Onze Taaltuin. Jaargang 2


auteur: [tijdschrift] Onze Taaltuin


bron: Onze Taaltuin. Jaargang 2. W.L. & J. Brusse, Rotterdam 1933-1934


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 321]

[Nummer 11]

De phonologie van het algemeen Nederlandsch

Phonetiek is een hulpwetenschap der taalkunde, die de klanken der taal behandelt, zonder te letten op hun beteekenisfunctie.

Phonologie is het onderdeel van de taalkunde, dat de klanken der taal behandelt juist met het oog op hun beteekenis-functie.

Een phonologisch verschil of een phonologische tegenstelling is er dus alleen tusschen twee phonetisch verschillende klanken, wanneer dat phonetisch verschil in een bepaalde taal dient om er intellectueele bedoelingen mee te onderscheiden. En de phonemen zijn de kleinste eenheden tusschen welke zulke phonologische verschillen voorkomen.

De phonetische verschillen zonder phonologische waarde heeten phonetische varianten of realisaties.

Deze varianten onderscheiden wij in facultatieve, combinatorische en vaste varianten.

Facultatieve varianten zijn de veranderlijke realisaties die overal kunnen voorkomen b.v. dentale l,r of velare L,R.

Combinatie-varianten zijn de veranderlijke realisaties onder den invloed der omgevende klanken b.v. de k van bakboord.

Vaste varianten zijn de veranderlijke realisaties aan het begin of het einde geboden (j-:-i, w-:-u).

Derhalve wordt de phonologie verdeeld in:

I. Woordphonologie, die de phonologische tegenstellingen der woorden behandelt; en

II. Zinsphonologie, die de phonologische verschillen in den zin beschouwt.

I. De Woord-phonologie wordt onderverdeeld in:

[p. 322]

A. Lexicale phonologie die de phonologische tegenstellingen in de lexicale afzonderlijke woorden behandelt.

B. Morphologische phonologie of Morphonologie, die de phonologische tegenstellingen der vormen en vormdeelen van een en hetzelfde woord beschouwt.

De afzonderlijke phonemen en de methodische regels om ze te onderscheiden.1)

1. De phonologische waarde van een phonetisch verschil wordt uit inductie bewezen door een rijtje van tien parallelle lexicale woorden met slechts één phoneem-verschil en een daarop berustend verschil van beteekenis. En om de zekerheid des te grooter te maken, kiezen wij daarbij de kortste lexicale woorden uit, d.w.z. de woorden die uit zoo weinig mogelijk phonemen bestaan. Voor het nomen dus liefst het enkelvoud; voor het werkwoord liefst de imperatief enkelvoud; pas in tweede instantie kunnen bij de substantiva het meervoud en bij de verba de infinitief en het participium praeteriti dienen. En slechts op de laatste plaats komen de casus- en persoonsvormen.

2. Als wij vormen of afgeleide en samengestelde woorden opnemen, moeten de samenstellende deelen en de afleidings-silben en formanten, die als afzonderlijke morphemen een eigen beteekenis hebben (meervoud van het nomen, de infinitiefuitgang en het ge- der participia) door een verticaal streepje van het overige woord gescheiden worden, zoodat zij altijd buiten rekening blijven.

3. Daar wij juist het phonologisch systeem van het Algemeen Nederlandsch onderzoeken, moeten wij trachten alle duidelijk gevoelde leenwoorden uit onze lijstjes te weren. Vermeden worden dus ook de dialectische varianten, om zoo niet een kwart of de helft van een patoissysteem binnen te smokkelen. Ook de onomatopoëtische interjecties, de gevoels- en stijl-varianten worden zooveel mogelijk geweerd, daar zij geen intellectueel verschil beteekenen en eigen wetten volgen.

4. Het getal van 10 parallelle woorden is in de praktijk de eenige maatstaf van zekerheid gebleken: dat wij niet met een twee- of drietal toevalsverschijnselen of een vijf- of zestal speciaal geconditioneerde gevallen te doen hebben. Verder is voor een gezonde inductie noodig, dat de omstandigheden der 10 gevallen zooveel mogelijk wisselen, zoodat wij de speciaal geconditioneerde gevallen niet met algemeen voorkomende verschijnselen verwarren. Daarom is het aan te raden: in de lijstjes der vocaal-verschillen b.v. zooveel mogelijk verschillende

[p. 323]

consonant-omgevingen, en bij de consonant-lijstjes zooveel mogelijk verschillende vocaal-omgevingen te zoeken. Want alleen, wanneer onder verschillende omstandigheden telkens hetzelfde verschil zich openbaart, is dit een aanwijzing, dat er een principieel verschil aan ten gronde ligt.

5. Omdat wij later het begin, het midden en het einde der woorden nog afzonderlijk zullen beschouwen, letten wij bij ons eerste globale onderzoek niet op deze verschillen, en zoeken wij elk phoneem: waar wij dat het makkelijkste vinden. Voor de meeste (niet alle) consonanten is dat het woordbegin, en voor de vocalen is dat de stamsilbe.

6. Als phonetisch verschil zoeken wij steeds het kleinste phonetisch verschil bij de nauwst verwante paren, daar er anders gevaar is, dat wij twee onderscheiden phonetische verschillen, die elk afzonderlijk phonologische waarde hebben, samen zouden vatten en verwarren. Zoo zoeken wij dus in het Nederlandsch voor de vocalen: eerst lijstjes van gedekte en ongedekte a; gedekte en ongedekte e, gedekte en ongedekte o enz.; en pas daarna lijstjes van a en o, e en a, van ee en ie, van oo en oe, van ee en eu, van i en u, altijd zorgende de naastliggende vocalen voor de vergelijkende lijstjes uit te kiezen.

