Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 7. J.J. van Brederode, Haarlem 1862


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Isaac Gruterus]

GRUTERUS (Isaac), zoon van Petrus, broeder van Jacobus Gruterus, woonde in 1645 bij Dirk Graswinckel te 's Hage, bij wien hij waarschijnlijk de betrekking van Lector waarnam. Later bekleedde hij het ambt van Rector of Conrector te Nijmegen en in 1657 bij de Erasmiaansche school te Rotterdam, waar hij in 1680 nog in dienst was. Hij was een zeer geleerd man, beoefende de Latijnsche en Nederduitsche poëzy en was bevriend met Hendrik Bruno, Anna Maria Schurman, Constantijn Huygens, Jacob Cats, Johan de Brune en andere dichters. Op pag. 244 der Opuscula Hebraea, Graêca, Latina, Gallica. Nobiliss. Virginis A.M. à Schurman, Lugd. Bat. Ex offic. Elzevir. 1648 12o. komen 3 Latijnsche gedichten, vóór de Minnedichtjes van Johan de Brune, een Latijnsch en Hollandsch gedicht, Latijnsche verzen onder de afbeelding van den Middelburgschen predikant Aegidius Burs en een aan Beverwyck voor het Tweede Boeck van de uitnemendheid des vrouwelicken geslacht, waar men ook de gedichten op A.M. Schurman vindt, van hem voor. Een Latijnsche brief van hem aan zijn broeder Jacob, vindt men vóór de Sylva Sylvarum van den laatsten en het fragment van een anderen geteekend uit 's Hage ex aedibus clarissimi Graswinckel XIII. cal. Octob. CIƆ. IƆC. XLIV voor de Korenbloemen van Huygens (uitg. van 1655).

Hij vertaalde de aanteekeningen van Henri Savill op Tacitus, die met de werken van dezen Romeinsche geschiedschrijver, Amstel. 1649 in 12o gedrukt zijn. In Francisci Baconi de Verulamio, Vice Comitis S. Albani et summi Angliae Cancellarii Opera omnia, Septem Voluminibus distributa. Novae huic Editioni accedunt opuscula Historico-Politica, ex Anglico nuper Latina facta. Amst. R. & J. Wetstein et G. Smith 1730 7 T. komen in T. III. voortzettingen van hem voor van Cogitata et visa; de Interpretatione Naturae, sive de Inventione Rerum et Operum, ook afzonderlijk te Amst. Ludov. Elzevirius 1653 in 16mo uitgegeven en aan Petrus Bursius Art. Mag. en Geneesheer te Middelburg, opgedragen. Voorts van Descriptio Globi terrestris; De Fluxu & Refluxu Maris; De Principiis atque originibus, secundum; Lalaus Cupidonis et Coeli, sive Parmenidis et Telesii et praecipue, Democrati; Philosophia, tractata in Tabula; Impetus Philosophica.

Ook gaf hij, na den dood van zijn broeder Jacob, eene nieuwe verbeterde uitgaaf van diens Sylva Sylvarum in het

[p. 522]

licht, die in het vierde deel der bovengemeld Opera omnia is opgenomen.

Aan het eind der cogilata et visa vindt men nog van hem eene vertaling der Epistola Thomae Bodlei ad Franciscum Baconum, quâ candidé expendit ejus Cogitata et Visa, Latino versa ex Anglico. Ook beloofde hij in het licht te zullen geven Sylloge Epistolarum .... quas Hugo Grotius scripsit ad Belgas, Germanos, Italos, Suecos, Danos, Gallos, exceptis quas Cl. Sarravius, Senator, Parisiis edidit.

 

Zie de voorredenen zijner werken; Phil. Munckeri, Liber de Intercalatione, in Praefat.; Thomae Crenii Commentationes Philol. et Historicae, Parte II. p. 20; Vita Gerardi Noodt, voor diens werken. De la Rue, Geletterd. Zeeland, bl. 309; Paquot, Mémoires pour Servis à l' Hist. Littér des Bays-bas, T. III. o. 345. Bibliothèque raissonnée des Ouvrages des Savons de l' Europe T. V. p. 17 suiv; Heringa, Bijdrage op de Lijst van Nederl. Dichters, bl. 46.