Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1923


auteur: [tijdschrift] Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde


bron: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde 1923. Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1923


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 883]

‘Den Antwerpschen trûut’
Door Prof. J. Vercoullie, Bestuurder der Academie.

Het Westvlaamsch heeft een klank die luidt zooals de Hollandsche oe in wereld, dus opener dan de Fransche è in père. De Westvlamingen noemen hem ‘de zware e’. Hij is de normale klank van de zachtlange e voor r: begoeren, goeren (gaarne), poere (peer), twoes (dwars)(1).

Hij vervangt de lange â of gerekte ā in bloeten, koekelen, kwoeken, doegen, groeten

Groeten - schimpen door gebaren, bep door gegrijns, Os. grâtan, Ags. graétan, On. gráta, Go. gretan - weenen, Mhd. grâgen - schreeuwen, hartstochtelijk zijn, staat in ablaut met groeten.

Dit woordenpaar *graten-groeten doet onmiddellijk denken - daar umlauts-oe in 't Antwerpsch û is - aan het woordenpaar Westvl troeten(2), Antw. trûten (Ndl *traten, *troeten), beide - schimpen door woorden. Dan is trûter een afl. van trûten en trûut is het verbaal-abstract, gelijk groet van groeten.

Ik vind nergens correspondenten van traten en troeten; toch aarzel ik niet om ze bij den wortel van tarten en trots (Ug. tret) te brengen. Ook semasiologisch staat niets in den weg, als men let op Beiersch tratzen - plagen, en Eng. tart - wrang, bits (zie ook De Bo i.v. greten, treten).

Wat dan met Ndl. treiteren, dat ook in geheel Vlaamsch-Belgie behalve West-Vlaanderen bekend is? Zeker behoort het voor vorm noch beteekenis bij Fr. traíter.

[p. 884]

Daar zijn nomen agentis niet treiteraar (toch soms in Nederland) maar treiter is, moet het hiervan afgeleid zijn. Dit treiter nu kan hetzelfde zijn als Westvl. troeter van troeten, het kan ook ontleend zijn aan Fr traître dat in de omgangstaal de zeer verzachte beteekenis van valschaard gekregen heeft; of wel is invloed van traître op troeter mogelijk.

Het woord door De Bo als treiten gespeld en met ‘iemand lastig vallen om iets te bekomen’ omschreven, ken ik niet en weet ik ook niet thuis te wijzen.