Zoo moeten wij bij de consonanten eerst p met b, en t met d vergelijken, en f met v, en s met z, en ch met g; eer dat wij p met t en t met k vergelijken, en nooit zullen wij b.v. b met k, p met d vergelijken, want hier zijn twee phonetische verschillen vereenigd, waarvan afzonderlijk moet onderzocht worden, of ze elk phonologische waarde hebben.

7. Er zijn principieel twee soorten van lijstjes, die vooral bij de consonanten scherp onderscheiden moeten worden, namelijk a. een lijstje van paren met elk het nauwst verwant phoneem als eenig verschil, b. een lijstje met paren van aanwezigheid of afwezigheid van één phoneem, dus b.v. a. baar: paar, tal: dal, vaal: zaal, maar b. aar: baar, aar: paar, al: tal, al: dal; aal: vaal, aal: zaal. Beide soorten lijstjes zijn goed en vullen elkander aan.

Voor een theoretisch volledig onderzoek zijn van het eerste soort voor elk phoneem drie of vier lijstjes noodig: met het phoneem erboven en eronder, het phoneem rechts en het phoneem links in het phonologisch systeem, dat men hier voorloopig raden en later bewijzen moet. Maar praktisch is aanvankelijk één lijstje van elke soort genoeg; daar de gevallen, waar twijfel kan opkomen, zich later vanzelf verraden.

[p. 324]

(1) p : b (2) p : - (3) b : -
+ paar : baar + paar : aar baar : aar
pot : bot + paal : aal baal : aal
+ pier : bier + paard : aard baard : aard
+ peer : beer + pram-en : ram-en bram-en : ram-en
+ pal : + bal + plok : lok blok : lok
+ poort : boord + praat : raad brek-en : rek-en
+ paal : + baal + pin : in brand : rand
+ paard : baard + puit : uit brok : rok
+ pak : + bak + plek : lek bij : ei
+ pest : best + pal : al baan : aan

Met deze p- : b-lijstjes is reeds bewezen, dat in het tegenwoordig Nederlandsch de p en de b phonemen zijn. Weliswaar zijn de p-woorden bijna allemaal oude leenwoorden, die we inzoover het noodig is, door het vooropstaande + teeken zullen onderscheiden. Niemand echter voelt ze meer als zoodanig.

(4) t : d (5) t : - (6) d : -
tak : dak tik : ik dik : ik
tam : dam ter-en : eer-en der-en : eer-en
tol : dol tur-en : ur-en dur-en : ur-en
turf : durf tril-len : ril-len dril-len : ri-len
tik : dik tooi : ooi dooi : ooi
tor : dor tal : al duw : uw
toorn : doorn tin : in dal : al
toen : doe-n trouw : rouw druif : ruif
tuin : duin trek : rek druk : ruk
tij : dij taak : aak diep : iep

Met het t- : d-lijstje zijn de t en d als Nederlandsche phonemen bewezen. Juist als hierboven voegden wij naast het a-lijstje, ook nog 2 b-lijstjes

(7) k : g (8) k : - (9) g : -
kuit : guit kuit : uit goor : oor
+ kist : gist kin : in gap-en : ap-en
kast : gast kop : op guit : uit
kom : + gom kom : om goud : oud
kat : gat kik : ik grap : rap
kaas : + gaas kaas : aas gram : ram
+ kuur : guur kaap : aap gev-en : even
keer : geer kuil : uil graaf : raaf
kust : gust kaal : aal guur : + uur
kun-nen : gun-nen koop-en : open + groep : roep

[p. 325]

Dat k en g beide phonemen zijn, volgt uit het eerste lijstje. De twee volgende lijstjes bevestigen dit.

Wij merken natuurlijk onmiddellijk op, dat de k van de g door twee phonetische kenmerken verschilt. Maar de velare media bestaat niet in het Nederlandsch als phoneem. De k-ch lijst, waarbij slechts één phonetisch verschil aanwezig is, volgt hieronder: op haar systematisch juiste plaats (16).

(10) p : f (11) f : - (12) -p : -f
+ pier : + fier + frank : rank stap : staf
pad : + fat + feil : ijl op : of
pee : + fee + frisch : ris stop : stof
+ pijl : + feil + fiets : iets kap : kaf
+ pijn : + fijn + flauw : lauw slaap : + slaaf
+ pluim : + fluim + flens : lens zeep : zeef
pok : + fok + flitsen : lits-en doop : doof
pret : + fret + fluim : luim stop : stof
puik : + fuik + fluister-en : luister-en + troep : + troef
+ pulp : + fulp + fluit : luit slop : slof

Met het eerste lijstje is al bewezen, dat de p- en de f- in het tegenwoordige Nederlandsch afzonderlijke phonemen zijn. Om dit voor f nog eens te bevestigen dient het tweede lijstje. Wel is waar zijn de f- woorden alle betrekkelijk jonge vreemde woorden, maar daarom hebben wij hier het derde lijstje aan toegevoegd, met -p en -f, waar de -f woorden bijna alle echt Nederlandsch zijn.

(13) t : s (14) s- : - (15) -t : -s
tier-en : + sier-en spier : pier knut : knus
tusschen : + sus-sen spook : pook + plat : plas
teef : + safe smalen : malen lot : los
tand : + sant smaad : maat pad : + pas
tik : + sik be-snijd-en : be-nijd-en dut : dus
taai : + saai snavel : navel biet : bies
+ tasch : + sas staak : taak roet : roes
tol-len : + sol-len stuk : tuk rat : ras
tel-len : + cel-len slang : lang maat : maas
+ tent : + cent slap : lap wijd : wijs

Alhoewel de s + vocaal-woorden allemaal jonge leenwoorden zijn, moeten wij toch om de twee volgende lijstjes t en s beide als phonemen voor het tegenwoordige Nederlandsch aanvaarden.

