waardige schriften leest men, dat Rorik (Roruk) de Noorman met zijn broeder Heriold, ten tijde van keizer Lodewijk Duurstede (vicum Dorestadum) ter leen heeft gehouden. Op eene andere plaats vindt men melding van de graafschappen en leenen in Kinnin (Kennemerland) die dezelfde Rorik van de Frankische koningen ter leen heeft gehad. Eindelijk maakt men uit dezelfde jaarboeken op, dat aan Hemming eenig gebied op Walcheren is verleend.
Toen Heriold langs denzelfden weg, welke hij gekomen was, terugkeerde, bleven zijn zoon en kleinzoon of neef aan het Frankische hof, waar zij, onder de hovelingen opgenomen, in de zeden en gewoonten der Franken en bovenal in de christelijke godsdienst werden onderwezen. Men gaf Heriold bij zijn vertrek ook den toestel mede tot de heilige dienst en twee monniken, Ausganin en Autbertus, om hem verder in het christendom te onderwijzen en te versterken. Later werd Heriold uit zijn rijk gedreven en zocht de bescherming des keizers. Deze trok zich zijne belangen aan en werd door hem in zijn rijk hersteld, doch op nieuw werd hij (827) van de regering ontzet en genoodzaakt het land te verlaten. De keizer beproefde nogmaals hem door onderhandelingen te helpen en een verbond met zijn mededinger te sluiten, doch te vergeefs. Sedert zal Heriold niet stil hebben gezeten, doch daar zijne ondernemingen telkens mislukten leefde hij voortaan onder de Franken, en dus wel meestal hier te lande, waar hij vele jaren in groote eere en achting stond.
Zie Einhardi Annales bij Pertz Monumenta Germani Historica, T. I p. 201 seqq.; Thegani Vita Ludovic. Pii, hij Pertz, T. II. p. 619 seqq.; Ermoldus Nigellus, de Rebus Ludov. Pii, Lib. IV. vs. 147-180 bij Pertz, T. II. p. 501 seqq.; Annales Fuldenses ad annum 812, 850, 851, 852; Annales Bertinad annum 814, 815, 817, 819, 821, 822, 823, 826 seqq.; Astronomi Vita Ludovici Pii ad annum 814; Eginhardi Annales ad annum 815, 817, 819; Acta S.S. Mens. Febr., T. I. p. 392; Siegebertus Gemblacensis bij Pistorius Rerum Germ. S.S. ed. Struvio, p. 788 seqq.; Marianus Scotus bij Pistorius, T. I. p. 658; Bolhuis, de Noormannen in Nederland, bl. 49 volgg.; Wagenaar, Vaderl. Hist., D. II. bl. 42 volgg.; Bilderdijk, Geschied. des Vaderl. D. I. bl. 100 verv., 162 verv., 148.