Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 3


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 3. J.J. van Brederode, Haarlem 1858


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Johann Christian Cuno]

CUNO (Johann Christian), geboren te Berlijn in 1708, had van zijne vroege jeugd af groote genegenheid voor de studie, doch moest in 1724 soldaat worden, toen hij op het punt was om de hoogeschool te bezoeken; hij nam zijn verloftijd waar, om aan de hoogeschool te Halle te studeren. Na verloop van vijftien jaren uit de dienst ontslagen, begaf hij zich terstond naar Holland, waar hij huwde en koopman te Amsterdam werd.

Een aanzienlijk vermogen gewonnen hebbende, liet hij den handel varen, en hield zich enkel met de dichtkunst bezig, des winters in de stad en des zomers op zijn buitenverblijf Namaals beter, waar hij verscheidene vreemde planten aankweekte, van welke Buttner de lijst heeft opgemaakt, geplaatst achter het dichtstuk, waarin Cuno zijn tuin bezong. Hij had vriendschappelijk verkeer met alle Hollandsche dichters, maakte zelf goede hoogduitsche verzen, en gaf in 1748 eene hoogduitsche vertaling van Vollenhove's Kruistriomf in het licht; zijne in het vorige jaar te Amsterdam uitgegevene Moralische Briefe

[p. 921]

werden in 1766 te Amsterdam voor de derde maal herdrukt. Zijn uitgebreidste dichtstuk is Der Messiade, in Zwölf Gesänge, welke men zeker niet met die van Klopstock moet vergelijken, maar toch met genoegen leest. Zijn sterfjaar is ons niet gebleken, maar wel dat hij bij zijne verdiensten als dichter, ook als braaf en regtschapen mensch algemeen geacht werd. Het eenige Nederduitsche voortbrengsel van zijne pen is getiteld:

Isaak of de afschaduwing des Heilands, Tooneelspel uit het Italiaansch van P. Metastasio, (in prosa) Amst. 1765, gr. 8o.

Zijne zinspreuk was Juste, Candide, Caute, (Regtvaardig, Opregt, Voorzigtig,) waarvan de eerste letters zinspelen op de voorletters van zijnen naam. Zijne afbeelding is door C.F. Mastallers gegraveerd.

 

Zie Woordenb der zamenlev.; van Wijk, Algem. Wetensch. Woordenb; Cat. van de Bibl. der Maatsch. van Nederl. Letterk. te Leid. D. II. b. bl. 78.