[p. 326]

(16) -k : -ch (17) -f : -s (18) -s : -ch (19) -f : -ch
lak : lach af : as vlas : vlag laf : lach
dak : dag kaf : kas wis : wig af : ach
boek : boeg of : os los : log of : och
nok : nog gif : gis kus : kuch + slaaf : slaag
zaak : zaag bof : bosch ros : rog drijf : dreig!
steek : steeg lief : lies waas : waag stijf : steig!
vaak : vaag loof : loss lees! : leeg lief : lieg!
stuk : stug graf : gras + les : leg! lof : log
wiek : wieg draf : dras zes : zeg! loof : + loog
vlak : vlag rijf : reis esch : eg staaf : staag

Ook de k en ch zijn afzonderlijke phonemen. De drie volgende lijstjes bevestigen dit nog eens voor de drie stemlooze glijders. Alleen merk ik nog even op, dat de ch- in het begin der woorden alleen voorkomt in Grieksche woorden als chaos, chemie, chiasme, chiliast, chimaere, chloor, cholera, chroom, chromatisch, enz. waarnaast natuurlijk een lijstje van parallellen met een ander phoneem te vinden zijn.

(20) v : b (21) v : -
vak : bak vijl : ijl
van : ban vrank : rank
vit-ter : bitter visch : is
vier : bier + vaas : aas
vaal : + baal vedel : edel
vloed : bloed vaak : aak
veer : beer vrede : rede
voor : boor vrij-en : rij-en
vaart : baard vrij : rij, rei
vrij-en : brei-en voort : oord

Ook de v en b zijn dus afzonderlijke phonemen. Cf. lijst (3)

(22) z : d (23) z : -
zier : dier zwaai-en : waai-en
zeur : deur zweet-en : wet-en
zing-en : ding-en zwerk : werk
zij : dij zwijn : + wijn
zeel : deel zwak : wak
+ zak : dak zwerv-en : werv-en
zag-en : dag-en zuil : uil
zoem-en : doem-en zaak : aak
zoom : doom zeven : even
zak-en : dak-en zijg-en : eigen

[p. 327]

Ook de d en z zijn afzonderlijke phonemen. Cf. lijst (6)

Hier zouden wij de lijstjes (7) en (9) opnieuw kunnen afdrukken. Hieruit besloten wij echter reeds hierboven dat k- en g- afzonderlijke phonemen zijn.

(24) f : v (25) v : z
+ faam : vaam vacht : zacht
+ fier : vier veil : zeil
+ fat : vat vier : zier
+ fee : vee vat : zat
+ feest : veest vee : zee
+ frees : vrees vaal : zaal
+ feil : veil veer : zeer
+ frisch : versch vak : + zak
+ fit-ter : vit-ter vaag : zaag
+ fel : vel voet : zoet

Uit dit eerste lijstje volgt dat f en v afzonderlijke phonemen zijn. Het volgende lijstje bevestigt dit, evenals (17) en (19).

(26) s : z (27) z : g (28) v : g
+ sier : zier zier : gier veil : geil
+ seef : zeef zeef : geef veer : geer
+ sonde : zonde zeel : geel vaart : gaard
+ ver-sag-en : ver-zag-en zeil : geil val : gal
+ sein : zijn zeur : geur voor : goor
+ ceel : zeel zij : gij veest : geest
+ sus-sen : zus-sen zeer : geer vat : gat
+ sant : zand zoet : goed vouw : gouw
+ sag-en : zag-en zode-n : god-en veel : geel
sul-len : zul-len zeven : gev-en vuur : guur

Ook de s en de z zijn afzonderlijke phonemen. Een bevestiging geven (17) en (18).

De ch- komt in het begin der Nederlandsche woorden niet voor. Chloor: gloor is een uitzonderingsgeval. Uit de lijstjes (16), (18) en (19) blijkt de ch echter reeds een phoneem te zijn; terwijl de g als phoneem reeds door de lijstjes (7) en (9) bewezen is en nu door lijstje (28) ten overvloede wordt bevestigd.

(29) v : m (30) - : m (31) b : m
vuur : + muur aar : maar baar : maar
vaan : maan aak : maak berrie : merrie
voer : moer oor : + moor baken : mak-en

[p. 328]

veel : meel + uur : + muur + boot : moot
vat : + mat uil : muil bee : mee
vuil : muil aal : maal bijt : mijt
vet : met op : mop bouw : mouw
vol : mol aan : maan bier : mier
vee : mee in : min best : mest
vast : mast eer : meer buur : + muur

Ook tusschen de v en de m is dus blijkens het eerste lijstje in het Nederlandsch een phonologisch functie-verschil. Door de beide volgen de lijstjes wordt het phoneem-zijn der m nog ten overvloede bevestigd.

(32) z : n (33) - : n (34) d : n
zaad : naad eer : neer daad : naad
zier : nier aar : naar dier : nier
zog : noch och : noch daar : naar
zak-en : nak-en acht : nacht doch : noch
zicht : nicht even : neven dok : nok
zeer : neer eigen : neig-en dood : nood
zavel : navel oord-en : noorden dek : nek
zode : noode is : + nis dop-jes : nop-jes
zacht : nacht ooit : nooit doop-en : nop-en
zeven : neven iemand : niemand dak-en : nak-en

Ook tusschen de z en de n is dus in het Nederlandsch een phonologisch functieverschil, de n als phoneem wordt door de twee volgende lijstjes opnieuw bewezen.

