Vonk. Jaargang 13


auteur: [tijdschrift] Vonk


bron: Vonk. Jaargang 13. Linda van der Auwera, Gent-Wondelgem 1983


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

Dialect in de klas

H. Hos, H. Kuiper en H. Van Tuijl: Dialect op de basisschool. Enschede, SLO/SVO 1982, 188 p.

 

L. Swachten, M. Vaessen: Werken met dialect in de klas. Het Kerkraads voorbeeldenboek. Nijmegen, NIVOR/NCDN 1982, 133p.

[p. 72]

Over het Kerkradeproject is al heel wat gepubliceerd door verschillende instanties op verscheidene niveaus. Deze twee publikaties zijn de hekkesluiters; zij vertalen de bevindingen van het hele onderzoek naar praktisch bruikbaar materiaal.

Dialect op de basisschool’ bevat zowel theorie als praktijk. In de theoretische paragrafen wordt de schooltaal/thuistaal-problematiek op een voor niet-ingewijden duidelijke manier beschreven en wordt aan de hand van concrete observaties uit het Kerkradeproject een mogelijke probleemaanpak voorgesteld nl. het introduceren van dialect in de klas als hulptaal. De nadruk wordt gelegd op het verbinden van het dialectgebruik met een thematisch-cursorisch taalonderwijs. Het idee dat hieraan ten grondslag ligt, kan als volgt omschreven worden. Je kan de taalvaardigheid van de leerlingen vergroten door hen taalervaringen te laten opdoen d.w.z. door hen aktief taal te laten gebruiken in voor hen zinvolle situaties. Uitgangspunt hierbij is het eigen taalgebruik m.a.w. de thuistaal van het kind.

Hoe dat concreet kan aangepakt worden, leer je uit praktijkbeschrijvingen van een thematische werkwijze in Kerkraadse kleuter- en lagere scholen. In vier uitgewerkte themaverslagen komen o.m. aan bod: onderwerpkeuze, organisatie, evaluatie, lesprotokollen, werkstukjes,...

Ook wordt de nodige aandacht besteed aan het ontwikkelen van cursorische aktiviteiten. Er wordt o.a. aangetoond hoe je d.m.v. een foutenanalyse van leerlingenmateriaal kan komen tot oefeningen die daadwerkelijk inspelen op de moeilijkheden van de kinderen.

Een laatste deel behandelt het taalbeleid op opleidingen voor kleuterleidsters en onderwijzers, dat in Nederland - evenals in Vlaanderen - nagenoeg onbestaand is. Er worden een aantal concrete stage-opdrachten voorgesteld om informatie te verzamelen over taalgebruik en -attitudes van leerlingen en leerkrachten, verbale interactie in de klas en schriftelijk taalgebruik. De beschreven onderzoekjes kunnen ook door leerkrachten in functie worden uitgevoerd bv. aan het begin van een schooljaar.

 

Werken met dialect in de klas’ is een aanvulling bij het voorgaande boek: het geeft nog meer voorbeeldmateriaal van thematisch-cursorische aktiviteiten (7 thema's worden uitvoerig beschreven) en dialect in mondeling en schriftelijk taalgebruik.

Voor theoretische achtergrondinformatie wordt verwezen naar ‘Dialect op de basisschool’ en het merendeel van de geformuleerde suggesties wordt ook daaruit overgenomen. Het feit dat in dit boek meer voorbeelden uitgewerkt worden, loont niet de moeite voor lezers die zich willen oriënteren op de problematiek. Bovendien is het vooral geschreven voor Kerkraadse leerkrachten: het dialect in de voorbeelden wordt haast nooit vertaald naar het standaardnederlands, wat het minder interessant (zeg maar onleesbaar) maakt voor Vlaamse lezers.

Wie dus een mogelijke probleemaanpak aan het werk wil zien, vindt meer dan voldoende materiaal in ‘Dialect op de basisschool’. Er wordt weliswaar een Nederlandse situatie beschreven, maar dat vormt geen onoverkomelijke struikelblok. De beginsituatie in het Limburgse Kerkrade is immers goed vergelijkbaar met Vlaamse toestanden: het merendeel van de kinderen is van huis uit dialectsprekend, terwijl in de klas nauwelijks dialect optreedt bij de interactie tussen leerkracht en leerlingen. Wat daarvan de gevolgen kunnen zijn voor dialectsprekertjes is in Kerkrade grondig onderzocht. Hoe zij die verziekte situatie terug gezond probeerden te maken, is te lezen in dit boeiende boek.

[p. 73]

Hoewel het vooral draait rond materiaal uit de basisschool is het ook de moeite waard voor leerkrachten uit andere onderwijsniveaus tot en met de lerarenopleiding. De visie die het geheel ondersteunt, geldt immers voor heel het onderwijs; alleen de vertaling naar de klaspraktijk moet, afhankelijk van het niveau, andere accenten krijgen.

 

Rita Rymenans, Romeinse Put 50, 2520 Edegem.