|
|
|
| |
| |
Byvoegzel
Het geen ons eerst aan de hand is gegeeven, na dat dit Werkje
tot dus verre gedrukt was.
| |
Wetten wegens het ceremonieel
Omtrent het drinken der gezondheden.
Wat aangaat de rang volgens dewelke men de Gasten aan de Tafel
plaatst, daar van hebben | | | | wy, in het eerste stuk breedvoerig
genoeg gesproken. Pag. 137.
Eer wy nu dit werkje eindigen, zo zullen wy wegens het drinken der
gezondheden, gelyks zulks by de Burgers op maaltyden gebruikelyk is, ook iets
zeggen, om alle misbruiken hier omtrent weg te neemen.
1. Presenteerd uwe Vrienden eer gy aan tafel gaat een glas Roode
wyn, als zeer gezond en goed zynde voor de maag, en om den appetyd te scherpen,
en om de Vrienden te verwelkomen.
2. Met het eerste glas wyn moet de Tractant zyn Vrienden een
smakelyk eeten toewenschen, en de Vrienden moeten dit met een glas wyn
beantwoorden, het zelve den een den ander mede toewenschende.
3. Zo het gezelschap maar uit 10 a 12 menschen bestaat mag men de
gezontheden in 't rond drinken, dog het is dwaas dat men dit allen te gelyk
doet, dewyl men allen te gelyk geen dorst heeft, maar die dit begeert te doen
moet om een glas wyn aan de knegt of meid, die de Tafel diend, verzoeken.
4. Zo het gezelschap groot is, en 'er by voorbeeld 20 menschen aan
tafel zyn, zo is het dwaas yder een zyn gezondheid in 't byzonder te moeten
drinken; want dan moet men veeltyds meer drinken als men lust, en wil men dit
niet doen, zo moet men verschaalde wy drinken: maar dan neemt men 2. 4 a 6
menschen te gelyk die men met een glas wyn salueerd, altoos beginnende met die
geenen die aan wederzyden zitten, en dan voortgaande, eerst aan de regter en
dan aan de linker hand.
5. Het stryd ook volstrekt tegens de wellevendheid, een Dame die
naast ons zit, als men haar gezondheid drinkt te kussen, of haar met een kus te
bedanken als zy de onze gedronken heeft. En nog | | | | ongemanierder is
het, van de tafel op te staan, om Juffers te gaan kussen die verre van ons
afzitten: Want voor eerst is het vies met een ongewassene mond, een Juffer te
kussen, en het laatste maakt wanorder aan de Tafel.
6. Ook is het ongemaniert iemant sterk tot wyndrinken aan te
perssen, of niet af te laaten voor dat het glas geheel uitgedronken is want de
vryheid is het vermaak van een gezelschap, die men hier door schend. Nogtans
mag een Heer die naast een Juffer zit, haar zomtyds wel vraagen of zy van geen
wyn gelieft gedient te zyn.
7. Met het laatste glas moet men de Tractant bedanken voor zyn
vriendelyk onthaal, en wenschen aan de mede aanzittende Gasten, dat hen de
maaltyd wel mag bekomen: dog nooit moet men van de Tafel opstaan, eer men God
gedankt heeft. Ook moet men zyn servet niet opvouwen, want dit is het werk der
dienstboden.
---
| |
Beschryving van een instrument.
Om
in een korten tyd, en op een zeer zindelyke wyze een groote meenigte Worst te
konnen stoppen, het geen in zeer veele voorname Huishoudens hedendaags daar toe
gebruikt word.
Men neemt twee stukken eiken hout, omtrent drie en een half voet
lang, een vinger dik, en een hand breed hoog die men op zyn kant zet; en
| | | | die men met een onder en booven-stuk, omtrent ruim een half voet
lang, van dezelve breedte en dikte als de zystukken, aan een hegt.
In het midden van het beneeden stuk boord men een rond gat, maar
niet al te groot; maar in het bovenste stuk boord men een veel wyder gat, daar
de Moer van een schroef in gemaakt word.
Neemt dan een houte schroef, omtrent twee voeten lang en zelfs wat
langer, die net in de moer van het bovenstuk past, dog ze moet niet te dun zyn.
Booven aan die schroef maakt men een handvatsel om die daar mede toe te
draaijen; dog men maakt dat die schroef van onderen wat spits toeloopt.