(35) ch : ng (36) n : ng (37) k : ng
stag : stang ban : bang bak : bang
log : long span : spang lok : long
lach : lang van : vang wak : wang
slag : slang wan : wang zak : zang
gezag : gezang men-nen : meng-en lek : leng
gedrag : gedrang en : eng zwak : zwang
toch : tong zin-nen : zing-en tak : tang
ver-leg-gen : ver-leng-en ton : tong vak : vang
+ zich : zing! vin : ving lak : lang
rog : rong zon : zong slak : slang

Ook de ch en de ng zijn in het Nederlandsch dus volgens het eerste lijstje afzonderlijke phonemen. Ten overvloede voegen wij hier nog de twee volgende lijstjes aan toe.

[p. 329]

(38) n : m (39) m : ng
neer : meer stam : stang
noord : moord lam : lang
nacht : macht tam : tang
nood : moot zwam-mer : zwanger
nuf : muf ham-men : hang-en
naai-en : maai-en strem-men : streng-en
nijd : mijt tem-mer : tenger
naar : maar emmer : eng-er
nak-en : mak-en immer : vinger
nauw : mouw bom : bang

Ook tusschen n en m, en tusschen m en ng is er dus in het Nederlandsch een phonologisch onderscheid, al wijst de onvoltalligheid van de lijstjes 36 en 39 op de zwakke frequentie der ng.

(40) r : l (41) - : r (42) - : l
reus : leus oven : roov-en eng : leng
rauw : lauw eigen : rijg-en is : lis
rok : lok is : ris eer : leer
riet : lied aak : raak aars : laars
rood : lood aar : raar ach : lach
rek : lek uil : ruil even : lev-en
rib : lip op : rob adder : ladder
rap : lap uit : ruit open : loop-en
rust : lust iet : riet over : loover
rijm : lijm eisch : reis uit : + luit

Ook de r en de l zijn dus in het Nederlandsch afzonderlijke phonemen.

(43) h : g (44) h : -
haar : gaar haar : aar
heer : geer heer : eer
heen : geen heen : een
hij : gij hei : ei
+ hal : gal hof : of
houd! : goud helft : elft
hoor! : goor hoor-en : oor-en
huid : guit huid : uit
haas : + gaas haas : aas
heel : geel hel : el

Ook de h is in het Nederlandsch een afzonderlijk phoneem.

[p. 330]

Wij hebben hiermee in eersten aanleg de medeklinker-phonemen afgewerkt en richten ons nu naar de klinkers, waarbij ook geleidelijk de w en de j ter sprake komen.

(45) a : aa (46) a : e (47) aa : ee
tak : + taak bast : best vaal : veel
al : aal var : ver kaal : keel
+ zak : zaak man : men maar : meer
tal : taal van : ven baar : beer
ram : raam val : vel staa-n : steen
man : maan hal : hel gaa-n : geen
rap : raap stam : stem baan : been
was : waas ram : rem vaam : veem
kram : kraam dak : dek zamel-en : zemel-en
+ pal : + paal mark : merk + kaap : keep

De a en de aa zijn dus afzonderlijke phonemen, maar ook a en e, evenals aa en ee.

(48) o : oo (49) a : o (50) aa : oo
pot : poot dal : dol graat : groot
los : loos val : vol raad : rood
rok : rook pak : pok raam : room
kop : koop be-drag : be-drog baan : boon
ros : + roos ach : och vaart : voort
ton : toon staf : stof baard : boord
vos : voos as : os aard : oord
kol : kool vat : vod gaar : goor
lot : lood tap : top daar : door
jol : jool stap-pen : stop-pen baar : boor

Ook de o en de oo zijn elk een phoneem, maar ook a en o, evenals aa en oo.

(51) e : ee (52) e : o (53) ee : oo
vel : veel vel : vol beer : boor
schel : scheel vet : vod leen : loon
hel : heel esch : os been : boon
+ bek : beek wel : wol keel : kool
wet : weet stem : stom veer : voor
ven : veen hel : hol beet : boot
mes : mees dek : dok keep : koop
het : heet + les : los steek! : stook!
en : een mes : mos leef! : loof
ver : veer + pet : pot leeg : loog

[p. 331]

Ook de e en de ee zijn beide phonemen, maar ook e en o, en ee en oo zijn beide phoneemparen.

(54) i : ie (55) e : i (56) ee : ie
rit : riet mes : mis vleet : vliet
kil : kiel stel : stil leed : lied
zin : zie-n ge-bed : ge-bit neet : niet
kim : kiem schel (adj.) : schil reet : riet
wil : wiel + pek : + pik reek : riek
lid : lied weg : wig greep : + griep
visch : vies ven : vin sleep : sliep!
tin : tien en : in beer : bier
wig : wieg tel-len : til-len meer : mier
schril : schriel bel : bil + peer : + pier

Eveneens de i en de ie, de e en de i, en de ee en de ie.

  (57) u : i (58) uu : ie
u : uu + put : pit buur : bier
geen correlatieparen, wat begrijpelijk is door de klankwetten; zie echter u : i (57) en o : u (64) dut : dit + muur : mier
  lust : list guur : gier
  kust : + kist stuur : stier
  lucht : licht vuur : vier
  musch : mis huur : hier
  schup : schip zuur : zier
  vul-len : vil-len schuur : schier
  bul : bil duur : dier
  gul : gil + kuur : kier

Ook de u en de uu, de u en de i evenals de uu en de ie zijn afzonderlijke phonemen, al komen er geen u- : uu-paren voor.

