Vaderlandsche letteroefeningen. Jaargang 1826


auteur: [tijdschrift] Vaderlandsche Letteroefeningen


bron: Vaderlandsche Letteroefeningen. G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, Amsterdam 1826


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 453]

Boekbeschouwing.

Zevental Leeredenen, gehouden te Elberfeld, door Dr. F. Strausz, voormalig Evangelisch Leeraar aldaar, thans Pruissisch Hof- en Domprediker, en gewoon Hoogleeraar in de Godgeleerdheid. Uit het Hoogduitsch. Te Amsterdam, bij M. Westerman. 1825. In gr. 8vo. 194 Bl. f 1-50.

Alle deze leerredenen kwamen uit het hart en spreken tot het hart, zóó echter, dat ook het verstand niet wordt voorbijgezien. Dit geldt niet alleen de Intree- en Afscheidsrede, waarmede deze kleine bundel begint en gesloten wordt, en ook de rede bij het Jubelfeest der Hervorming, 1817, welke in het midden hier voorkomt, maar alle de overige, die inderdaad van even gewigtigen inhoud zijn: Gij hebt geenen tijd te verliezen. Over de vergoeding. Op Zondag vóór de Vaste. En: Over het ouderlijk gezag. Wij lazen alle met goedkeuring en genoegen, en stemmen, ten aanzien van de waarde dezer stukken, met den vertaler in, die van dezelve, in de voorrede, de ijverige lofredenaar is. Wij vinden hier echt Christendom, hartelijk en welsprekend voorgedragen; en de bijval dezer leerredenen in het oorspronkelijke verblijdt ons. En evenwel kunnen wij niet zeggen, dat ons de uitgave voor ons publiek bijzonder bevalt. Die met de leerredenen van onzen van der palm, enz. enz. (want wij willen geene andere namen noemen, om niemand over het hoofd te zien) zij, die met de leerredenen onzer uitmuntende mannen gemeenzaam zijn, zullen bij de lezing met ons instemmen, dat hier veel, zeer veel ontbreekt. Onzes inziens konden deze stukken in Duitschland nuttig werken; maar men had die onvertaald kunnen laten, zonder dat ons godsdienstig publiek er veel bij zou verliezen. Wij weten niet, of iedere lezer onze meening regt bevat; duidelijker dan: zoodanige plannen, en zoodanige zijn hier

[p. 454]

alle, als die b.v. bij de leerrede vóór de Vaste, (die voor het overige zeer nuttige waarheden bevat) hopen wij niet, dat men bij ons als goede modellen zal aanprijzen: Wat zien de oogen, welke Jezus opent, in de lijdensgeschiedenis? 1. De ongeregtigheid der menschen. 2. De geregtigheid van Christus. 3. De regtvaardigmaking der geloovigen. Verre echter, dat wij deze stukken voor geene heilzame waarheden zouden houden! Wij eeren de taal en de welsprekendheid van het hart; maar wij vinden die ook bij ons, en op zoodanig eene andere wijze, die zeer veel meer den uitlegkundigen voldoet, en des te krachtiger daarom roert en veredelt.