Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 1. J.J. van Brederode, Haarlem 1852


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Hans Willem van Aylva]

AYLVA (Hans Willem van), geboren op de state Brandstede of Aylva-state, te Holwerd in Friesland, was een zoon van Hessel Meckema van Aylva, die Kolonel der Infanterie was geweest, en van de Oostenrijksche Gravin Elizabeth Althan. Hij was mede Kolonel van een regement voetvolk, toen hij bij Staatsbesluit op den Landdag van 22 Februarij 1667, in plaats van Tjerk Hiddes de Vries werd aangesteld tot Luitenant-Admiraal, in welken rang hij, in dat jaar, onder de Ruyter diende, en op het schip Groot Frisia het bevel voerde over eenige Friesche schepen, met welke hij zich op den tweeden dag na den aanval op de rivier van Londen, bij de vloot van de Ruyter voegde, terwijl hem tijdens den togt het bevel werd opgedragen over het tweede eskader der schepen, die onder de hoofdvlag de rivier van Londen bezet hielden.

Later keerde Aylva van de zee- tot de landmagt terug, daar hij in 1672 als Luitenant-Generaal van de Infanterie het vaderland belangrijke diensten bewees. Hem werd aan het hoofd van een gedeelte des legers de verdediging van Friesland opgedragen. Zijn regiment, waarbij hij zelf, in Overijssel zijnde, niet tegenwoordig was, had zich, hoewel door aanhoudende marschen en terugmarschen vermoeid, bij de overtogt der Franschen over den Rijn moedig gedragen, doch was welhaast tot de vlugt gedwongen, toen de ruiterij van den Veldmaarschalk Wurtz geslagen werd. Velen van Aylva's regement sneuvelden en werden gevangen genomen. Wat van Aylva's gevangen nemen vermeld wordt, is bezijden de waarheid. Met de weinige troepen onder zijne bevelen, voor de aanstrooming des vijands uit Overijssel afgezakt, beschermde hij, ondersteund door een groot aantal Friesche burgers, die van alle zijden toesnelden, de grenzen van Friesland bij Heerenveen, en wist, door zijne troepen gedurig in beweging te houden, de ware sterkte van zijn onderhebbende

[p. 449]

manschap zoodanig te verbergen, dat zelfs de Officieren niet wisten hoe sterk of zwak zij waren.

In de maand Julij ondernam Aylva met 1200 soldaten en burgers eenen aanslag op Kuinre, waar de troepen van den Bisschop veel buit te zamen gebragt hadden. Reeds waren 200 vijanden nedergeschoten, en ongetwijfeld ware die plaats vermeesterd geworden, indien de vijand niet een haastig ontzet van 2000 man uit Kampen en Zwolle had bekomen. Met verlies van 30 man trokken de Friezen weder af.

In den nacht tusschen 8 en 9 September vielen de troepen van den Bisschop tot driemalen toe op de Schans van Heerenveen aan, doch werden telkens manmoedig afgeslagen, ofschoon die schans zwak bezet was.

Omstreeks dien tijd of misschien reeds vroeger lag Aylva met eenige compagniën geeampeerd niet ver van de Blessebrug, welke over de Linde ligt en waarover men uit Overijssel in Friesland komt, toen een Fransch Markies op zekeren dag al zwetsende de brug kwam overrijden, als wilde hij daarmede te kennen geven dat, aangezien zij Overijssel reeds vermeesterd hadden, nu de Provincie Friesland aan de beurt lag; dit kwetste de fierheid van den ontzaggelijken Generaal, zoo als zijne Friesche landgenooten hem noemden. Hij rijdt daarom den Franschman tegen en ligt hem met een pistoolschot uit den zadel.

In het begin van 1673 bekwam Aylva in eene hevige schermutseling tegen den Graaf van der Lippe, twee trompetten en een vaandel, welke hij den Prins van Oranje vereerde.

De verbittering tusschen de Munstersche en Nederlandsche troepen gaf gedurende dit geheele jaar aanleiding tot vele schermutselingen, waarbij met afwisselend geluk gestreden werd. Zoo werden op den 2 Julij vier regimenten voetvolk en een regiment Dragonders der Munsterschen, in hun kwartier te Staphorst aangetast en op de vlugt geslagen door Graaf Johan Maurits van Nassau, die nu in deze streken het opperbevel voerde, en door van Aylva; daarentegen mislukte een aanval op Zwartsluis, weinige dagen daarna door die zelfde Bevelhebbers ondernomen.