(59) ee : eu (60) oo : eu (61) eu : uu
geer : geur + roos : reus keur : + kuur
geel : geul boord : beurt deur : duur
leen-en : leun-en goor : geur zeur : zuur
lez-en : leuz-en doog-en : deug-en beurt : buurt
kreek : kreuk ver-hoog-en : ver-heug-en leur : luur
beek : beuk hol-en : heul-en heur : huur
heel : heul + pool : peul steur : stuur
ber-en : beuren- + zol-en : zeul-en leur : lur-en
der-en : deur-en + krone-n : kreun-en scheur : schuur
sprek-en : spreuk-en ge-popel : + ge-peupel geur : guur

Ook de eu is een afzonderlijk phoneem dat hoort in de rij van oo en ee.

[p. 332]

(62) oo : oe (63) oe : uu (64) o : u
+pool : poel boer : buur mot : + mud
boor : boer moer : + muur pot : + put
dool : doel stoer : stuur dot-je : dut-je
room : roem voer : vuur schot : schut
zoon : zoen hoer : huur bosch : + bus
kool : koel + koer : + kuur los : + lus
mooi : moei schoer : schuur mof : muf
voor : voer loer-en : lur-en stof : + stuf
boog : boeg + oer : + uur dof : duf
kroos : kroes + toeren : tur-en tocht : tucht

Ook de oe is een afzonderlijk phoneem, dat hoort in de rij van uu en oe.

(65) ò : ó (65a) stomme e
dòl (adj.) : dól (subst.) + abele : + abeel-en
dòl-der (comp.) : Den Dólder + kade : + cadeau
'n vòl-len : vól-len (ww.) schade : schadu(w)
(beker)   neger-en : negee-ren
vòl-ler (comp.); : vól-ler (beroep) bedel-en : dedee-len
tòd : tót kant-el-en : kanteel-en
bòt : bód krakel-ing : + krakeel-ing
òpperen : ópperen (plan) + pieker-en : + piqueer-en
vòrt( voort) : fórt (wind) tale : + talie
tòr (kever) : tór (dial. voor dor) male : + malie

Alhoewel lijstje 65 in de uitspraak der Oost-Nederlanders een phoneem-verschil zou kunnen bewijzen, is hieromtrent geen eenheid over het heele land en daarom is er in het Algemeen Nederlandsch dus geen phonologisch verschil tusschen ó en ò, maar zijn beide slechts facultatieve, en deels combinatorische, varianten van een en hetzelfde phoneem. Algemeen Nederlandsch is toch: trouw de o voor nasalen als ò uit te spreken.

8. Van de Nederlandsche enkelvoudige klinkers ontbreekt nu alleen nog de zoogenaamde ‘stomme e’. Wij zullen later zien dat deze klank oorspronkelijk slechts een rythmische zins-variant is van alle mogelijke andere vocaalphonemen. In tallooze gevallen (65a) echter is deze phonetische variatie tot een afzonderlijk phoneem geworden, dat echter veel meer morphologische dan lexicale beteekenis heeft, en dus pas later in de morphonologie uitvoerig behandeld, maar hier toch even moest aangekondigd worden. Woordvormend zijn alleen de nominale paren waard : waarde, koud : koude en misschien ook nog groot : grootte.

[p. 333]

Maar een aller- gewichtigst morphoneem blijkt de -e in de declinatie en conjugatie, denk maar spot(nomen): spotten (verbum), ik spot: wij spotten, hij spot: hij spotte, een pak: twee pakken, groot: de groote enz.

9. Bij twijfelachtige gevallen, als men geen volledige lijstjes vinden kan en er dus kans is, dat men met toeval of een geconditioneerde phonetische realisatie te doen heeft, moet men het pro en contra afzonderlijk onderzoeken.

Pro phoneem-verschil geldt dan 1o. deze proef: Spreek een woord opzettelijk met deze fout uit en zie hoe de taalgemeenschap daarop reageert. Als ze nu zeggen: dat is zoo niet onze taal; of zeggen, dat is een ander dialect of zeggen: dat is fout of: dat moet je afleeren, of als ze boos worden; dan is het een phonologische tegenstelling. Zeggen ze daarentegen: dat kun je ook zeggen, of: dat maakt geen verschil, of: dat merken we zelfs niet op, dan is het een irrelevante phonetische realisatie. Deze proef bewijst dat de velare L en R in het Nederlandsch slechts irrelevante phonetische variaties der l en r zijn; en dat dus het velare of het dentale element niet tot de Nederlandsche phonemen r of l behooren. Een tweede pro-phoneem argument is het morphoneembewijs. Zie nr. 8.

Een 3de pro-phoneem-argument, dat echter heel voorzichtig moet gebruikt worden, is voor talen die geschreven worden: dat het twijfelachtig phoneem in het schrift trouw van de andere varianten of phonemen wordt onderscheiden.

Contra phoneem-verschil geldt vaak: 1o. de aanwijzing van de conditie, waaronder deze phonetische realiseering optreedt, b.v. ò voor nasalen en in de omgeving van labialen, of de palatale n van oranje voor een j. Maar let goed op, dat er ook gevallen zijn, dat een bepaalde phonologische tegenstelling alleen in bepaalde condities mogelijk is. Zoo is b.v. de stemdifferencieering der medeklinkers niet mogelijk op het einde van het woord en toch is dit elders wel degelijk een phonologische tegenstelling.

Contra phoneem geldt soms: 2o. een groote contra-lijst met gevallen, dat dit twijfelachtig phonologisch verschil, ook in vele woordparen zonder beteekenisverschil voorkomt. Zoo b.v. bij de ò en ó in het Nederlandsch.