Laat dan by de draaijer een stamper maaken die van onderen rond
is, omtrent drie duim in zyn diameter, en omtrent anderhalve handbreed lang;
aan dezelve moet een vaste steel gedraayt worden, die boven op een platte en
reedelyke dikke kop heeft, die van binnen wat rond is uitgedraayt, op dat het
onderste eind van de schroef daar net in sluit.
Neemt dan twee blikke busschen, schaars anderhalve handbreed lang,
en iets korter dan de stamper; en de wydte moet iets meerder zyn als de dikte
van de stamper, zo dat de stamper wat speelens daar in heeft. Deeze blikke
busschen moeten schaars anderhalve handbreed lang van onderen zo wyd als boven
zyn, dog dan moeten dezelve als een Tregter van onderen schuins toe loopen, met
een pyp van omtrent drie vingeren breedte daar onder aan. Aan de bovenkant van
deeze busschen, omtrent drie vingeren breedte van de boovenkant af, moeten twee
handvatsels zyn, mede van blik gemaakt, en aan de busschen vast gesoldeert,
niet ongelyk de handvatsels die aan de busschen zyn. | | | |
Maakt dan in de zy-stukken diepe knepen, die van boven af schuins
na beneden lopen, op zodanig een hoogte dat de busch met zyne handvatzels aan
weerskanten daar in vast en onbeweeglyk legt.
Neemt dan een blik hoorntje wel anderhalve handbreed lang, dat van
boven een ronde en holle rand heeft, die net van onderen tegens de busch aan
sluit, wanneer de pyp van de busch daar in gestoken word. Dit blikke hoorntje
moet allengs na onderen toe naauwer toelopen, om van onderen de wydte te hebben
van een gemeen worsthoorntje.
| |
Hoe men dit Instrument gebruiken zal.
Als gy de darmen schoon en gereed gemaakt hebt; en het
worste-vleesch wel gekapt, gekruit en door een geroerd is, zo vuld beide die
blikke busschen met worste-vleesch.
Steekt dan het blikke worst-hoorntje van onderen door het gat
heen, zo dat het dunste eind van onderen genoeg uitsteekt, daar gy een eind
darm zo lang het u behaagd, die van onderen toegebonden is, opschuift; gelyk
men in het gemeen worststoppen gewoon is.
Neemt dan de eene blikke busch, die gy met worste-vleesch gevuld
hebt, en steekt de pyp daar van in het blikke hoorntje, zo dat deszelfs holle
rand tegens de blikke busch aan sluit; en legt de handvatzels van die busch in
de keepen van de zystukken ter wederzyden, dat die busch ter degen vast legt,
en niet na boven of na onderen kan bewegen.
Neemt dan de houte stamper en stampt met uw hand het vleesch in de
busch wat aan, zo dat de stamper daar even in blyft steken.
Schroeft de houte schroef dan zo verre toe, dat | | | | het
onderste einde daar van in de kop van de stamper sluit; en dan kan men aan 't
werk gaan.
Houd dan met uw hand de darm van onderen met het blikke hoorntje
vast, op dat de darm niet te schielyk zoude afschieten. Laat dan de schroef
stilletjes aandraayen, zo zal het worste-vleesch, gedrukt door de stamper, uit
die blikke busch, door het blikke hoorntje, in de darm schieten; en terwyl men
met de regter hand de darm tegen houd, dat die niet te schielyk van het
hoorntje afschiet, zo vormt men met de linker hand de gestopte worst, het zy
men die vast of los gestopt wil hebben, dat 'er geen ledige plaatzen over
blyven.
Als nu de blikke busch omtrent ledig is, (want men moet de stamper
daar niet volkomen ofte geheel indraayen, om dat ze dan door de kleving van het
worste-vleesch zo sterk klemt dat men moeite heeft om ze terug te halen) zo
draait men de schroef open, en men neemt 'er die ledige busch uit, en legt 'er
de tweede gevulde busch in de plaats. Dan draait men de schroef wederom toe, en
men gaat gelyk te voren te werk.
Terwyl men hier mede bezig is, word de eerste busch opnieuw
werderom gevuld; om altoos een gevulde busch gereed te hebben als de anderen
ledig is, dus kan men in een zeer korten tyd, op een zindelyke wyze een
meenigte worst stoppen.
Eynde.
| |
Aan den Binder.
Het wit moet aan de platen gelaten, en de platen agter aan het
Boek geplaast werden, om buiten het Boek te konnen uitslaan.
| | | |
Eerste Plaat.

| | | |
Tweede Plaat.

|
|
|