voorkomt. Mij als Fries leek het vreemd dat in eenzelfde zin zouden kunnen voorkomen een relatief dij en een demonstratief dy (= die). Maar mijn Fries is niet meer van de bovenste plank en ik heb het oordeel van verschillende meer deskundige taalgenoten gevraagd. Die beweerden: nee, die relatief dij zegt, zegt ook demonstratief dij; het is dij...dij of dy...dy. En tenslotte sprak ik Dr. Sipma, die niet wist waar hij de door den heer Peters genoemde woorden had geschreven, en sterk betwijfelde of hij zich wel ooit en ergens zò zou hebben uitgelaten. Misschien kan de heer Peters nu wat nader preciseren, maar....
Naar mijn mening zit het met die ij-vormen bij het Friese relatief èn demonstratief zò: In een zeer groot deel van Friesland is de oude lange î in absolute auslaut gediphthongeerd (er is zoals men weet nòg een positie waarin de Friese î tot tweeklank wordt): de pronomina wij. dij (bij dou, du), mij zijn vbb.; ook de praep. bij. Dit geeft ons de verklaring van het relatief en demonstratief dij. De oudere (en nog normale) ie-klank van dit woord die is volkomen samengevallen met de oorspronkelijke, nog ongediphtongeerde, auslautende î; in streken waar men niet wij zegt, maar wi heeft de i dezelfde klank als in die. Nu is - bijzonderheden over plaatselijke dialecten daargelaten - die het enige woord in het Fries met auslautende (en verkorte) i-klank, althans in die streken waar ouder wi, hi, mi tot wij, hij, mij is geworden. Deze korte i-klank van die - in een groot deel van Friesland voorkomend - staat dus phonologisch zeer zwak (er is maar één vb., het relatiefdemonstratief), en analogische diphthongering naar hij, wij, dij enz. ligt voor de hand.
Ik kan nu J.J. Hof aanhalen (Friesche Dialectgeographie, blz. 180):
‘In den Zuidwesthoek wordt ook het aanw. en betr. vnw. di, die, gewoonlijk als dèi gesproken (curs. van mij); hier schijnt analogiewerking van dèi, jou, in 't spel. Trouwens dit (? V.)3) komt over geheel Friesland al voor, zij 't nog sporadisch.’
Ik meen dat hiermee Peters' hypothese van een relatief-partikel-ei in het Fries (overeenkomend met het Gotische -ei in saei enz.) mag verdwijnen4); ook in andere opzichten staat zij zeer zwak.