Ten slotte passe men in woordarme dialecten om het gevorderde lijstje van tien paren aan te vullen, deze hulpmethode toe: dat men woorden naast elkaar zet, die behalve de tegenstelling waar het over gaat, ook nog éen of hoogstens twee andere tegenstellingen vertoonen, nadat men tevens door de proef heeft vastgesteld, dat als men in deze

[p. 334]

woorden het phoneem in questie verwisselt, dit door de spraakmakende gemeente eenstemmig als fout wordt gelaakt. Zie b.v. reeds lijstje (39).

Om b.v. verder de tegenstelling: stemlooze en stemhebbende labiale ploffer in het midden van een woord te bewijzen, vind ik in het Algemeen Nederlandsch, als wij niet tot heel zeldzame woorden onze toevlucht willen nemen, slechts dit lijstje:

1. slobben : sloppen
2. schubben : schuppen
3. tobben : toppen
4. snebben : sneppen
5. slabberd : slapperd

Wij vullen dat nu aan met de volgende voorbeelden die nog één ander phoneem verschillen:

6. webben : reppen
7. ebben : meppen
8. ribben : kippen

En nu nemen wij ten slotte onze toevlucht tot de volgende voorbeelden met twee andere phoneem-verschillen:

9. ribbel : stippel
10. dubbel : knuppel
11. kribbe : wippen enz.

10. Voor de diphtongen moeten wij altijd nauwkeurig onderzoeken of zij uit één of twee phonemen bestaan. En daartoe helpt de regel van het afzonderlijk voorkomen1), die luidt als volgt: Komen het beginen het eind-element van zoo'n diphtong beide ook elders los van elkander als phoneem voor, dan bestaat ook de diphtong uit twee phonemen. Zoo komen de aa, oo en oe van haai, hooi, boei ook voor in aap, ook en boek, de ie, ee en uu van nieuw, eeuw en uw komen ook voor in vies, leef en uur. En de twee laatste elementen -uw en -i komen dus ook elk in drie verschillende diphtongcombinaties voor. Maar het begin-element van ui komt nergens anders in onze taal voor, het is niet de u van dun, noch de eu van deun, noch de o van bòk, noch de ó van hond. Ook is het begin-element der ei en het begin-element der ou: iets aparts; wat trouwens de glyphen van de phonograaf of de grammophoon heel duidelijk bewijzen. Trouwens de beste Nederlandsche phonetici, als wijlen Prof. R.C. Boer, meenen, dat in gesloten silben, deze drie diphtongen al volkomen monophtong zijn. Wat hiervan zij,

[p. 335]

zeker is het, dat wij in het Algemeen Nederlandsch dus naast de zes genoemde diphtongen aai, ooi, oei, eeuw, ieuw, uw, die uit twee phonemen bestaan, ook drie diphtongen ui, ei en ou hebben die slechts uit één phoneem bestaan.

(66) ei : ui (67) ei : ee (68) ui : eu
lij : lui wijs : wees buik : beuk
brij : brui bijt : beet luik : leuk
rij : rui bij : bee schuit : scheut
tij : tui mij : mee tuit-en : teut-en
ei : + ui zij : zee luis : leus
bijt : buit rij : ree luid : leut
seis : suis! vijl : veel vuil : veul
geit : guit heil : heel huig : heug
pij : pui meis-je : mees-je kuisch : keus
hij : hui beide : bede huil-en : heul-en

(69) ei : ie (70) ui : uu
+ wijn : wien ui : uw
dijn : dien hui : hu!
zij : zie! rui : ruw
bijt : biet kuisch : kuus!
geit-en : giet-en spuien : spuwen
leid-en : lied-en lui : luw
beid-en : bied-en  
wijd-en : wied-en  
zijd-en : zied-en  
nijd : niet  

de uu is alleen voor -r een frequent voorkomend phoneem.

 

De ei en de ui zijn dus afzonderlijke phonemen.

(71) ui : ou (72) ou : oo (73) ou : oe
lui : lauw vrouw : vroo(lijk) goud : goed
bui : bouw nou : noo(de) hout : hoed
rui-en : rouw-en bout : boot behoud! : behoed!
ui-tjes : oud-jes schout : schoot bout-en : boet-en
buit : bout goud : goot mout : moed
schuit : schout stout : stoot woud-en : woed-en
guit : goud hou : ho! zout : zoet
huid : hout mout : moot + smous : smoes
stuit : stout goud-en : god-en kou : koe
zuid : zout zou : zoo mouw : moe

Ook de ou is één afzonderlijk phoneem.

[p. 336]

(74) -i- : -r (75) - : -i (76) - : -uw
moie : moer zoo : zooi mee : meeuw
mooi : moor na : naai! wee : weeuw
maai! : maar ga! : gaai zee : zeeuw
naai! : naar dra : draai slee : sleeuw
roei! : roer roe : roe! u : uw
paai : paar ma : maai! nie(t) : nieuw
gaai : gaar pa : paai ree : reeuw
nooit : noord nood : nooit schree : schreeuw
boei : boer ge-boet : ge-boeid snee : sneeuw
ooi : oor gemoed : ge-moeid  

Alhoewel er geen correlatieparen zijn tusschen -i en -uw, omdat zij beide uitsluitend achter andere klinkers voorkomen, zijn zij toch elk in al deze diphtongen een afzonderlijk phoneem, wat uit de voorafgaande en volgende lijstjes met volkomen zekerheid blijkt:

(77) -uw : r (78) l : -i (79) -l : -uw
leeuw : leer zool : zooi meel : meeuw
geeuw : geer zaal : zaai! zeel : zeeuw
weeuw : weer ge-draal : ge-draai geel : geeuw
eeuw : eer paal : paai ver-niel-en : ver-nieuw-en
nieuw : nier boel : boei kiel : kieuw
uw : uur moel : moei  
luw : luur maal : maai!  
kieuw : kier kool : kooi  
duw : duur kaal : kaai  
schuw-en : schur-en dool : dooi  

De -uw op het einde is dus een betrekkelijk zeldzaam phoneem.

