Zeeusche Nachtegael


auteur: anoniem Zeeusche Nachtegael


editeur: P.J. Verkruijsse en P.J. Meertens


bron: P.J. Meertens en P.J. Verkruijsse (eds.), Zeeusche Nachtegael en bijgevoegd A. vande Venne Tafereel van Sinne-mal, Drukkerij Verhage & Zoon, Middelburg, 1982  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Wulmer.

 
Wulmer quam opt ijs ghereden
 
Mette Vrijster by der hant,
 
Vierich en vol heeten brant,
 
Vier en brant was al sijn reden;
5
Maer hy had niet lang ghereden,
 
Siet! het ijsich velt dat brack,
 
Daer leyt Wulmer in de wrack.
 
Wulmer riep met luyder stemmen,
 
Help, och! help, of ick verstijf,
10
'kHeb de doot al op het lijf.
 
Help, het ijs dat sal me klemmen,
 
Help, och! help, 'ken can niet swemmen
 
Help my doch uyt desen noot,
 
Of ick blijf van koude doot.
15
Ghy verkleunen? watte schanden!
 
Rieper yemant van de kant,
 
Koelje, koelje, vierich quant,
 
Koelt, ô koelt u hittich branden.
 
Noch riep Wulmer, Laet my landen,
20
Wat vermeerje mijn verdriet?
 
Hier is t'rechte koelsel niet.