Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 9


auteur: A.J. van der Aa


bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 9. J.J. van Brederode, Haarlem 1867


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 

[Nicolaas of Klaas Klaaszoon Juynbol]

JUYNBOL (Nicolaas of Klaas Klaaszoon), ook Juinbol, behoorde tot een geslacht dat verscheidene bekwame zeelieden heeft opgeleverd, doch waaromtrent de berigten schraal en verward zijn. De hier genoemde was kapitein in 's lands zeedienst, en behoorde in 1628 tot de vloot van Piet Heyn, waarmede deze de Spaansche zilvervloot bemagtigde. Volgens eene overlevering, bij een der afstammelingen van Juynbol, zou hij het bij die gelegenheid zoo verre gebragt hebben, dat het Spaansche admiraalschip op het punt was om zich aan hem over te geven, toen Piet Heyn hem den last gaf om voor zijn schip plaats te maken, die daarop zelf dat schip innam. De vijandelijke admiraal echter wilde zich eerst niet aan Piet Heyn overgeven, maar wel aan hem, die hem het eerst bestreden had. Doch eindelijk voor de overmagt bukkende, vereerde de Spaansche vlootvoogd aan Nicolaas Juynbol, als een blijk van achting, den zilveren beker, waaruit hij dagelijks dronk, welke beker nog in de familie bewaard wordt, en die langen tijd op den verjaardag der overwinning van hand tot hand rond ging, ter gedachtenis aan Juynbol's kloekmoedigheid.

In 1634 gaf hij andermaal eene proeve van zijne dapperheid, door het aantasten en bemagtigen van een Spaansch schip op de Vlaamsche kust. Twaalf jaren later, in 1646, onder Nederlandsche vlag een aanzienlijk getal Fransche koopvaarders geleidende, werd hij, den 2den Februarij, op de

[p. 266]

hoogte van de Maas door zeven Duinkerksche kapers overvallen. Zeer hevig en bloedig was het gevecht. Zijn schip werd door meer dan vijfhonderd kogels doorboord. Hij zelf werd in den strijd gekwetst, doch hij achtte zijne wonde niet. Met verlies van slechts vier koopvaarders ontkwam hij het. In het vaderland teruggekeerd, werd hem een gouden gedenkpenning vereerd, vertoonende aan de eene zijde het gevecht en aan den anderen kant het wapen van de admiraliteit van de Maas. Na dien tijd ging hij niet meer naar zee, en hield hij zijn verblijf te Rotterdam, waar hij den 5den Januarij 1647 overleed, volgens den een aan zijne bekomene wonden, volgens den ander aan een verraderlijk schot, hem op zekeren avond te Rotterdam, over zijne deur liggende, zoo het schijnt door een vreemdeling toegebragt. Zijne afbeelding ziet het licht. Er komt nog een andere kapitein Juynbol in de geschiedenis voor, die door de Jonge hier Marinus en elders Dirck genoemd wordt. Hij behoorde tot de vloot van Tromp, en nam deel aan den zeeslag tegen Blake in 1652. Kort voor het einde van den strijd geraakte zijn schip bij toeval in brand en vloog in de lucht, of ging met deszelfs bevelhebber en een gedeelte der bemanning te gronde. Hierover zijn de berigten niet eensluidend.

 

Zie Brandt, Het leven van de Ruiter, bl. 36; Wagenaar, Vad. Hist. D. XI. bl. 191, 430, D. XII. bl. 223; de Jonge, Geschied. van het Ned. Zeewer. D. I. bl. 498, 499, D. II. St. I. bl. 78; Muller, Cat. van Portrett. bl. 145; Krvnijk van het His. Genootschap. D. V. bl. 255, D. IX. bl. 344.

 

EINDE VAN HET NEGENDE DEEL.