Toen de Bisschop van Munster nu in de maand Augustus van Steenwijk op Friesland aanrukte, om dat gewest te overmeesteren, gaf Graaf Johan Maurits aan Aylva, die toen te Wolvega het bevel voerde, hiervan kennis, waarop deze naar Heerenveen trok, aangezien het 's vijands voornemen scheen te zijn, om door die plaats Friesland verder in te dringen. Nu vielen er onderscheidene gevechten voor, in welke de vijandelijke troepen herhaalde malen geslagen werden. De Munsterschen stelden alle pogingen in het werk, om Heerenveen te overweldigen, doch zij werden telkens tegengehouden en konden niets uitrigten, dan de weerlooze landlieden te plunderen, tot zij op den 1 September zich genoodzaakt zagen af te trekken, zonder iets van belang te hebben uitgevoerd. Zoo had Aylva het geluk, door beleid en waakzaamheid, Friesland tegen elken aanval van den vijand te helpen beveiligen.

[p. 450]

In den veldslag, die den 11 Augustus 1674 bij Senef geleverd werd, voerde Aylva de infanterie van den regtervleugel aan, en het was zijne uitstekende dapperheid, die, zijnen reeds verkregen roem loffelijk handhavende, een gedeelte der infanterie redde; zwaar gewond zijnde, kon hij echter het voortdringen des vijands niet verhinderen.

In 1689 hielp hij, aan het hoofd eener afdeeling van het Nederlandsche leger, Keizerswaard en Bonn op de Franschen veroveren. Een aanval, door den Franschen Maarschalk d'Humières, den 27 Augustus 1689, op het stadje Walcourt gedaan, had een gevecht ten gevolge, waarin Aylva aan het hoofd der Nederlandsche troepen zoo dapper streed, dat de Franschen overhoop geworpen, met een verlies van 400 dooden en 300 gekwetsten, de nederlaag leden.

Aylva's laatste wapenfeit was zijn dapper gedrag in den slag bij Fleurus, die den 1 Julij 1690 geleverd werd. Ook hier deed hij zijne kloekmoedigheid en gewone voorzorgen blijken. Hij bevond zich bij het groote quarré der infanterie, hetwelk, ofschoon door eene groote meerderheid aangevallen, manmoedig stand hield, zoodat de vijand ontmoedigd door de vele vruchtelooze pogingen om in te dringen, eindelijk afhield, en voor zijne oogen negen regimenten, met den Graaf van Waldeck, Aylva en den Luitenant-Generaal van Weybnum aan het hoofd, over de hoogte van Mellé, rustig naar de zijde van Nivelles moest zien aftrekken.

In het jaar 1691 voerde Aylva het bevel over de krijgsmagt der Vereenigde Nederlanden in Braband, en hield zijn kwartier te Leuven Ter jagt gereden zijnde, steigerde zijn paard en smeet zijnen berijder ter aarde; hij bezeerde zich aan het hoofd, hetwelk in het eerst van weinig belang werd geacht, maar hem vervolgens eene koorts veroorzaakte, met zoodanige toevallen, dat hij eenige dagen daarna overleed. Zijn lijk werd gebalsemd naar Friesland vervoerd, en overgebragt in het familiegraf zijner ouders te Holwerd.

Zijne heeldtenis treft men aan vóór Sylvius Saken van Staet en Oorlogh, welk werk ook aan hem is opgedragen, en in de Friesche Volks-Almanak voor het jaar 1841, bl. 62.

Zie voorts G. Brandt, Leven van de Ruiter, bl. 556, 573, 585, 594 en 599; Valkenier, 't Verwerd Europa, D. I. bl. 598 en 793; Halma, Tooneel der Vereen. Nederl., op Ailva; Kok, Vaderl. Woordenb., D. II. bl. 400 en 401, Chalmot, Biogr. Woordenb.; Tegenw. Staat van Friesl., D. III. bl. 597; Collot d'Escury, Holland's Roem, D. II. bl. 120, Aant. 355 en 356; Bosscha, Heldendaden te Land, D. II. bl. 58, 62 en volg.; en vooral van Leeuwen, de Generaal H.W. Bn. van Aylva en zijn geslacht, in de Vrije Fries, D. V. St. IV. bl. 361.