(80) -i : -g (81) -uw : -f
looi-en : logen schreeuw : schreef
vermooi-en : ver-mogen leeuw : leef!
maai! : maag zeeuw-en : zeven
boei : boeg weeuw : weef!
ooi : oog hij hieuw : hij hief
draai-en : drag-en geeuw-en : gev-en
tooi : toog sneeuw-en : snev-en
zaai-en : zag-en reeuw : reef
zooi-en : zoog-en  
vlaai : vlaag  

[p. 337]

11. Voor de half-klinkers die in onze algemeen Nederlandsche taal alleen als tweede element der diphtongen en de half-medeklinkers j en w die alleen in stam- of suffix-anlaut voorkomen, moeten wij den regel der bestendige plaatsvervanging toepassen: Als van twee nauwverwante klanken de eene altijd op de ééne plaats en de andere altijd op de andere plaats voorkomt, en nooit omgekeerd, dan gelden beide taalklanken als vaste plaatsvervangers, en vereenigen zich in het taalbewustzijn tot één enkel phoneem. De j- en de -i vormen in het Algemeen Nederlandsch dus slechts één phoneem. Evenzoo zijn de w- en de -uw voor ons taalgevoel één en hetzelfde phoneem. De j- is dus een vaste omgevingsvariant van de -i en de w van de u. Zoo bestaat het woordje ‘ja’ uit dezelfde phonemen als ‘aai’, maar in omgekeerde volgorde, en de vorm ‘wien’ bevat dezelfde drie phonemen als het woord: ‘nieuw’, maar weer juist in omgekeerde volgorde. De overgang van -uw in w en van -i in j hooren wij ook hier weer vooral duidelijk, als op deze diphtongen een silbe met stomme e volgt zoo nieu: nieu-we, fraai- fraai-je.

Dit voelde de 17de eeuwer nog duidelijker dan wij, en toonde dit in zijn spelling door niet alleen naar analogie van eeuwen, nieuwe en luwen, eeuw, nieuw en luw (gelijk wij nog doen) met een -uw maar ook kooij, fraeij en boeij naar analogie van kooi-jen, fraei-je en boei-jen met -ij te schrijven.

(82) w- : j- (83) - : w- (84) - : j-
wij : jij ei : wij aar : jaar
waar : jaar aar : waar acht : jacht
wacht : jacht acht : wacht as : jas
wagen : jag-en as : was ap-en : jap-en
wak : jak ap-en : wapen ei : jij
was : jas oud : woud uk : juk
wegens : jegens even : wev-en Urk : jurk
wicht : jicht erven : werv-en open : jop-en (baom)
wol : + jol aan : waan akker-en : jakker-en
woel-en : joel-en ijl-en : wijl-en  

(85) m : w- (86) v : w- (87) g : j-
macht : wacht vier : wier gaar : jaar
mier : wier veer : weer ga : ja
meer : weer vijl : wijl gap-en : jap-en
+ mijl : wijl vel : wel + gas : jas
moord : woord vijf : wijf + gam : + jam
maag : waag vet : wet + gok-ken : jok-ken

[p. 338]

met : wet val : wal god-en : + jod-en
meen-en : ween-en vol : wol + gong : jong
man-en : wan-en vat : wat + gool : jool
mat : wat vee : wee + gurk : jurk

Ook tusschen de w- en de j- is er in het begin der woorden dus een phonologisch verschil, maar de beide paren -i en j-, -u en w- vereenigen zich met elkander als bestendige variaties voor het begin en het einde der woorden tot één phonemen-paar.

12. Maar hoe zit het dan met de -i, die wij vaak hooren achter zee en knie op het einde van den zin, en vooral in zeeën, knieën? En hoe staat het met de -u die wij vaak hooren achter zoo op het einde van den zin, en heel duidelijk voor een stomme e in zooën schrale en toeë oogen? Het antwoord luidt: Juist als de ui-, ei- en ou- met duidelijk hoorbaar tweede element in bui, lei en nou niets dan combinatorische varianten of Auslautsvariaties zijn van de ui, ei en ou in huis, weit en boud; zoo is ook de eei-, eui- en iei-, de oou en de oeu in de genoemde gevallen niets anders als een phonetische realiseering der phonemen ee, eu, ie, oo en oe, die in vrees, reuk, ziek, rook en zoet zonder hoorbaar i- en u- element gerealiseerd worden.

13. Maar dan rijst ook de vraag of de -f en de v- wel afzonderlijke phonemen zijn; en de -s en de z-, en de -ch en de g-? Want het is een feit dat de f-, s- en ch- nooit aan het begin van echt-Nederlandsche woorden voorkomen; en dat de -v, -z en -g nooit op het einde der woorden voorkomen. Zijn dus ook deze drie paren van glijders elk slechts bestendige plaatsvervangers van elkaar, en dus telkens slechts twee variaties van eenzelfde phoneem? En komt er dan de stemhebbendheid of de stemloosheid voor het phoneem niets op aan; maar dient het verschil der letters alleen om de implosie van de explosie te onderscheiden, juist als bij de i- en j, en de u- en w?

