keurig organisch geheel; de ademtocht van een leven, rijk in oneindige schakeering; de uiting van een geestelijk volksbestaan; het naar buiten treden en hoorbaar worden van wat met een eindeloos wisselenden golfslag van binnen in de ziel van een volk ruischt.
Nog verkwikt mij, bij het herinneren, de diepe inblik, dien Maurice door zijn Lectures on social morality mij in het wezen der volkstaal schonk. De taal, zoo onderwees deze diepe Christendenker, is de eerlijkheid, de waarheid, de trouw van een volk. Zoolang er niet gesproken is, blijft het leven onbewust, onbeslist, dobberend op den mystieken gevoelsstroom. Maar als het woord komt, dan komt de man. Dan is er gekozen. Dan is het er uit. En aan dat woord, dat er uit kwam, ligt heel het volk in zijn edeler, in zijn eerlijk leven, vast en gebonden.
Dát is de heerlijkheid der taal. Daarin ligt haar moreel karakter: openbaring van het verborgene, spiegel der volksziel, en daardoor getuige te zijn van waarheid en van trouw.
Mits; en dat dient uitteraard onverbiddelijk vastgehouden; mits men die taal dan ook opvange, zooals ze ongedwongen van de volkslippen vloeit, en ze níet neme gelijk ze doctrinair ‘gekunsteld en gemaakt’ wordt in de spreekmanier der geleerden.
Al wat léeft1); al wat met gevóel leeft; alle úiting van een gevoelvol leven, moet waargenomen zooals het onopzettelijk, zonder te weten dat er op gelet wordt, vanzelf zich vertoont.
Liefde die men een ander zal láten zíen is geen liefde meer. Een tinteling der ziel, die ge wilt overgieten in een definitie, is met die definitie gebluscht. Dapperheid is er, als ze opwelt; maar voor wie ze ontleden wil is ze weg. Ik voeg er ook van het bidden bij, dat ‘eens te móeten bidden’, het zelden verder dan tot ter aarde vallende klanken brengt. Och, alle leven, óok het taalleven, is spontaan!
Gelijk nu, Amice! een zuivere kunstbalans zoo uiterst fijn werkt, dat Ge geen korrel zoo klein op de schaal kunt werpen, of om het mes kantelt de slang; gelijk het web eener spinne zoo onmeetbaar gevoelig is, dat geen muggevlerkje aan het rag kan raken, of de webspinne speurt het; of wilt Ge, gelijk de magnetische stroom in onzen aardbol zoo onnaspeurbaar snel en zuiver golft, dat de allerkleinste variatiën zich haarfijn van Noorwegen tot naar Greenwich overplanten; - evenzoo en nog verbazingwekkender is de keurigheid, waarmeê de schier onnoembaarste trilling in de ziel van een volk toon en woordvorm en buigingstrant ook in de vólkstaal schakeert. Inwendig in de volksziel ligt een breed klavier met eindelooze varianten, en al naar gelang vreugd