Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1. J.J. van Brederode, Haarlem 1852


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Cornelis van Alkemade]

ALKEMADE (Cornelis van), geboren te Noordwijk, den 11 Mei 1654, behoorde mede niet tot het adellijke geslacht van dien naam. Hij werd, vóór hij den mannelijken ouderdom bereikt had, op een Notariskantoor te Leyden gezonden, waar hij zich tevens op de oude talen toelegde; hij vertoefde er eenige jaren en ontving er het onderwijs van Mr. Nicolaas Antoni Flinck, in de teekenkunst, hoedanig hij mede, nadat hij zich te Rotterdam gevestigd had, van Adriaan van der Werf genoot, die hem een goed teekenaar noemde. Hij bekleedde lange tijd het ambt van Eersten Commies ter Comptoire van Convoyen en Licenten te Rotterdam, hetwelk hij meer om eer dan uit voordeel bediende; doch niettegenstaande deze betrekking vrij lastig was, hield hij zich onophoudelijk met het nasporen van de Nederlandsche oudheden bezig, waarover hij onderscheidene werken schreef, die hem als een der ijverigste oudheidkundigen van ons land hebben doen kennen. Achtervolgens zagen van hem het licht:

Behandeling van 't kampregt; d'aaloude en opperste Regtsvordering voor den Hove van Holland, onder de eerste Graaven, Delft 1699. 8o. waarvan in 1700 een tweede druk met fraaije plaatjes verscheen, terwijl Alkemade's schoonzoon Pieter van der Schelling, in 1740 eene derde meer dan de helft vermeerderde

[p. 180]

uitgave bezorgde, met bijvoeging van eene Verhandeling over den oorsprong, het begin, den voortgang en het einde van het geregtelijk Kampen, mitsgaders van de Duellen, uit de Regten en Geschiedenis nagespeurd.

Hollands Jaarboeken of Rijmkronyk van Melis Stoke, behelzende de Geschiedenissen des Lands, onder de Princen van het eerste Huis, tot den jare 1305. Met de Afbeeldingen van alle Hollandse Graven, geschetst naar de Aloude schilderyen der Karmelieten te Haarlem. Nevens verscheide egte Bijlagen, betreffende de ware toestand der geschillen tussen Graaf Floris V, en de Hollandsche Edelen. Mitsgaders de Beeltenisse van Heer Gerard van Velsen; en andre oude Frayigheden, noit te voren in 't ligt gebragt. Leyd. 1699. sol.

De Munt der Graven van Holland. De Goude en Zilvere gangbare Penningen der Graven en Gravinnen van Holland in êr egte stand en ware wezens vertoond en behandeld, en met eene Korte beschrijving der Prinselijke leevens-bedrijven opgehelderd. Delft 1700. fol.(1).

Inleidinge tot het Ceremonieel, en de Plegtigheden der Begravenissen, en der Wapen-kunde: uit deszelfs oorspronkelijkheid aangewezen en opgeheldert. Delft 1713. 8o.

Rotterdamse Heldendaden, onder de stadvoogdij van den Jongen Heer Frans van Brederode, genaamd Jonker Fransen oorlog. Rotterd. 1724. 8o.

Met zijnen schoonzoon van der Schelling te zamen gaf hij uit:

Beschryving van de stad Brielle en den Lande van Voorn, Rotterd. 1729. 2 Deelen in fol. en

Nederlands Displegtigheden, vertoonende de plegtige gebruiken aan den Dis, en het houden van Maaltyden en het drinken der Gezondheden onder de oude Batavieren en Vorsten, Graaven, Edelen en andere ingesetenen der Nederlanden weleer gebruikelyk, nevens den oorsprongk deser Gewoontens en derzelver overeenkomst met die van andere Volken. Rotterd. 1732-1735. 3 deelen. 8o.

Ook had hij de voornaamste hand in de beide vermeerderde en verbeterde uitgaven der Katwijksche Oudheden van A. Pars.

Deze lettervruchten zullen bij de nakomelingschap altijd 's mans nagedachtenis doen eerbiedigen, en hem als een zeer naarstig beoefenaar onzer vroegere en latere historie doen beschouwen. Wanneer men de beschrijving leest van zijne verzamelingen van oorspronkelijke en door hem veeltijds eigenhandig afgeschreven stukken,

[p. 181]

moet men niet slechts verbaasd staan over zijne arbeidzaamheid maar tevens dat hij er, bij het getrouw waarnemen van eenen werkzamen post, nog tijd toe heeft weten te vinden. Alkemade overleed den 12 Mei 1737.

Een gedeelte zijner nalatenschap werd na den dood van van der Schelling verkocht, het andere te Amsterdam 17 Januarij 1848 en volgende dagen. Dr. G.D.J. Schotel stelde den thans zeer zeldzamen Catalogus dier handschriften op (Amst. 1847. 8o.) en schreef eenen brief aan Prof. Vreede te Utrecht, over het belang dier Verzameling ('s Bosch 1847. 8o.).

Zie verder Dr. G.D.J. Schotel, Leven, gedrukte Werken en Handschriften van Cornelis van Alkemade en Pieter van der Schelling, Breda 1835, en vooral zijne Abdij van Rijnsburg, bl. 332 en volg.; voorts: Kok, Vaderl. Woordenb.; Chalmot, Biogr. Woordenb.; Biogr. Nation.; Aanh. op het Woordenb. van Kunsten en Wetens. van G. Nieuwenhuis; Algem. Woordenb. der Zamenl.