uitgave bezorgde, met bijvoeging van eene Verhandeling over den oorsprong, het begin, den voortgang en het einde van het geregtelijk Kampen, mitsgaders van de Duellen, uit de Regten en Geschiedenis nagespeurd.
Hollands Jaarboeken of Rijmkronyk van Melis Stoke, behelzende de Geschiedenissen des Lands, onder de Princen van het eerste Huis, tot den jare 1305. Met de Afbeeldingen van alle Hollandse Graven, geschetst naar de Aloude schilderyen der Karmelieten te Haarlem. Nevens verscheide egte Bijlagen, betreffende de ware toestand der geschillen tussen Graaf Floris V, en de Hollandsche Edelen. Mitsgaders de Beeltenisse van Heer Gerard van Velsen; en andre oude Frayigheden, noit te voren in 't ligt gebragt. Leyd. 1699. sol.
De Munt der Graven van Holland. De Goude en Zilvere gangbare Penningen der Graven en Gravinnen van Holland in êr egte stand en ware wezens vertoond en behandeld, en met eene Korte beschrijving der Prinselijke leevens-bedrijven opgehelderd. Delft 1700. fol.(1).
Inleidinge tot het Ceremonieel, en de Plegtigheden der Begravenissen, en der Wapen-kunde: uit deszelfs oorspronkelijkheid aangewezen en opgeheldert. Delft 1713. 8o.
Rotterdamse Heldendaden, onder de stadvoogdij van den Jongen Heer Frans van Brederode, genaamd Jonker Fransen oorlog. Rotterd. 1724. 8o.
Met zijnen schoonzoon van der Schelling te zamen gaf hij uit:
Beschryving van de stad Brielle en den Lande van Voorn, Rotterd. 1729. 2 Deelen in fol. en
Nederlands Displegtigheden, vertoonende de plegtige gebruiken aan den Dis, en het houden van Maaltyden en het drinken der Gezondheden onder de oude Batavieren en Vorsten, Graaven, Edelen en andere ingesetenen der Nederlanden weleer gebruikelyk, nevens den oorsprongk deser Gewoontens en derzelver overeenkomst met die van andere Volken. Rotterd. 1732-1735. 3 deelen. 8o.
Ook had hij de voornaamste hand in de beide vermeerderde en verbeterde uitgaven der Katwijksche Oudheden van A. Pars.
Deze lettervruchten zullen bij de nakomelingschap altijd 's mans nagedachtenis doen eerbiedigen, en hem als een zeer naarstig beoefenaar onzer vroegere en latere historie doen beschouwen. Wanneer men de beschrijving leest van zijne verzamelingen van oorspronkelijke en door hem veeltijds eigenhandig afgeschreven stukken,