Proeve van liederen en gezangen voor den openbaaren godsdienst


auteur: Hieronymus van Alphen


bron: Hieronymus van Alphen, Proeve van liederen en gezangen voor den openbaaren godsdienst. J. Thierrij en C. Mensing, Den Haag 1802 (tweede druk)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XXVII.
Lied der hulde. Wijze, Ps. CI.

A.

 
Groote Koning van 't Heel-al!
 
Troonen neigen tot den val;
 
Maar uw eeuwig koningrijk
 
Blijft bestendig U gelijk.
 
Noch beangstigd, noch vermetel,
 
Eeren wij, gebukt in 't stof,
 
Gandsch aanbidding, louter lof,
 
Uwen onbegrensden zetel.
[p. 96]
 
Leef, o Koning, en regeer!
 
Alles buig' zig voor U neêr!
 
Aller blijdschap, aller roem
 
Zij, dat men U koning noem.
 
Nimmer moet de lust ontbranden,
 
Om uw hooge heerschappij,
 
Door geweld of muiterij,
 
Onbezonnen aan te randen.
 
 
 
Ach! dat aard' en hemel kniel!
 
Dat uw vijand nederviel!
 
Zijn vergrijp voor U beleed,
 
En uw scepter hulde deed!
 
Alles moet' U eeren, vreezen!
 
Liefde breng vertrouwen voord!
 
Maar, wat ooit de rust verstoort,
 
't Rijk zal eeuwig 't Uwe wezen.
[p. 97]

B.
Wijze, Ps. LXXXVII.

 
Bij U is kragt! Bij U, mijn God! is leven.
 
Wat was en is, blijft enkel door uw magt.
 
Vraagt aan 't heel-al: wie is uw levenskragt?
 
En 't zal U; God alleen! ten antwoord geven.
 
 
 
Waar 't wormpje kruipt; daar moet men U verhogen.
 
De Seraf zelf, die voor uw troon mag staan,
 
Is maar een beek uit uwen Oceaan:
 
Gij geeft; zij stroomt! Gij neemt; zij moet verdrogen.
 
 
 
Aanbidt, mijn ziel! de sterke zal u dragen.
 
Rust bij die bron! ga heen in deez' uw kragt!
 
Uw zijn, en 't heil, dat gij in Jesus wagt,
 
Staan op de rots van 't magtig welbehagen.

C.
Wijze, Ps. LXXI.

 
In U alleen, mijn God! is luister.
 
Bij 't ongenaakbaar licht,
 
Waar Gij Uw wooning stigt,
 
Zijn starren dof; en zonnen duister.
 
Geen schepsel, hoe verheven,
 
Kan eigen glansen geven.
[p. 98]
 
Gij moet alleen die huld' ontvangen.
 
Uw' is de majesteit.
 
Uw' is de heerlijkheid.
 
Beantwoord, Vader! ons verlangen;
 
En laat uw zagte straalen,
 
In Jesus, op ons dalen.
 
 
 
Dan zien wij, blinden, reeds op aarde
 
Uw levenwekkend licht,
 
In Jesus aangezigt.
 
Dan krijgt de hemel grooter waarde.
 
Dan zullen w' eeuwigheden
 
In uwen lof besteden.

D.
Wijze, Ps. CXXXVI.

 
Eeuwig is, o God! uw rijk.
 
Wie is onzen God gelijk,
 
Die, met magt en majesteit,
 
Heerschen zal in eeuwigheid.
[p. 99]
 
Eeuwig is, o God! uw Naam.
 
Looft, verlosten! looft Hem t'saam!
 
Die, met magt en majesteit,
 
Vader blijft in eeuwigheid.
 
 
 
Looft Hem, die U Jesus gaf;
 
U eens oproept uit het graf;
 
En, met magt en majesteit,
 
't Leven geeft in eeuwigheid.
 
 
 
Looft Hem, zalig geestendom!
 
Looft Hem eeuwig en alom?
 
Hem, wiens magt en majesteit
 
Uw bestraalt in eeuwigheid.
 
 
 
Looft Hem, onbegrensd Heel-al!
 
Waar Hij eeuwig heerschen zal,
 
Die, met magt en majesteit,
 
Schepper blijft in eeuwigheid.