Adres aan de Synode der Herv. Kerk, benevens het Antwoord. Rotterd. 1836.
Aan al mijne Hervormde landgenooten, ter verdediging van mijn - bij de synode ingeleverd adres. Ald. 1836.
De eigenlijke zin der Profetische gezigten in de Openbaring van Johannus nader opgehelderd enz. Amst. 1837.
Zestal brieven over de onschendbaarheid van den Paus en van de Kerk van Rome, ter beantwoording der brieven van - La Sage ten Broek Rotterd. 1837.
Le ROY en Mr. Ulbo Arent Evertsz, verhandelingen, ter beantwoording der vraag: ‘Daar er heden hevig getwist wordt over den grond van het oppergezag en de pligten van overheden en onderdanen, wordt gevraagd: welke waarheden en voorschriften nopens deze beiden, door Christus en zijne Apostelen zijn gesteld en hoe daaruit de hedendaagsche verschillen moeten beslist worden. Aan welker eerste de prijs van het Stolpiaansch legaat in den jare 1834 is toegewezen. Leijden 1835.
J.J. le R, en Schroeder Steinmetz over de vraag of het beginsel der genoegzame rede de hechte grondslag zij der natuurlijke godgeleerdheid enz. Leiden 1838.
De verhandeling van P. van der Willigen, over het eigenlijk wezen der christendoms, beknoptelijk getoest aan de grondbeginselen eener gezonde wijsbegeerte Rotterd. 1839.
Bedenkingen ten aanzien van het bij de laatste synodale vergadering uitgebracht rapport, ter zake van het adres Dr. B. Moorrees c.s. s' Gravenh. 1841.
Het hooge aanbelang van het behoud en herstel der zuivere hervormde kerk, op de grondslagen van hare oorspronkelijke belijdenis en karakter s' Gravenh. 1842.
De wijsbegeerte beschouwd naar haren vorm en inhoud enz. Gron. 1842.
Beschouwing der voorzeggingen des O. en N.T., betreffende het nog toekomstige in overeenstemming met elkander en uit de openbaring van Johannes. Amst 1846.
Over het regt gebruik des Bijbels inzonderheid van het profetisch woord enz. Amst. 1847.
De verzoening der menschen met zich zelven door de wijsbegeerte enz. Tiel 1847.
Hij vertaalde uit het Hoogd. van A.H. Franke, Nicodemus eene verhandeling over de Menschenvrees, ter bevord. d. ware vrees Gods. Amst. 1844, en de beknopte geschiedenis der wijsbegeerte van Kannegiesser. Rotterd. 1838.
Uit het Fr. de Geschiedenis der Hervorming van Merle d' Aubigné Rotterd. 1837-46 4 dln enz.
Zie: Koenen, Ter nagedachtenis van J.J. le Roy in christ. Stemmen D. V, bl. 477; Sepp. Proeve eener pragm. geschied. der Godg. bl. 96, 135, 161, 246; Boekzaal den gel. wereld 1842 d. 1 bl. 2 d. 50 bl. 746, 648.