Hiervoor is inderdaad veel te zeggen en historisch is het zoo ook zeker bij een groot deel van ons volk geweest, en daarnaar heeft zich in verschillende punten ook onze spelling geregeld. Als wij dus de zaak geïsoleerd en van puristisch standpunt beschouwen, moeten wij deze conclusies laten gelden. Maar daar het hier ons doel is, onze Algemeen Nederlandsche taal juist met de verschillende Nederlandsche dialecten van tegenwoordig te vergelijken, moeten wij het Algemeen Nederlandsch objectief nemen, gelijk het nu eenmaal is, en er althans de leenwoorden bijnemen, die de spraakmakende gemeente als eigen en volwaardig Nederlandsche termen met f- en s- heeft aanvaard. Boven-

[p. 339]

dien zal later blijken, dat in het Nederlandsch de optimale plaats der consonant-onderscheiding, niet het woordbegin, noch het woordiende, maar het woordmidden is. Welnu, hier vinden wij nu: oever naast oefenen, wijven naast wijfelen, zuigen naast juichen, suizen naast ruischen, ijzen naast eischen enz., en als wij hier de proef van § 8 toepassen en met opzet hier de stemlooze stemhebbend, en de stemhebbende stemloos uitspreken, zegt de meerderheid toch nog: dat wij een fout maken. En dan moet dus onze conclusie zijn: net als de b tegenover de p, en de d tegenover de t staan, zoo verhouden zich ook de v : f = z : s = g : ch en beschouwen wij deze 6 glijders voorloopig nog alle als phonemen; maar toch als heel zwak gedifferencieerde phonemen die bijna alleen in den optimalen Inlaut nog een differentieele functie kunnen uitoefenen.

(88) -z- : -s- (89) -v- : -f- (90) -g- : -ch-
ijzen : eischen ---- ---- logen : loochen
ijzel : IJsel wijven : weifelen ---- ----
---- ---- + zuiver : huiver buig-en : juich-en
boezem : bloesem ijver : + cijfer wieg-el-en : giechel-en
blazen : brasem navel : rafel kogel-en : goochel-en
azen : asem kavel : + tafel vlag-gen : lach-en
dwazen : wasem zwavel : wafel liggen : richel
suizen : bruisen wuiven : luifel dog-gen : rochel
rijzen : krijschen shuiven : schuifelen waggel-en : kachel
buizen : kruisen ruiven : ruifel stug-ge : buchel
wijzen : hijschen rijven : rijfelen rogge : rochel

Deze drie lijstjes bewijzen dus met (24) en (26) toch nog een phonologisch verschil tusschen v en f, g en ch en s en z; maar hoe kort zal het misschien nog duren, dat dit werkelijk algemeen is?

14. Maar nu komt ten slotte de vraag, of de gegemineerde medeklinkers misschien ook afzonderlijke phonemen zijn. Ervóór zou pleiten: dat wij voldoende lijstjes met gepaarde woorden kunnen bijbrengen, die op schrift althans slechts in dien enkelen en dubbelen medeklinker verschillen: zoo als b.v. zakken en zaken, verslappen en verslapen; wetten en weten. Maar bij het hooren verschillen die woorden ook door den gedekten en ongedekten vocaal. En dat pleit er dus tegen. Daar echter het karakteristieke attribuut der gedekte vocalen juist in de hoorbare implosie van den volgenden medeklinker bestaat, zouden wij toch deze paren voor de phonologische tegenstelling van enkelen en dubbelen medeklinker kunnen laten gelden. En voor het bewijs dat ook de gedekte en ongedekte klinkers phonemen zijn, mochten wij dan

[p. 340]

alleen eenlettergrepige woorden als : zak : zaak, slap : slaap, wet : weet gebruiken, gelijk wij dat trouwens hierboven steeds hebben gedaan. Daar echter de groote meerderheid der tegenwoordige Nederlanders het phonetisch verschil tusschen den enkelen en den dubbel geschreven medeklinker niet meer waarneemt, en het verschil van woorden als zaken en zakken geheel en al naar den klinker heeft verlegd, moeten wij voor het tegenwoordige Algemeene Nederlandsch van de in het schrift nog altijd verdubbelde consonanten als afzonderlijke phonemen afzien.

Dat het zoover gekomen is, moet echter een vrij recente ontwikkeling zijn, en wij mogen er ons dus op voorbereid houden, dat niet al onze dialecten dezen overgangsstap reeds gedaan hebben.

15. Wij hebben dus in het Algemeen Nederlandsch:

7 ongedekte klinkerphonemen: aa, ee, oo, eu, uu, ie, oe.
3 ongedekte tweeklankphonemen: ei, ui, ou.
5 gedekte klinkerphonemen: a, e, o, i, u.
2 halfklinkerphonemen -i, j- en -u, w- met verschillend letterteeken voor aan- en afloop.
1 ongeaccentueerde ongedekte afloopklinker, de stomme e, die vooral als morphoneem heel belangrijk is.
3 scherpe plofferphonemen: p, t, k.
2 zachte plofferphonemen: b, d.
3 scherpe glijder-phonemen: f, s, ch } misschien moeten deze paren nu reeds samenvallen.
3 zachte glijderphonemen: v, z, g } misschien moeten deze paren nu reeds samenvallen.
3 nasaalphonemen: m, n, ng.
2 liquidaphonemen: 1, r.
1 afloop-medeklinker-phoneem: h.
_____
35 Nederlandsche phonemen.

16. Wie zich echter meer op puristisch standpunt stelt, behoeft slechts 32 echt-Nederlandsche phonemen te aanvaarden. En wij hebben van de toekomstige ontwikkeling af te wachten, of het schielijk toenemende samenvallen der drie paren van glijderphonemen misschien dit purisme toch niet als de diepere taaltendenz in het gelijk zal stellen. Wij komen hier bij de bespreking der phonologische correlaties nog op terug.

Nijmegen, 10 Januari 1934.

JAC. VAN GINNEKEN