de heer Nauta dat in amonysis moet gezocht worden Demosthenes. Doch vooreerst is het niet duidelijk, hoe die naam in den druk tot amonysis zou zijn geworden, en

[p. 61]

ten tweede kan ik niet denken dat Bredero zou hebben gezegd: eene ‘Demosthenes-welsprekendheid.’ Daarom zou ik eene andere vraag willen stellen. Ik zou durven aannemen dat Bredero een adjectief heeft gebruikt, en dit moet als laatste letter eene e hebben gehad. Kan de m van amonysis niet eene fout zijn voor us, en kan Bredero niet hebben geschreven: ‘een Ausonyse welsprekentheyt’? Bij de Latijnsche dichters is Ausonius vaak synoniem met Romeinsch, Latijnsch; Martialis (9,86) zegt Ausonium os voor ‘de Latijnsche welsprekendheid.’ Is het niet mogelijk, dat ook Bredero van ‘Ausonische welsprekendheid’ iets had gehoord? Evenmin als de heer Nauta de zijne kan ik mijne gissing nader verdedigen, misschien willen de kenners van Bredero ze in overweging nemen.

A. Kluyver.