Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40


auteur: [tijdschrift] Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde


bron: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Jaargang 40. E.J. Brill, Leiden 1921  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Kleine mededeelingen.

105. Bontwerker.

Een ‘laatste woord’ naar aanleiding van Dr. Eymael's anticritiek in Tschr. XL 65-6. Daar de zaak zich kwalijk leent tot nadere openbare uiteenzetting - en ook nauwelijks zooveel geschrijfs waard is - volsta ik met Dr. E., behalve aan het door mij Tschr. XXXIII 280, noot 3 bijgebrachte, nogmaals met nadruk te herinneren aan andere dergelijke voorstellingen, als in onze literatuur b.v. bij Van Merwede van Clootwijk, Uytheemsen Oorlog, ofte Roomse Min-triomfen1) te vinden zijn; en hem voorts nog te verwijzen naar twee plaatsen, mij door anderen aan de hand gedaan, één Nederlandsche en één Hoogduitsche, die ik welstaanshalve hier niet uitschrijf: Focquenbroch II 342 en Günther (begin der 18de eeuw) 273 (aangehaald in D. Wtb. VIII 254), alwaar nnl. bont in verbloemenden, en nhd. rauchwerk in dubbelen zin gebruikt zijn.

 

Leiden, December 1920.

j.w. muller.