‘Den Antwerpschen trûut’
Door Prof. J. Vercoullie, Bestuurder der Academie.
Het Westvlaamsch heeft een klank die luidt zooals de Hollandsche oe in wereld, dus opener dan de Fransche è in père. De Westvlamingen noemen hem ‘de zware e’. Hij is de normale klank van de zachtlange e voor r: begoeren, goeren (gaarne), poere (peer), twoes (dwars)(1).
Hij vervangt de lange â of gerekte ā in bloeten, koekelen, kwoeken, doegen, groeten
Groeten - schimpen door gebaren, bep door gegrijns, Os. grâtan, Ags. graétan, On. gráta, Go. gretan - weenen, Mhd. grâgen - schreeuwen, hartstochtelijk zijn, staat in ablaut met groeten.
Dit woordenpaar *graten-groeten doet onmiddellijk denken - daar umlauts-oe in 't Antwerpsch û is - aan het woordenpaar Westvl troeten(2), Antw. trûten (Ndl *traten, *troeten), beide - schimpen door woorden. Dan is trûter een afl. van trûten en trûut is het verbaal-abstract, gelijk groet van groeten.
Ik vind nergens correspondenten van traten en troeten; toch aarzel ik niet om ze bij den wortel van tarten en trots (Ug. tret) te brengen. Ook semasiologisch staat niets in den weg, als men let op Beiersch tratzen - plagen, en Eng. tart - wrang, bits (zie ook De Bo i.v. greten, treten).
Wat dan met Ndl. treiteren, dat ook in geheel Vlaamsch-Belgie behalve West-Vlaanderen bekend is? Zeker behoort het voor vorm noch beteekenis bij Fr. traíter.